Er is een nieuw boek verschenen over de psychologie van complimenteren: Psychological perspectives on praise (Brummelman (Ed.), 2020). Complimenteren is een techniek die we vaak gebruiken en vaak met de beste bedoelingen. Maar de psychologie van complimenteren is behoorlijk complex. De effecten van complimenten zijn lang niet altijd wat we ervan verwachten. In dit boek belichten 36 onderzoekers in 16 hoofdstukken complimenten vanuit verschillende theoretische perspectieven zoals de self-enhancement theorie, de self-verification theorie, de attributietheorie, en de zelfdeterminatietheorie. Hieronder bespreek ik kort twee interessante hoofdstukken uit het boek.

Een transactioneel model van complimenten

Eddie Brummelman en Carol Dweck (H7) leggen uit dat ouders en leerkrachten zich vaak verantwoordelijk voelen voor de zelfwaardering en motivatie van kinderen. In landen die van oudsher aangeduid zijn als ‘Westerse’ landen geloven veel volwassenen dat het complimenteren van kinderen een goede manier is om de zelfwaardering en motivatie van kinderen te versterken. Maar de effecten van complimenten zijn vaak paradoxaal.

Brummelman en Dweck presenteren een transactioneel model van complimenten dat een proces beschrijft dat verklaart hoe volwassenen kinderen vaak ineffectieve complimenten geven en blijven geven ondanks deze ineffectiviteit. Dit cyclische model bestaat uit vier stappen:

Het complimenteren komt op gang vanuit de gedachte dat kinderen complimenten nodig hebben om zich goed te voelen over zichzelf, dat de uit complimenten resulterende zelfwaardering nodig is om gemotiveerd te zijn en een goede motivatie de basis is voor ontwikkeling en presteren (stap 1). Bij stap 2 leggen ze uit dat complimenten kunnen variëren in focus en intensiteit:

  1. Focus: gericht op de persoon (Je bent heel slim!) of op het proces (Je hebt goed je best gedaan)
  2. Intensiteit: het compliment kan gematigd (Goed gedaan!) of ‘opgeblazen’ geformuleerd zijn (Je hebt het ongelooflijk goed gedaan!)

Wanneer (‘Westerse’) volwassenen het gevoel hebben dat de zelfwaardering en motivatie van het kind niet zo sterk zijn, hebben ze vaak meer de neiging om persoonsgerichte en opgeblazen complimenten te geven. Bij stap 3 leggen de auteurs uit hoe kinderen reageren op complimenten. In eerste instantie voelt een kind zich vaak goed na een compliment. In tweede instantie hebben persoonsgerichte en opgeblazen complimenten echter belangrijke nadelen.

 

Training Progressiegericht Coachen

 

Wat niet werkt: persoonsgerichte en opgeblazen complimenten

Uit persoonsgerichte complimenten leiden kinderen af dat de becomplimenteerde eigenschap (bijvoorbeeld intelligentie) belangrijk wordt gevonden en dat de volwassene denkt dat het kind deze eigenschap bezit. In reactie hierop ontwikkelt kinderen vaak een bezorgdheid over de mate waarin zij de eigenschap daadwerkelijk bezitten. Ze kunnen uitdagingen gaan vermijden uit angst het compliment niet waar te kunnen maken. Het geven van persoonsgerichte complimenten kan een statische mindset opwekken en lange termijn effecten hebben. Procescomplimenten hebben dit nadeel niet. Ze wekken vaak een groeimindset op en stimuleren het zoeken van uitdagingen.

Opgeblazen complimenten hebben vaak de goede bedoeling om kinderen die zich slecht voelen over zichzelf een goed gevoel te geven over zichzelf. Maar onderzoek laat zien dat opgeblazen complimenten vaak averechts werken. Kinderen die ze ontvangen hebben gaan uitdagingen uit de weg uit angst de hoge standaard die het compliment beschreef (ongelooflijk goed!) niet opnieuw te kunnen waarmaken. Ze hebben vaak het idee de overdreven complimenten niet te hebben verdiend en hun zelfwaardering neemt vaak af in plaats van toe na zulke complimenten.

