In 2011 publiceerden Teresa Amabile, een hoogleraar aan Harvard Business School, en Steven Kramer, een ontwikkelingspsycholoog, het boek The Progress Principle: Using Small Wins to Ignite Joy, Engagement, and Creativity at Work. Het boek vormt één van de meest overtuigende bewijsstukken voor het belang van focussen op progressie in werksituaties. In het boek doen zij verslag van een grootschalig onderzoek naar het presteren en de motivatie van medewerkers.

 

Eén van de dingen die Amabile en Kramer deden was het houden van een enquête bij meer dan 600 managers uit tientallen bedrijven. Ze vroegen hen om van vijf factoren in werk te rangordenen naar de impact die zij hadden op de motivatie en emoties van medewerkers. Die vijf factoren waren: erkenning voor goed werk, financiële prikkels, interpersoonlijke ondersteuning,  vooruitgang boeken en duidelijke doelen. De meerderheid van deze managers koos “erkenning voor goed werk”. Maar een meerjarig onderzoek dat de dagelijkse activiteiten van 238 mensen in 26 projectteams uit 7 organisaties volgde liet zien dat deze managers het bij het verkeerde eind hadden.

Het onderzoek keek naar de relaties tussen gebeurtenissen op werkdagen, innerlijk werkleven (de percepties, emoties en motivatie van het individu) en individueel presteren (creativiteit, productiviteit, betrokkenheid en collegialiteit).  work life (the perceptions, emotions and motivation of the individual) and individual performance (creativity, productivity, work commitment, and collegiality). De belangrijkste bevinding van het onderzoek was dat drie soorten gebeurtenissen de sterkste effecten hadden op werkbeleving en functioneren: 1) progressie in betekenisvol werk, 2) katalysatoren (gebeurtenissen die het projectwerk in directe zin ondersteunen) en 3) ‘voedende’ gebeurtenissen (interpersoonlijke gebeurtenissen die de mensen die het werk doen stimuleren). Van deze drie factoren is progressie met voorsprong de meest krachtige. De negatieve tegenovergestelden van deze drie factoren (tegenslagen, remmers, en ‘gifstoffen’) hadden negatieve effecten op de werkbeleving en het functioneren. Hun effect bleek veel sterker dan dat van de positieve factoren. Opvallend was ook dat zelfs kleine progressie of tegenslagen sterke effecten hadden op werkbeleving en functioneren.

 

Ik maakte de onderstaande figuur die kort de belangrijkste bevindingen van het onderzoek samenvat:


Vraag: Wat zijn uw gedachten over dit onderzoek? Is het bruikbaar?

English version