Binnen progressiegericht werken, gaan we uit van een aantal aannames over mensen, over progressie, over inspanning en over hoe we mensen zo goed mogelijk kunnen helpen. De aannames die over mensen hebben, zouden als volgt kunnen worden samengevat:

  1. We hebben autonomie, competentie en verbondenheid nodig
  2. Geloven dat we onszelf kunnen ontwikkelen, is goed voor ons
  3. Onze natuur is flexibel
  4. Onze intuïtie is onbetrouwbaarder dan we denken

Hieronder volgt een toelichting op elk van deze aannames:

 

1. We hebben autonomie, competentie en verbondenheid nodig

Als we zeggen dat mensen gemotiveerd zijn, bedoelen we dat ze energie voor actie hebben. De beste soort motivatie is autonome motivatie, het soort motivatie dat we voelen als we volledig achter wat we doen staan (Ryan & Deci, 2017). Dit is in het bijzonder het geval als we dingen doen die we interessant vinden (dit heet intrinsieke motivatie) en als we dingen doen die we belangrijk vinden (dit heet geïnternaliseerde motivatie). Deze autonome motivatie vindt plaats als voldaan wordt aan drie psychologische basisbehoeften die wij allemaal hebben: de behoefte aan autonomie, de behoefte aan competentie en de behoefte aan verbondenheid. De behoefte aan autonomie gaat over de beleving dat je zelf kunt kiezen wat je doet en erachter staat wat je doet. De behoefte aan competentie gaat over de beleving dat je gedrag effectief is en dat je in staat bent om gewenste resultaten te bereiken. De behoefte aan verbondenheid gaat over de beleving van een wederzijdse positieve connectie met andere mensen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen uit allerlei culturen en in zowel arme als rijke maatschappijen deze behoeften hebben (zie o.a. Van Egmond et al., 2017). We zouden in plaats van behoeften ook het woord ‘noden’ kunnen gebruiken. Want we hebben de vulling van deze behoeften nodig om goed te kunnen functioneren. Zelfs als we zelf zeggen geen behoefte aan deze drie dingen te hebben zijn ze belangrijk. Zelfs als we zelf niet weten dat we autonomie, competentie en verbondenheid nodig hebben, hangt ons functioneren en welbevinden er van af.

 

2. Geloven dat we onszelf kunnen ontwikkelen, is goed voor ons

Mensen kunnen heel verschillend denken over de ontwikkelbaarheid van hun eigenschappen en capaciteiten. Sommigen neigen naar een statische mindset. Zij geloven dat we onze capaciteiten en eigenschappen maar in beperkte mate kunnen ontwikkelen. Anderen neigen naar een groeimindset. Zij geloven dat we onze eigenschappen en capaciteiten kunnen ontwikkelen mits we ons daarvoor inspannen. Hoe we denken over de ontwikkelbaarheid van onze eigenschappen en capaciteiten blijkt veel invloed te hebben op allerlei aspecten van ons leren. In een statische mindset hebben we de neiging om te proberen bekwaam over te komen en goede prestaties te laten zien. Ook zijn we geneigd om uitdagende taken uit de weg te gaan omdat we het hier mogelijk minder goed in zouden presteren. In een statische mindset zien we het maken van fouten en het ondervinden van tegenslag en moeilijkheden gauw als een aanwijzing dat we op dat gebied waarschijnlijk minder capaciteiten hebben. In een groeimindset zijn we steeds gericht op leren. We zoeken uitdagingen op en zien tegenslag en fouten als noodzakelijke onderdelen van het leren van nieuwe en moeilijke dingen. Het ondervinden van tegenslag en moeilijkheden zien we als een aanwijzing dat ze meer inspanning moeten leveren, een andere strategie moeten proberen of hulp moeten vragen. In het algemeen geldt verder dat een statische mindset meer gepaard gaat met negatieve gevoelens zoals angst terwijl een groeimindset meer geassocieerd is met positieve gevoelens zoals voldoening en plezier.

