De dubbelprocesaanpak naar progressie

Soms is een dubbelprocesaanpak nuttig en nodig om progressie te boeken. Bij deze aanpak benoem je zowel wat je meer wilt gaan doen als wat je minder wilt gaan doen. Lees hieronder wanneer een dubbelprocesaanpak aan de orde is en hoe je hem kunt benutten.

Vaak is het beter om te benoemen wat je wel wilt dan wat je niet wilt

In veel gevallen is het goed om niet zozeer te benoemen wat je niet wilt maar in plaats daarvan wat je wel wilt. Het alleen benoemen van wat je niet wilt kan namelijk soms onduidelijk zijn. Als je weet wat je niet wilt, weet je namelijk vaak nog niet automatisch wat je ervoor in de plaats wilt. We maken wel eens de vergelijking met het naar winkel gaan met een boodschappenlijstje waarop alleen staat wat je niet moet kopen (geen suiker, geen peren, geen limonade). Dat is niet genoeg. Je moet weten wat je wel wilt kopen.

Leidinggevenden doen er in stuurgesprekken meestal goed aan om medewerkers niet allen te vertellen wat ze niet willen dat de medewerkers doet (“Je moet de klant niet steeds onderbreken”) maar vooral wat ze wel verwachten (“Geef de klant maar rustig de gelegenheid om uit te spreken”).

Door de verwachting in positieve termen te verwoorden bereik je als leidinggevende ten minste twee voordelen. Ten eerste is kans op een defensieve reactie van de medewerker minder groot omdat deze zich waarschijnlijk minder aangevallen voelt. Ten tweede is de kans groter dat de medewerker snapt wat de verwachting is (uit laten spreken is concreter dan niet onderbreken).

Situaties die vragen om een dubbelprocesaanpak

Maar er zijn situaties waarin het wel degelijk goed is om zowel te benoemen wat je niet wilt als te benoemen wat je wel wilt. We noemen dit situaties die vragen om een dubbelprocesaanpak. Een dergelijke aanpak is nuttig wanneer er zowel effectieve als schadelijke gedragingen bekend zijn en waarbij die effectieve dingen niet simpelweg het tegenovergestelde zijn van de schadelijke dingen.

Een voorbeeld is roken. Als je rookt, is het verstandig hiermee te stoppen. Er is geen positief tegenovergestelde van roken. Meer broccoli eten is niet het positieve tegenovergestelde van roken. Iemand rustig laten uitspreken betekent automatisch dat je hem niet onderbreekt. Meer broccoli eten betekent niet automatische dat je niet meer rookt.

Meer broccoli eten kan heel verstandig zijn maar is geen remedie tegen de gevaarlijke kanten van roken. Als je rookt is het sowieso verstandig om te stoppen.

De dubbelprocesaanpak bij motivatie-ondersteuning en groeimindset-ondersteuning

Twee andere voorbeelden gaan over het scheppen van een motiverend en een groeimindset-ondersteunend werkklimaat of onderwijsklimaat. Uit de zelfdeterminatietheorie en de mindsettheorie is zowel bekend welke dingen hiervoor behulpzaam zijn als welke dingen belemmerend zijn. In de onderstaande figuren toont de X-as welke dingen ondersteunend zijn voor motivatie / de groeimindset en op de Y-as welke dingen hiervoor belemmerend zijn.

Bij enquête-onderzoek dat we doen in bedrijven en scholen zien we dat individuen op allerlei plekken in deze assenstelsels terecht komen (behalve veld 7). Veld 9 is optimaal. Individuen die daar terechtkomen vertonen veel ondersteunend gedrag en weinig belemmerend gedrag. Veld 1 is het minst effectief. Individuen die daar terechtkomen vertonen veel ondermijnend en weinig ondersteunend gedrag. Zij doen er goed aan om zowel te werken aan het doen van minder ondermijnende als meer ondersteunende dingen.

De meerderheid van de mensen komt meestal in één van de andere velden terecht. Het veld waar je terechtkomt kun je benutten om prioriteiten te stellen. Iemand die in veld 4 terecht komt vertoont heel weinig ondersteunend gedrag en scoort qua ondermijnend gedrag gemiddeld. Deze individuen kunnen het snelst progressie boeken door meer ondersteunend gedrag te gaan vertonen.

Individuen die in veld 6 terechtkomen vertonen al heel veel ondersteunend gedrag en zouden de meeste progressie kunnen vertonen door het aantal ondermijnende gedragingen dat zij nog vertonen wat te verlagen. Individuen in veld 5 zouden gelijkelijk kunnen werken aan het vermeerderen van behulpzame gedragingen en het verminderen van belemmerende gedragingen.

Prioriteiten stellen voor progressie

De onderstaande figuur geeft aan waar je de prioriteit kunt leggen om progressie te boeken afhankelijk van waar je score uitvalt. Dikke pijlen staan voor een hoge prioriteit, dunne pijlen voor een lagere prioriteit.

Drie vragen voor progressie

Wanneer je gedetailleerde informatie hebt over hoe individuen scoren op zowel ondersteunend als ondermijnend gedrag kun je de bovenstaande aanpak volgen. Wanneer je niet beschikt over dergelijk gedetailleerde informatie kun je een wat eenvoudigere algemene aanpak volgen. Deze komt neer op het stellen van de volgende drie vragen:

  1. Welk effectief gedrag vertoon je al? (En hoe lukt je dit al?) Deze vraag is nuttig als startvraag omdat hij mensen helpt in te zien dat ze al dingen doen die werken. Dit kan hun competentiegevoel en optimisme vergroten.
  2. Welk effectief gedag wil je (nog) meer gaan vertonen? Deze vraag is nuttig omdat hij mensen helpt om concreet te kiezen hoe ze willen gaan werken aan het versterken van hun vaardigheden.
  3. Welk ineffectief of schadelijk gedrag wil je (nog) minder gaan vertonen? Deze vraag is nuttig omdat hij mensen helpt om concreet te kiezen hoe ze progressie kunnen gaan boeken door te stoppen met het doen van dingen die niet werken (of zelfs averechts werken).
Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (2)