In Positieve effecten van een focus op progressie zet ik bewijs op een rijtje dat de perceptie van progressie samenhangt met dingen als welbevinden, motivatie en een betere mentale en fysieke gezondheid. In dat bericht noemde ik ook dat progressie vooral leidt tot vooruitgang wanneer deze samenhangt met de vervulling van de behoefte aan autonomie, competentie en verbondenheid (Sheldon & Kasser, 1998).

Hiermee samenhangend is Sheldon and Elliots (1999) zelfconcordantietheorie.  De zelfconcordantie van doelen geeft de mate weer waarin deze doelen consistent zijn met de ontwikkelende interesses en waarden van de persoon. (Het woord ‘concordantie’ betekent ‘overeenstemming’).

Vasalampi, Salmela-Aro, & Nurmi, J.-E. (2009) die empirische steun vonden voor zelfconcordantietheorie beschrijven de theorie als volgt: “[…] persoonlijke doelen hebben die gekozen zijn voor autonome redenen verhoogt doelgerichte inspanning en daardoor progressie in de richting van het doel. Progressie, op haar beurt, leidt tot een toename van subjectief welbevinden en aanpassing.” De auteurs visualiseren dit als volgt:

Dit suggereert dat we, wanneer we maar kunnen, individuen moeten aanmoedigen en ondersteunen om doelen na te streven die passen bij hun persoonlijke interesses en waarden.

 

English version