Eén van de belangrijkste onderdelen van progressiegericht werken is de eerdere-successenvraag. Dit is de vraag naar wanneer het cliënten in het verleden al eens is gelukt om voor elkaar te krijgen wat ze nu proberen te bereiken. Je kunt deze vraag stellen nadat cliënten een helder idee hebben geformuleerd over wat ze willen bereiken. Het stellen van de eerdere-successenvraag levert vaak goede ideeën op en vergroot het optimisme en competentiegevoel van cliënten. Nadat ze zich namelijk hebben herinnerd dat het hen in enige mate al eens is gelukt, wordt het gemakkelijker om te geloven dat het hen nog eens kan lukken.

 

1. Openingsvragen

Hier zijn enkele voorbeeldformuleringen voor de eerdere-successenvraag:

  • Is het je al eens gelukt om zoiets voor elkaar te krijgen?
  • Heb je al eens meegemaakt dat het al iets beter ging?
  • Heb je al eens een situatie meegemaakt die al een beetje was zoals je wilt dat het wordt?
  • Heb je een dergelijk probleem in het verleden al eens weten op te lossen?
  • Is het je al eens eerder gelukt om vooruit te komen in zo’n lastige situatie?
  • Heb je al eens iets gedaan dat gewerkt heeft in een dergelijke situatie?
  • Heb je al eens hoger gestaan op de schaal?
  • Wat is de hoogste positie waarop je al eens op de schaal hebt gestaan?

Deze vragen kun je zien als openingszetten in het zoeken naar eerdere successen. Maar met deze openingsvragen ben je er nog niet.

 

Cliënten zijn zich vaak niet bewust van eerder succes

Een uitgangspunt binnen progressiegericht werken is dat er altijd al situaties waren in het verleden die iets beter gingen. Er is dus altijd al een basis van eerder succes waarop voortgebouwd kan worden. Maar als cliënten bij progressiegerichte coaches komen, zijn ze zich er vaak niet van bewust dat deze basis van eerder succes er al is. Daarom is hun eerste antwoord op de eerdere-successenvraag nogal eens dat ze geen voorbeeld van een eerder succes hebben.

In reactie op dit eerste afwijzende antwoord van cliënten veranderen coaches soms de zoekrichting van hun vraag. In plaats van te vragen naar een eerder succes in een situatie die leek op de huidige, problematische, situatie gaan ze dan vragen naar een succes in een andere situatie. Stel dat de cliënt een probleem heeft in situatie X en geen voorbeeld van eerder succes kan vinden in een situatie die leek op X. Veel coaches zijn dan geneigd om een vraag te stellen in de trant van: “Zijn er andere situaties, bijvoorbeeld situatie Y, waarin het je wel is gelukt om ….?”

In het algemeen kun je dit beter niet doen. Deze vraag naar een succes in een andere situatie is weliswaar vaak gemakkelijker te beantwoorden voor de cliënt maar blijkt meestal achteraf ook minder relevant. Je een succes herinneren in een andere situatie geeft je niet een vergelijkbaar optimisme en competentiegevoel als het vinden van een eerder succes in een situatie die sterk leek op de situatie waarin je nu een probleem ervaart.

 

Zoek het eerdere succes op de goede plek

Om eerdere successen relevant te laten zijn, is het belangrijk dat ze verbonden zijn aan de progressiebehoefte en aan de gewenste situatie. De progressiebehoefte is dat wat de cliënt wil dat er beter wordt. De gewenste situatie is wat de cliënt wil bereiken. Het eerdere succes dat gezocht wordt, is een voorbeeld van een situatie in het verleden die leek op de gewenste situatie. Als een dergelijk relevant voorbeeld wordt gevonden, leidt dit steevast tot optimisme, zelfvertrouwen en motivatie.

Het is misschien wat tegen-intuïtief om naar zo’n voorbeeld te zoeken. Cliënten ervaren immers vaak juist in hun progressiebehoefte een probleem en ze hebben juist vaak nog niet de beleving dat hun gewenste situatie al eerder in enige mate is voorgekomen. Het is alsof je ze vraagt het succes te zoeken precies daar waar hun probleem zich bevindt. En dat is eigenlijk ook waar het meestal op neerkomt. Je vraagt ze te zoeken naar kleine positieve momentjes binnen een onderwerp dat nu nog misschien overwegend negatief is voor hen. En daar ligt precies de kracht. Als het hen lukt binnen dat onderwerp die kleine succesjes op te sporen, leidt dit tot een kanteling van hun perspectief. Blijkbaar is het wel mogelijk om binnen dit onderwerp iets te doen wat werkt.

