De plus achter je eigen minHet maken van negatieve, kritische opmerkingen in gesprekken werkt vaak niet zo goed. Wanneer je bijvoorbeeld een stuurgesprek begint met het becommentariëren van wat iemand in jouw ogen fout heeft gedaan loop je het risico dat je gesprekspartner defensief wordt. En als je een meningsverschil met iemand hebt en deze persoon bekritiseert dan is de kans niet gering dat je kritiek terug krijgt. Wanneer mensen geconfronteerd worden met negatieve uitingen zoals kritiek dan zetten zij zich vaak schrap en komen zij zelf in hun reactie ook met iets negatiefs. In de hersenen kun je zien dat bij negatieve gebeurtenissen in gesprekken er cortisol wordt geproduceerd wat er voor zorgt dat we defensiever worden en minder genuanceerd. Kortom: negativiteit wekt negativiteit bij de ander op. Anders gezegd: geef je iemand een minnetje dan is de kans groot dat je een minnetje terugkrijgt. 

Het reciprociteitsprincipe stelt dat we teruggeven wat we krijgen. Geeft iemand ons iets negatiefs dan geven we iets negatiefs terug. Ontvangen we echter iets positiefs dan geven we iets positiefs terug. Als wij dus willen dat iemand ons iets positiefs geeft in een gesprek (bijvoorbeeld zijn of haar creatieve ideeën) dan moeten we er proberen te zorgen dat wij zelf, zo goed als we kunnen, negativiteit vermijden en de andere persoon ook iets positiefs geven.

Dat klinkt eenvoudig maar er is een complicatie. Wat doe je nu als je iemand iets ziet doen waar je wel degelijk heel kritisch over bent? Moet je daar dan maar over zwijgen en mooi weer spelen? Nee, dit is zeker niet wat ik aanraad!

Het is vaak een goed idee om te gaan praten. Maar voordat je gaat praten is het meestal verstandig om je eigen negativiteit om te bouwen naar positieve vragen en opmerkingen. Als je bijvoorbeeld een medewerker iets onhandig of verkeerd ziet aanpakken (ik noem maar een willekeurig voorbeeld: hij onderbreekt zijn klant steeds) denk dan even na over hoe je wilt dat deze persoon het beter doet en hoe dat zou helpen. Vraag hem vervolgens hoe hij dit voor elkaar zou kunnen krijgen (“Voor klanten is het vaak prettig en belangrijk om veel ruimte te krijgen om hun gedachten onbelemmerd naar voren te brengen. Hoe kun jij hen helpen om dat te doen?).

Het is geen probleem als jij negatief denkt over wat je iemand ziet doen. We zijn als mensen vaak nu eenmaal wat gevoeliger voor negatieve informatie dan voor positieve informatie. We hoeven onszelf er dus niet schuldig over te voelen. Het is normaal. Het opmerken van het negatieve is ook nuttig. Het helpt ons om te ontdekken waar verbetermogelijkheden liggen.

Maar wat we nodig hebben om effectief te zijn is dat we de negativiteit die we ervaren in ons hoofd kunnen transformeren in positieve en constructieve vragen en boodschappen voordat we in gesprek gaan met de andere persoon. De essentie van deze transformatie komt overeen met de techniek de plus achter de min zoeken. We nemen de negatieve observatie of gedachte serieus en we onderzoeken wat er achter deze negatieve observatie of gedachte zit. Blijkbaar is het onderwerp belangrijk. Hoe kunnen we dit belang positief verwoorden? Als we hier achter zijn gekomen kunnen we effectiever het gesprek aangaan.

We hoeven trouwens niet krampachtig te proberen iedere negatieve uiting uit onze gesprekken te bannen. Zover hoeven we niet te gaan. Het helpt vaak al genoeg als we ons iets sterker bewust zijn van het reciprociteitsprincipe en er voorafgaand aan gesprekken een beetje rekening mee proberen te houden. Voor de ander kan dat al een wereld van verschil uitmaken.

 

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (6)
  • Bruikbaar (10)