Deze nadelige effecten merken volwassenen vaak niet goed op. Ze zien de aanvankelijk blije reactie van het kind als een aanwijzing dat hun compliment effectief was. Het nadelige psychologische proces in het hoofd van het kind vindt later plaats en is niet goed zichtbaar voor de volwassene. Toekomstig vermijdend gedrag en een verder verlaagde zelfwaardering brengt de volwassene daardoor niet in verband met de eigen opgeblazen complimenten. Sterker nog, als ze de lage zelfwaardering waarnemen zijn ze vaak geneigd opnieuw overdreven complimenten te geven.

Complimenten door de lens van de zelfdeterminatietheorie

Bart Soenens en Maarten Vansteenkiste (4) kijken naar complimenteren door de lens van de zelfdeterminatietheorie. Ze vatten hun bespreking van de factoren die betrokken zijn bij complimenten en de effecten van deze complimenten samen in de volgende figuur:

De auteurs leggen uit dat de effectiviteit van complimenten in sterke mate afhangt van de functionele betekenis die de ontvanger ervan erin ziet. Grofweg kunnen we twee functies ervaren in complimenten:

  1. Informatief: als het compliment ons informatie geeft over of we effectief bezig zijn geweest. Informatieve complimenten kunnen de psychologische basisbehoeften (met name die aan competentie) ondersteunen waardoor ze een positief effect kunnen hebben op motivatie en welzijn van de ontvanger.
  2. Controlerend: als we het gevoel hebben dat de ander ons onder druk probeert te zetten of te manipuleren. Controlerende complimenten kunnen de psychologische basisbehoeften (met name aan autonomie) ondermijnen waardoor ze motivatie en welzijn van de ontvanger kunnen ondermijnen.

Wanneer de complimenterende persoon neutrale en beschrijvende woorden gebruikt zal dit eerder tot een beleving van een informatief compliment leiden. Wanneer de complimenterende persoon meer dwingende woorden gebruikt (‘jij moet’, ‘jij hoort’ ‘wat ik van je verwacht’, etc.), zal eerder een controlerende betekenis aan het compliment worden toegekend. Ook de nabije context en zelfs de maatschappelijke context kunnen een rol spelen in hoe het compliment bedoeld is. Een context die als heel hiërarchisch of competitief wordt beleefd zal eerder leiden tot een interpretatie van het compliment als controlerend.

Ook de momenten waarop complimenten gegeven worden kan invloed hebben. Complimenten kunnen als controlerend worden ervaren wanneer ouders ze gebruiken om voorwaardelijke achting te communiceren. Deze opvoedstijl waarbij ouders vooral of alleen waardering voor het kind communiceren wanneer het zich gedraagt zoals zij dat willen heeft kan schadelijk zijn.

Procesgerichte en realistische complimenten zijn informatief

Soenens en Vansteenkiste reiken tevens een verklaring aan vanuit de zelfdeterminatietheorie van waarom procescomplimenten en realistische (bescheiden geformuleerde) complimenten beter werken dan persoonscomplimenten en opgeblazen complimenten. Ze redeneren dat procescomplimenten meer informatieve waarde hebben dan persoonscomplimenten omdat ze verwijzen naar specifieke gedragingen of strategieën. Hierdoor kunnen ze het gevoel van competentie dus versterken. Bij persoonscomplimenten kan de ontvanger het gevoel krijgen dat zijn/haar eigenwaarde afhangt van zijn prestatie. Dit type motivatie, dat wel geïntrojecteerde motivatie heet, is kwalitatief niet zo goed.

Ook opgeblazen complimenten hebben vaak relatief weinig informatieve waarde omdat ze geïnterpreteerd kunnen worden als veel te algemeen, onrealistisch of onoprecht. Bovendien kunnen overkomen als controlerend door geïnterpreteerd te worden als het communiceren van een torenhoge verwachting.

Conclusies

  1. Het idee dat we de motivatie van anderen kunnen oppeppen door persoonsgerichte en opgeblazen complimenten voelt intuïtief weliswaar als juist aan maar blijkt onjuist te zijn
  2. We kunnen het beste bescheiden en realistisch in onze complimenten zijn en ze richten op het proces (gedrag, aanpak, etc.) dan op de persoon of eigenschappen van de persoon
  3. Het is verstandig om complimenten informatief in plaats van controlerend te laten zijn. Het eerste versterkt motivatie en welzijn, het tweede verzwakt ze

 

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Bruikbaar (10)
  • Interessant (5)