 

2. Cliënten helpen om een voorbeeld te vinden

Omdat cliënten in eerste instantie dus meestal niet snel een voorbeeld van een eerder succes kunnen vinden, is het belangrijk om hen hierbij goed te helpen. Je kunt hiertoe drie concrete dingen doen:

  1. normaliseren
  2. extra tijd geven
  3. kleiner maken

Wanneer cliënten in eerste instantie geen eerder succes zeggen te kunnen vinden, is het goed om eerst te normaliseren. dit kun je doen door bijvoorbeeld te zeggen: “Ik kan me voorstellen dat je daar niet direct een goed voorbeeld van kunt vinden. Het is ook best een moeilijke vraag.” Vaak reageren cliënten hier instemmend op. Normaliseren helpt omdat cliënten dan minder het gevoel hebben dat zij falen terwijl ze niet direct een voorbeeld van een eerder succes kunnen noemen. Normaliseren helpt hen om dit niet aan henzelf te wijten maar aan de moeilijkheid van de vraag.

In tweede instantie kun je hen extra tijd geven. Het laten vallen van een stilte in een gesprek vinden mensen vaak ongemakkelijk. Langer nadenken dan een paar seconden doen ze daarom vaak niet gemakkelijk uit zichzelf. Maar als je hen rustig de tijd geeft, wordt het gemakkelijker om langer door te denken. En langer doordenken is meestal echt nodig voor het vinden van een voorbeeld van een eerder succes. Je kunt hen eenvoudigweg extra tijd geven door iets te zeggen als: “Neem maar even de tijd om er rustig over na te denken.”

Als cliënten na even rustig te hebben nagedacht nog geen voorbeeld kunnen vinden van een eerder succes dan kun je nog iets doen, namelijk de vraag herformuleren in de richting van een kleiner eerder succes. Dit kun je bijvoorbeeld doen via de volgende formulering: “En heb je al eens een situatie meegemaakt waarin het al een klein beetje lukte? … Een situatie waarin het al een beetje was zoals je wilt dat het wordt?” Vaak is dit voldoende om cliënten ertoe te bewegen opnieuw te zoeken naar een eerder succes.

Soms gebeurt het dat cliënten zelf met een voorbeeld van een eerder succes komen dat niet gekoppeld is aan hun eigen progressiebehoefte en gewenste situatie. Ze kunnen dan bijvoorbeeld zeggen: “Ik heb geen voorbeeld van hoe het me in situatie X is gelukt maar wel een voorbeeld van hoe het me in situatie Y is gelukt.” Als coach kun je dan hierbij aansluiten en cliënten de gelegenheid geven om dit eerdere succes in die situatie Y te beschrijven. Nadat je hierover hebt doorgevraagd kun je vragen of het bespreken van de situatie nuttig was. Vervolgens kun je eventueel alsnog terug naar je oorspronkelijke vraag: “En is het je ook al eens een beetje gelukt in situatie X?”

 

3. Analyseren van het eerdere succes

Als je al deze dingen hebt gedaan en cliënten hebben een voorbeeld van een eerder succes gevonden dan kun je dit eerdere succes samen met hen analyseren. Je kunt goed doorvragen over wat er anders was in die situatie, wat zijzelf anders deden en wat er vooral goed werkte. Je vraagt door totdat er een duidelijke beschrijving komt van het eigen effectieve gedrag van de cliënt in die eerdere successituatie.

Op deze manier werken, leidt er vrijwel altijd toe dat cliënten al een voorbeeldje van een eerder succes weten te vinden (en mocht dat onverhoopt toch een keer niet lukken dan kun je de observatiesuggestie meegeven). Precisie in je vraagstellingen en je manier van helpen en doorvragen maakt het voor cliënten veel gemakkelijker om voorbeelden te vinden die relevant voor hen zijn. Heb je deze vaardigheid goed onder de knie dan heb je een van de krachtigste progressiegerichte instrumenten in handen gekregen.

 

Meer over progressiegericht werken

 

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Bruikbaar (5)
  • Interessant (4)