Welke waarden zijn goed voor jonge mensen?

Welke waarden en doelen jonge mensen omarmen heeft veel invloed op de identiteit die zij ontwikkelen, op hoe ze functioneren en op hoe goed zij zich voelen. Als dat zo is, dan is de volgende vraag belangrijk: wat voor soort waarden en doelen zijn goed voor ons en welke zijn minder goed? Grofweg bestaan hier twee soorten antwoorden op waarvoor enig bewijs is maar die wel haaks op elkaar staan: de zelfdeterminatietheorie (Ryan & Deci, 2017) en het persoons-omgevingsfit perspectief (Kristof-Brown et al., 2005).

De zelfdeterminatietheorie (ZDT)

De zelfdeterminatietheorie gaat er vanuit dat intrinsieke waarden en doelen beter zijn voor mensen dan extrinsieke (lees meer). Intrinsieke doelen zijn gericht op dingen die onze basisbehoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid bevredigen. Deze dingen waarderen we inherent, ze zijn een doel op zich. Extrinsieke doelen zijn gericht op instrumentele opbrengsten, zoals geld, roem of macht. Deze opbrengsten zijn instrumenten in de zin dat ze gebruikt kunnen worden om iets anders te bereiken (bijvoorbeeld een dure auto kopen). Ze zijn geen doel op zich. Eerder heb ik onderzoek genoemd dat suggereert dat intrinsieke doelen beter voor ons zijn (zie hier).

Het persoons-omgevingsfit perspectief (POF)

Dit perspectief gaat er vanuit dat elk type waarden en doelen kan leiden tot floreren mits deze maar aansluiten bij de waarden en de doelen die in de omgeving van het individu worden benadrukt. Meerdere onderzoeken hebben laten zien dat individuen die wat betreft hun waarden en doelen passen binnen de cultuur waarin ze zich bevinden, of dat nu een organisatie- of een landscultuur is, zich in het algemeen beter voelen en ook beter functioneren. 

World Value Survey onderzoek bij jongeren

Van den Broeck (foto) et al. (2019) probeerden aan de hand van de World Value Survey een antwoord te vinden op de vraag welke van de twee bovengenoemde perspectieven het meest juist is. De onderzoekers brachten op basis van de deze data in kaart wat de gemiddelde waarden per land (voor 54 landen) waren voor intrinsieke en extrinsieke waarden. 

Daarnaast onderzochten zij de samenhang tussen deze ‘landswaarden’ en het individuele welzijn van jongeren in de leeftijd van 18 tot 30 jaar (N=25442), rekening houdend met hun individuele waarden. Ze formuleerden twee sets van hypotheses. De eerste set was gebaseerd op de ZDT, de tweede op de POF. 

Resultaten bevestigen grotendeels de ZDT

De gevonden resultaten bevestigden in grote lijnen de verwachtingen gebaseerd op de ZDT. Jonge mensen zijn in het algemeen gelukkiger en tevredener met hun leven wanneer ze intrinsieke waarden hebben en leven in landen waarin meer intrinsieke waarden worden benadrukt en waarin extrinsieke waarden als minder belangrijk worden gezien. 

Dit gezegd hebbend, is het belangrijk om twee op het oog verrassende resultaten te noemen die uit dit onderzoek kwamen. Ten eerste: jongeren die in landen leven waarin extrinsieke waarden worden benadrukt zeggen zich in het algemeen gelukkiger te voelen als ze extrinsieke doelen stellen dan wanneer ze doelen hebben die haaks staan op de heersende cultuur. Maar toch zijn deze jongeren in deze landen in het algemeen minder gelukkig en tevreden dan jongeren in landen met intrinsieke doelen. Ten tweede: er werd  een positieve relatie gevonden tussen extrinsieke en zelf-gerapporteerde gezondheid. 

Deze verrassende resultaten kunnen te maken hebben met een vertekenend effect dat kan optreden bij zelfrapportages (lees ook dit). Een illustratie hiervan wordt beschreven in een nieuw boek van Pickett & Wilkinson (2019). In landen met een grotere inkomensongelijkheid bestaat een grotere concurrentie om status. Inwoners van dergelijke landen vinden het in het algemeen belangrijker om een positief beeld van zichzelf te communiceren. Dit kan leiden tot de verrassende situatie dat in een land als Japan minder mensen hun eigen gezondheid als goed beoordelen dan in Amerika, terwijl mensen in dat laatste land een kortere levensverwachting hebben. Er zijn sterke aanwijzingen voor het paradoxale verschijnsel dat in landen met veel sociale problematiek mensen hun eigenwaarde proberen te beschermen door zich zelf positiever te beschrijven dan mensen in landen waar het in veel opzichten beter gaat.

Conclusie en implicaties

Overall bleek de ZDT de gevonden resultaten beter te verklaren. Afgaand hierop lijkt het raadzaam om als individu intrinsieke waarden en doelen te omarmen en onze kinderen ook in deze richting te stimuleren. Ook het veranderen van organisatieculturen en landsculturen in de richting van intrinsiekewaardenculturen lijkt raadzaam. 

Met andere woorden: laten we minder belang hechten aan en minder geluk en voldoening verwachten van geld, roem en macht en meer van interessante, leuke en nuttige dingen doen met en voor andere mensen. 

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (8)
  • Bruikbaar (1)