Kiezen voor ProgressieHieronder presenteer ik een lijst van enkele bekende cognitieve fouten, heuristieken en effecten (uit mijn boek Kiezen voor progressie) waar we allemaal in zekere mate behept zijn met daarbij een compacte uitleg (meer informatie is uiteraard gemakkelijk te vinden via Internet). Ik gebruik vooral de Engelse termen omdat deze het vaakst gebruikt worden, ook in Nederlandstalige literatuur. Het kennen van deze fouten en heuristieken kan ons helpen om onszelf en anderen beter te begrijpen, om minder slachtoffer te worden door toedoen van deze fouten en neigingen en om een realistischere kijk op de werkelijkheid te ontwikkelen.

  1. Availability heuristic (beschikbaarheidsheuristiek): Hoe gemakkelijker voorbeelden van een gebeurtenis je te binnen schieten (bijvoorbeeld een terroristische aanslag), hoe meer je geneigd bent om te denken dat dergelijke gebeurtenissen voor de hand liggen en vaak voorkomen.
  2. Backfire effect (terugslageffect): Wanneer mensen merken dat hun meest gekoesterde, maar niet juiste denkbeelden, worden bekritiseerd, kunnen ze nog minder open minded worden en kan hun (misplaatste) vertrouwen in deze denkbeelden nog sterker worden.
  3. Belief bias (overtuigingsfout): Als mensen denken dat iets waar is, zijn ze meer geneigd om argumenten die die overtuiging ondersteunen als logisch te zien (ongeacht of ze logisch zijn).
  4. Choice architecture (keuze-architectuur): De manier waarop we keuzemogelijkheden presenteren, heeft een sterke invloed op hoe mensen kiezen.
  5. Cognitieve dissonantie: Het verschijnsel dat een conflict tussen bepaalde overtuigingen aan de ene kant en bepaalde gedragingen of feiten aan de andere kant een psychologische spanning opwekt waar we vanaf willen. Meestal veranderen we niet onze overtuiging over de werkelijkheid maar verdraaien we (onbewust) onze herinnering of ons gedrag.
  6. Confirmation bias (bevestigingsfout): We hebben de neiging om alleen te kijken naar bewijs dat onze hypothese ondersteunt. Ook merken we zulk bewijs eerder op (dit wordt selectieve perceptie genoemd) en onthouden we het beter.
  7. Curse of knowledge (vloek van kennis): Als je eenmaal beschikt over bepaalde kennis kun je je niet meer goed kunt voorstellen hoe het is om die kennis niet te hebben.
  8. Dunning-Kruger effect: Het verschijnsel dat onwetende of incompetente mensen niet weten, en in zekere mate niet kunnen weten, hoe onwetend of incompetent ze zijn.
  9. Effort heuristic (inspanningsheuristiek): De overtuiging dat als we ergens veel inspanning voor hebben geleverd dat wel veel waard moet zijn.
  10. Equality bias (gelijkheidsfout): Het verschijnsel dat, in de samenwerking, meer competente mensen de neiging hebben om mee te gaan met de zelfverzekerde onwetendheid van minder competente mensen (zie het Dunning-Kruger effect) door de oordelen van deze minder competente mensen even veel gewicht toe te kennen.
  11. Familiarity heuristic: Onze neiging om een voorkeur voor het bekende te hebben boven het minder bekende.
  12. Fundamentele attributiefout: We onderschatten systematisch de invloed op ons gedrag van situaties, structuren en systemen en we overschatten systematisch de invloed van persoonlijke kenmerken op ons gedrag.
  13. Hindsight bias: De te sterke neiging om, nadat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden, te denken dat de gebeurtenis voorspelbaar was.
  14. Hyperactive agency detection: Onze te sterke neiging om te veronderstellen dat er intentionele agenten achter gebeurtenissen zitten.
  15. Naïef realisme: Het (misplaatste) geloof dat de werkelijkheid precies zo is als we haar waarnemen.
  16. Negativity bias (negativiteitsfout): Het verschijnsel dat we negatieve informatie gemakkelijker opmerken dan positieve informatie en dat we geneigd zijn om meer gewicht toe te kennen aan negatieve informatie dan aan positieve.

  17. Pygmalion effect: Het effect dat verwachtingen van docenten het presteren en de ontwikkeling van leerlingen onbewust beïnvloeden in de richting van de verwachting.
  18. Reactance effect: Het verschijnsel dat we onze eigen autonomie proberen te beschermen door ons te verzetten tegen een boodschap waar iemand ons van wil overtuigen.
  19. Representativeness heuristic: Gebeurtenissen worden als meer waarschijnlijk beoordeeld als ze lijken op het prototype van een gebeurtenis dan als ze daar minder op lijken.
  20. Self-enhancement bias (zelfoverschattingsfout): Het verschijnsel dat mensen in de meeste culturen geloven dat zij superieur zijn aan de meeste anderen in hun groep.
  21. Selffulfilling prophecy (zelfvervullende voorspelling): Voorspellingen of verwachtingen die gedrag zodanig beïnvloeden dat zij zichzelf waarmaken.
  22. Stereotype threat (stereotypebedreiging): Het verschijnsel dat het vragen aan mensen om hun etniciteit of geslacht te noemen in een beoordelingssituatie negatieve stereotypen over hun eigen etniciteit of geslacht kan activeren waardoor hun (test-)prestatie ondermijnd wordt.
  23. Stereotypering: Het onterecht of overdreven toeschrijven van een eigenschap aan een groep mensen.
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (20)
  • Bruikbaar (7)