De illusie van transparantie

We denken te weten dat hoe we de werkelijkheid waarnemen ook echt is hoe die werkelijkheid is. Maar onderzoek van ongeveer de laatste 50 jaar heeft op talloze manieren laten zien dat onze waarneming en de werkelijkheid soms veel minder met elkaar te maken hebben dan we denken (lees meer).  Hoe we de werkelijkheid onbewust vervormd waarnemen heeft allerlei consequenties (veelal negatief) voor onze keuzes en ons sociaal gedrag. In dit artikel wil ik het hebben over een nog niet zo breed bekende bias: de illusie van transparantie. 

Wat is de illusie van transparantie?

De illusie van transparantie is onze neiging om te overschatten hoe goed andere mensen onze mentale toestand kunnen aflezen aan ons gedrag en onze gezichtsuitdrukkingen. We denken met andere woorden dat we transparanter zijn dan we feitelijk zijn. Andere mensen kunnen minder gemakkelijk door ons heen kijken dan we denken. Ze weten minder goed wat wij denken, bedoelen en hoe we ons voelen dan we denken.

Een belangrijke reden voor het optreden van de illusie van transparantie is waarschijnlijk dat we het heel moeilijk vinden om ons los te maken van ons eigen perspectief. We ervaren de werkelijkheid op een bepaalde manier en we denken dat dit de juiste manier is en dat anderen de werkelijkheid dus op dezelfde manier interpreteren.

Liedje raden blijkt moeilijker dan gedacht

Eén van de eerste experimenten waarin de illusie van transparantie werd aangetoond werd beschreven door Griffin & Ross (1991). Ze vroegen mensen een bekend liedje in gedachten te zingen en terwijl ze dat deden ritmisch mee te tikken op een tafel. Mensen die daarnaar luisterden werd gevraagd te raden om welk liedje het ging. Het interessante in dit experiment was niet hoe goed de luisteraars konden raden wat het liedje was (dat konden ze behoorlijk slecht raden). Het interessant was dat de mensen die ritmisch aan tikken waren sterk overschatten hoe goed de luisteraars het liedje zouden kunnen raden.

 

  Trainingen Progressiegericht Werken  

 

Leugens, walging en gealarmeerdheid: minder goed te zien dan we denken

Gilovich et al. (1998) deden onderzoek naar de illusie van transparantie in enkele kenmerkende sociale situaties. Ze lieten ten eerste zien dat leugenaars de neiging hebben om te te overschatten hoe goed hun leugens door anderen als leugens te herkennen zijn. Ten tweede toonden ze aan dat mensen de neiging hebben om te denken dat hun gevoelens van walging door anderen gemakkelijker op te merken zijn dan feitelijk het geval is.

Ten derde onderzochten ze de illusie van transparantie in relatie tot het zogenaamde bystander effect. Dit is het verschijnsel dat mensen minder geneigd zijn om mensen in nood te helpen wanneer er meer omstanders aanwezig zijn. Vanwege de illusie van transparantie merken mensen in zulke situaties niet op hoe gealarmeerd andere mensen zijn. Ze zien er kalm uit dus, zo redeneren ze, zullen ze wel kalm zijn. Vervolgens denken ze: als iedereen blijkbaar zo kalm is, zal het wel aan mij liggen dat ik denk dat hier iets ernstigs aan de hand is. De werkelijkheid is eerder dat iedereen gealarmeerd is maar dit niet opmerkt bij anderen.

Sociale angst: iedereen ziet hoe ongemakkelijk ik mij voel

Sommige mensen hebben veel last van sociale angst. Ze durven bijvoorbeeld nauwelijks de straat op of een gesprekje aan te knopen met andere mensen. Ook hierin kan de illusie van transparantie een rol spelen, vaak in combinatie met een andere bias, het zogenaamde spotlight effect (lees meer). Het spotlight effect betekent dat we de neiging hebben om te overschatten hoe veel aandacht andere mensen voor ons hebben. De combinatie van het spotlight effect met de illusie van transparantie kan dus leiden tot het gevoel: iedereen kijkt naar mij en iedereen ziet hoe (slecht) ik me voel (zie o.a. Gilovich & Savitsky, 1999 en Brown et al. (2003).

