4 Principes voor het opzetten van trainingen

Eén van de interessante dingen waar we momenteel mee bezig zijn is het geven van trainingen aan trainers die progressiegericht willen werken. In die trainingen gaan deelnemers aan de slag met het ontwerpen van progressiegerichte trainingsopzetten en met het oefenen met progressiegerichte trainingsinterventies. Ze krijgen bijvoorbeeld gelegenheid om te oefenen in het geven van instructies, het uitvragen na oefeningen, het geven van theoretische uitleg en het reageren op lastige uitingen van cursisten.

Vraag van een deelnemer

Eén van de deelnemers in een recente training, Loes, stelde een interessante vraag die ik hier even wil bespreken. Zij vroeg ons:

Ik geef een meerdaagse training en vind het heel lastig om een keuze te maken uit alle belangrijke onderwerpen die er zijn. Wat zijn de eerste keuzes die jullie maken bij het opzetten van een meerdaagse training? Hoe bepalen jullie wat jullie in welke dag aanbieden? Wat zijn do’s en don’ts en wat zijn de ‘regels’ die daar voor jullie onder liggen?

We vonden dit een interessante vraag en hoewel we zelf ook nog verder aan het leren zijn over dit onderwerp, hebben we er ook al wel een aantal ideeën over. Hier zijn onze beknopte antwoorden aan Loes aan de hand van 4 principes:

1. Het beperken van het aantal onderwerpen is verstandig

Als trainers hebben we vaak de neiging om onze trainingsdagen nogal vol te stoppen. Dit doen we met goede bedoelingen. We willen cursisten vaak veel laten leren. Maar in het algemeen is het aan te bevelen om het aantal onderwerpen beperkt te houden.

Onderzoek laat zien dat een diepergaande (en dus herhaalde) behandeling van enkele onderwerpen het leren van cursisten beter ondersteunt dan oppervlakkige behandeling van veel verschillende onderwerpen (Bransford & Cocking, 2000).

2. Hoe kun je bepalen welke onderwerpen je laat vallen?

Een belangrijke manier om dit te doen is om goed te kijken naar je doelgroep (je cursisten dus). Hebben ze aangegeven dat ze bepaalde onderwerpen vooral interessant of nuttig vinden dan is het verstandig die een hogere prioriteit te geven.

Onderwerpen die je maar met moeite kunt schrappen kun je desnoods via een andere weg onder de aandacht brengen (ooit een vervolgtraining, een internetpagina met linkjes na afloop van je training, etc.)

3. Wat op welke dag?

Bij de keuze wat je op welke dag behandelen kunt, pleiten we ervoor om rekening te houden met de praktijk en de voorkennis van de cursisten. Bij leidinggevenden start je bijvoorbeeld met sturen, bij coaches met helpen.

Geef hen stap voor stap de gelegenheid om nieuwe kennis te koppelen aan wat ze al wisten. In het algemeen past hierbij een opbouw in je training over de dagen heen van meer basale kennis naar meer complexe kennis en van zelf oefenen naar deliberate practice met trainer.

4. Wat fascineert jou zelf?

De autonome motivatie van de trainer zelf gaat samen met een hoge kwaliteit van motivatie en diepgaander leren bij de cursisten. Een vierde criterium bij je keuze kan dan ook je eigen fascinatie zijn van dat moment (wat vind je zelf interessant en nuttig om te behandelen?).

Train-de trainer is leuk en win-win

Wij vinden het leuk en nuttig om trainers te trainen. Ons streven is om de organisaties te ondersteunen om zelf met progressiegerichte technieken aan de slag te kunnen gaan. Vaak werken we dan met een train-de-trainer model. Interne trainers kunnen dan binnen de organisatie zelf medewerkers trainen en ondersteunen.

Dit is voor die trainers vaak stimulerend en leerzaam. Daarnaast is het een oplossing die uiteindelijk meestal goedkoper is voor de organisatie dan steeds externe trainers te moeten inhuren.

En het is een win-win oplossing. Ook voor ons is deze oplossing namelijk beter. Wij hebben eenvoudigweg niet de tijd om in alle organisaties waarvoor we werken op grote schaal trainingen te verzorgen. Bovendien vinden we het bijzonder leuk om interne (en externe) trainers te trainen en ondersteunen.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (2)