 

3. Onze natuur is flexibel

De menselijke natuur kan zich op slechte en goede manieren uiten en ontwikkelen. In bepaalde omstandigheden komen vooral negatieve kanten van onze natuur naar boven, zoals egoïsme, agressie, opportunisme, oneerlijkheid, negativisme en apathie. In andere omstandigheden komen vooral positieve kanten van onze natuur naar boven, zoals onbaatzuchtigheid, vreedzaamheid, moraliteit, integriteit, zorgzaamheid, en volharding. Kenmerken van de structuren, systemen en culturen waarbinnen we functioneren, bepalen sterk of vooral de goede of vooral de slechte kanten van onze natuur tot uiting en ontplooiing komen. Hoe we onze structuren, systemen en culturen opbouwen is daarmee van groot belang. De geschiedenis van de mensheid bevestigt het bovenstaande. Door allerlei dingen in ons omstandigheden aan te passen, lijken we er als mensheid langzaam in te slagen om de betere kanten van onze natuur naar boven te brengen. Door het oprichten van instituties zoals overheden, grondwetten, een vrije pers, en gereguleerde markten, slagen we erin om beetje bij beetje iets vreedzamer, empatischer, toleranter, genuanceerde en humaner te worden (Pinker, 2011; 2018).

Dat situaties zo’n sterke invloed hebben, is iets wat we ons in het algemeen te weinig realiseren. Onderzoek binnen de psychologie heeft aangetoond dat we de invloed van situaties op ons gedrag in de regel onderschatten. Dit effect heet de fundamentele attributiefout (Ross, 1977). De fundamentele attributiefout houdt in dat we systematisch de invloed van situaties, structuren en systemen op ons gedrag onderschatten en systematisch de invloed van persoonlijke kenmerken en aanleg op ons gedrag overschatten. Als we ons bewuster worden van de fundamentele attributiefout kunnen we er in zekere mate voor corrigeren. We zullen mensen dan minder snel veroordelen of afschrijven als ze iets fout hebben gedaan. We zullen mensen ook minder snel een heldenstatus geven als ze iets goeds hebben gedaan. Bovendien kunnen we meer gaan geloven in de veranderbaarheid van mensen via het veranderen van hun omstandigheden. We kunnen de kracht van situaties en structuren gaan benutten om het beste in mensen naar boven te halen. Structuren en situaties die onze psychologische basisbehoeften en groeimindset ondersteunen zijn bijvoorbeeld waardevol.

 

4. Onze intuïtie is onbetrouwbaarder dan we denken

Eén van de belangrijkste bevindingen van de psychologische wetenschap is dat de menselijke intuïtie en het menselijke beoordelingsvermogen tamelijk onbetrouwbaar is. Als mensen maken we, vaak zonder dat we dat doorhebben, allerlei inschattings- en beoordelingsfouten. Bekende voorbeelden van zulke fouten zijn de fundamentele attributiefout, de confirmation bias, de negativiteitsbias en het Dunning-Kruger effect. De fundamentele attributiefout betekent het volgende: we onderschatten systematisch de invloed op ons gedrag van situaties, structuren en systemen en we overschatten systematisch de invloed van persoonlijke kenmerken op ons gedrag. De confirmation bias (Nickerson, 1998) is onze, veelal onbewuste, neiging om alleen te zoeken naar bewijst dat onze al aanwezige denkbeelden bevestigt. Ook merken we zulk zelfbevestigend bewijs eerder op (dit wordt selectieve perceptie genoemd) en onthouden we het beter. De negativiteitsbias (Kanouse & Hanson, 1972; Baumeister et al., 2002).) is het verschijnsel dat we negatieve informatie gemakkelijker opmerken dan positieve informatie en dat we geneigd zijn om meer gewicht toe te kennen aan negatieve informatie dan aan positieve. Het Dunning-Kruger effect (Dunning, 2011) is het verschijnsel dat onwetende of incompetente mensen niet weten, en in zekere mate niet kunnen weten, hoe onwetend of incompetent ze zijn. Hierdoor overschatten we onszelf vaak juist op die gebieden waar we het minst van afweten.

Veel van de technieken en principes in de progressiegerichte aanpak kunnen worden gezien als tegenmaatregelen tegen dit soort fouten in ons denken.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (5)
  • Bruikbaar (3)