Spreekangst: ze zien hoe zenuwachtig ik ben

Savitsky & Gilovich (2003) deden onderzoek naar de rol van de illusie van transparantie in spreekangst. Ze vonden dat mensen met spreekangst in het algemeen overschatten hoe goed hun angst en spanning voor het publiek te zien is. In reactie hierop proberen deze sprekers vaak iets te doen om hun angst te verminderen of verbergen en, vanwege de illusie van transparantie, denken zij dat het publiek ook dit vaak doorheeft en doorziet, wat in het algemeen nauwelijks of niet het geval is.

De onderzoekers kwamen er achter dat het helpt om sprekers te informeren over de illusie van transparantie. Door sprekers te vertellen dat het publiek veel minder goed kan zien wat er zich allemaal in hun hoofd afspeelt, voelden sprekers minder spanning en nam de kwaliteit van hun presentatie toe (zowel in hun eigen ogen als in de ogen van het publiek).

Onderhandelingen: ze weten wat ik eigenlijk wil

Ook in onderhandelingen speelt de illusie van transparantie vaak een rol. Boven et al. (2003) lieten zien dat onderhandelaars vaak beter in staat zijn om op te merken die zij liever verborgen zouden houden (bijvoorbeeld: Welke prijs wil ik echt hebben? of: Hoe belangrijk is het voor mij om een deal te sluiten?). Garcia (2002) liet zien dat de illusie van transparantie in het algemeen wat sterker optreedt bij mensen in een minder sterke machtspositie in een onderhandeling.

Managers: ze begrijpen mijn feedback best

Schaerer et al. (2015) lieten zien dat managers geneigd zijn om te overschatten hoe duidelijk zij hun feedback hebben gecommuniceerd richting hun medewerkers. Ze nemen aan dat medewerkers hun bedoelingen beter hebben kunnen aflezen dan dit feitelijk het geval is.

“Hij moet zelf kunnen bedenken wat ik bedoel”

De illusie van transparantie kan in allerlei denkbare situaties een rol spelen. Een voorbeeld is een romantische relatie. Ik hoorde eens iemand zeggen: “Ik ga hem niet vertellen wat ik denk of voel. Als hij echt om mij geeft dan moet hij dat zelf kunnen bedenken!” De persoon die dit zei is mogelijk niet op de hoogte van de illusie van transparantie.

Bruikbaarheid

Ik zie tenminste drie manieren waarop kennis over de illusie van transparantie nuttig kan zijn voor ons. Het is nuttig om te weten dat de illusie van transparantie bestaat. We hoeven minder te vrezen dat andere mensen onze gedachten en gevoelens gemakkelijk kunnen lezen. Onze eigen gedachten zijn meer privé dan we ons realiseren. Willen we niet dat ze weten wat we denken en voelen, dan hoeven we niet te bang te zijn dat ze dat toch doen.

Tegelijk is het zo dat we, als we het belangrijk vinden dat andere mensen echt weten hoe we ons voelen of hoe we denken, duidelijk moeten zijn. We moeten er niet op rekenen dat we zelf wel kunnen bedenken wat er in ons hoofd zit. Dat kunnen ze vermoedelijk veel minder goed dat we hopen. Willen we echt dat ze weten wat we denken en voelen, dan moeten we het vertellen.

Ten slotte moeten we ons ook realiseren dat wij zelf veel minder goed zijn in het lezen van de gedachten van anderen dan we denken. Dat we denken aan iemand te zien dat hij kalm of onverschillig is, kan de plank misschien totaal misslaan. Willen we echt weten wat ze denken of voelen, dan moeten het vragen.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (14)
  • Bruikbaar (7)