Een nieuwe publicatie van Levari et al. (2018) gaat over een apart verschijnsel dat we al vaker hebben belicht: progressie lijkt zichzelf onzichtbaar te maken. Kort gezegd komt dit verschijnsel op het volgende neer: als we progressie boeken in het oplossen van een bepaald probleem, en dit probleem dus minder vaak voorkomt, hebben we de onbewuste neiging om onze definitie van het probleem op te rekken. Gebeurtenissen die we eerder niet zouden zien als voorbeelden van het probleem gaan we nu wel zien als voorbeelden van het probleem. Je zou kunnen zeggen: terwijl het probleem in onze omgeving kleiner wordt, wordt het groter in ons hoofd. Wat moeten we denken van deze bias, die we progressie geïnduceerde probleemverschuiving zouden kunnen noemen?

 

Stippen, gezichten, studies

Dit verschijnsel treedt niet alleen op bij maatschappelijke problemen. De onderzoekers deden een experiment waarin ze deelnemers lieten zoeken naar blauwe stippen. Ze begonnen met het aanbieden van een groot aantal blauwe stippen en verminderden geleidelijk aan het aantal blauwe stippen. Ze constateerden dat deelnemers terwijl het aantal blauwe stippen afnam, steeds meer paarse stippen gingen meetellen als blauwe stippen. Zelfs nadat deelnemers gewaarschuwd waren dat dit kon gebeuren en een beloning konden krijgen om het verschijnsel te voorkomen bleef het optreden.

In een ander experiment toonden ze bedreigende gezichten. Eerst toonden ze veel bedreigende gezichten, later minder. Geleidelijk aan begonnen deelnemers meer gezichten als dreigend te benoemen. In een andere studie lieten ze deelnemers de ethiek van wetenschappelijke studies beoordelen. Terwijl het aantal onethische studies werd verlaagd, gingen deelnemers steeds meer onschadelijke studies als onethisch beoordelen.

 

Reflectie

Dit onderzoek lijkt relevant voor allerlei dingen die we kunnen waarnemen in onze maatschappij. Het kan, om te beginnen, een deelverklaring zijn voor waarom we de beleving hebben dat veel dingen slechter worden terwijl ze in feite beter worden (geweld, kindersterfte, armoede, etc., zie bijvoorbeeld hier). Het kan verder een deelverklaring zijn waarom in de medische wereld er veel sprake is van overdiagnose (waarbij doctoren steeds meer geneigd zijn om kleine afwijkingen van de norm te zien als ziekelijk en steeds sneller willen gaan behandelen, lees meer hierover). Het zou, ten derde, ook een deelverklaring kunnen zijn voor waarom er micro-agressies tegenwoordig door veel mensen als een groot probleem worden gezien.

Kennis over deze bias, progressiegeïnduceerdeprobleemverschuiving, is belangrijk. Het gaat waarschijnlijk te ver om deze bias alleen als negatief te zien. Er zit beslist een zekere waarde in het steeds hoger leggen van de meetlat. Denk bijvoorbeeld aan armoede. Het is geweldig dat we zoveel progressie hebben geboekt in het bestrijden van armoede de wereld. Maar we moeten de armoede in de wereld die er nog is (en die minder extreem is en minder vaak voorkomt) zeker blijven zien als een groot probleem.

Maar er zitten ook gevaarlijke kanten aan de bias. Zonder tegenmaatregelen tegen deze bias kunnen zoveel problemen oplossen als we willen maar we blijven het gevoel houden te leven in een wereld waarin de hoeveelheid problemen constant is, of zelfs toeneemt. Dit is gevaarlijk omdat het je het gevoel kan opleveren dat problemen oplossen zinloos is of dat progressie niet bestaat. Als je die conclusie trekt, rest weinig anders dan cynisme of nihilisme. En het is onterecht. Progressie bestaat wel. Onze veranderende manier van denken belemmert ons alleen het zicht hierop.

Het tegengaan van deze bias lijkt hardnekkig te zijn. Zelfs wanneer de deelnemers betaald werden om hun probleemdefinitie niet op te rekken, deden ze dat toch. Het is een belangrijke uitdaging om te bedenken hoe we effectieve tegenmaatregelen tegen deze bias kunnen gaan nemen.

 

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (7)
  • Bruikbaar (3)