3 Soorten schade van onrealistische overtuigingenMet irrationele overtuigingen bedoel ik overtuigingen die incoherent of logisch inconsistent zijn en in strijd met wat we weten over de werkelijkheid (in strijd met aanwezig bewijs dus). Niemand is vrij van onrealistische overtuigingen. Onze manier van interpreteren van de werkelijkheid is niet perfect. We zijn behept met systematische vertekeningen in hoe we de werkelijkheid waarnemen (lees meer). Bovendien hebben we allemaal onvermijdelijk door onze opvoeding en cultuur denkbeelden meegekregen die achterhaald kunnen zijn zonder dat we daar bewust bij stil staan.

Dat we irrationele denkbeelden hebben, betekent niet dat we daar in moeten berusten. Mijn stelling is dat het kritisch beschouwen van je eigen denkbeelden goed is. Het stelt je in staat om je kijk op de wereld te ontwikkelen en realistischer te maken. Dat is om verschillende redenen geen gemakkelijk proces.

In dit artikel beschreef ik de volgende vier factoren die het veranderen van onrealistische overtuigingen kunnen bemoeilijken: (1) de confirmation bias, (2) zelfvervullende voorspellingen, (3) jezelf labelen naar je overtuigingen en (4) sociale druk. In dit artikel beschreef ik vervolgens enkele manieren om die obstakels te overwinnen.

In dat artikel voegde ik ook – kort – iets toe over wat het belang kan zijn van het overwinnen van onrealistische overtuigingen: “Als we achterhaalde denkbeelden loslaten, laten we een misplaatst gevoel van zekerheid los. Misschien leidt dit ertoe dat we meer met vraagtekens dan met uitroeptekens gaan rondlopen in ons leven. Maar ik denk dat we zullen ontdekken dat het leven met vraagtekens minder moeilijk is dan het lijkt en meer oplevert dan je misschien verwacht.”

Ik realiseer me dat deze uitleg nogal beknopt is en wil nu iets meer zeggen over het belang van het voortdurend bijstellen van onjuiste denkbeelden/overtuigingen. Kort samengevat zie ik 3 soorten mogelijke schadelijke effecten van het vasthouden aan achterhaalde denkbeelden:

  1. Schade voor jezelf. Je kunt jezelf schade berokkenen door je onjuiste overtuigingen door dingen te doen die schadelijk voor je zijn en/of door dingen na te laten die die goed voor je zouden zijn. Enkele voorbeelden: doorroken omdat je onderzoek dat de relatie tussen roken en kanker laat zien, niet vertrouwt, ‘doorstoken’ omdat je denkt dat global warming niet plaatsvindt of niets met menselijk gedrag te maken heeft, jezelf een medische behandeling ontzeggen omdat je gelooft dat alternatieve ‘geneeskunde’ beter en betrouwbaarder is, niet je best doen om ergens goed in te worden omdat je denkt het talent ervoor te missen, je contacten met vrienden en familie verbreken en je baan opzeggen omdat je je hebt aangesloten bij een religieuze sekte, etc.
  2. Schade voor anderen. Je kunt, op basis van onjuiste overtuigingen, anderen dingen laten doen die schadelijk zijn en anderen belemmeren om te doen wat goed is. Voorbeelden hiervan: kinderen een medische behandeling ontzeggen op religieuze of andere levensbeschouwelijke gronden, mensen ronselen voor een religieuze strijd, mensen afraden om te proberen ergens goed in te worden omdat ze naar jouw idee er het talent voor missen, homeopathische ‘geneesmiddelen’ aanbevelen of verkopen, etc. Belangrijk om in te zien is dat er kunnen verschillende motieven zijn om anderen dit soort schade toe te brengen. De motieven kunnen oprecht zijn. Dat is het geval wanneer de persoon die anderen tot schadelijk gedrag beweegt zelf ook overtuigd is van de juistheid van de onderliggende overtuiging. Maar motieven kunnen ook onoprecht zijn. Je kunt anderen ook schadelijk gedrag laten vertonen voor eigen gewin (denk aan het verkopen van homeopathische ‘geneesmiddelen’).
  3. Maatschappelijke schade. Onjuiste overtuigingen kunnen ook maatschappelijke schade opleveren. Een voorbeeld is het belemmeren van goed onderwijs vanwege religieuze denkbeelden (“de evolutieleer is in strijd met de Bijbel!”). Irrationele denkbeelden kunnen ook maatschappelijke verdeeldheid veroorzaken en versterken. Denk bijvoorbeeld aan de spanningen en strijd die wereldwijd niet alleen tussen religieuze groepen optreden maar ook binnen religieuze groepen. Dit soort spanningen belemmeren het ontstaan van een gevoel van verbondenheid en houden nodeloos verdeeldheid in stand. Voor de duidelijkheid: vrijheid van religieus denken is naar mijn overtuiging een groot goed. Je vragen stellen over of er een god bestaat en hier hypotheses over ontwikkelen is op zich helemaal niet irrationeel of schadelijk. Schadelijke effecten treden vooral op wanneer vrijheid in denken over religieuze onderwerpen ingeperkt wordt. Dit is ironisch genoeg meestal vooral het geval wanneer georganiseerde religies machtig worden. De reden is dat binnen die religies minder ruimte voor vragen bestaat. In plaats daarvan zijn min of meer onwrikbare antwoorden, dogma’s, geformuleerd. Deze antwoorden nemen de ruimte weg voor volgers van de religie om vragen te blijven stellen en eigen antwoorden te blijven vinden. Dit levert de paradoxale situatie op dat in de meest religieuze samenlevingen (zoals in landen in het Midden-Oosten) er sprake is van de geringste vrijheid van religieus denken. Georganiseerde religie is niet het enige voorbeeld van een bron van schadelijke irrationaliteit en de daarmee samenhangende verdeeldheid. Een zelfde soort verdeeldheid kan ontstaan door bijvoorbeeld nationalistische of racistische ideologieën, onrealistische ideeën dat de eigen natie of het eigen ‘ras’ superieur zou zijn.

Vasthouden aan irrationele overtuigingen kan schade opleveren voor jezelf en anderen. Het stapje voor stapje updaten van onze kijk op de werkelijkheid kan bijdragen aan progressie onder andere in de vorm van meer eenheid. We moeten niet in perfectionistische termen over dit onderwerp te denken. We hoeven niet in een kramp te schieten zo gauw we onszelf of iemand anders betrappen op een onrealistische overtuiging. Het is normaal om die in zekere mate te hebben. Maar we kunnen onszelf en anderen helpen om te bewegen in een richting van een meer realistische kijk op de werkelijkheid. We kunnen kritisch leren kijken naar wat onze overtuigingen zijn, hoeveel vertrouwen we hebben in die overtuigingen en waar we dat vertrouwen precies op baseren. Vervolgens kunnen we onszelf en anderen vragen stellen die ons helpen om realistischer te gaan denken. Hoe autonomer en veiliger we ons voelen terwijl we dit doen, hoe groter de kans op progressie.

 

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (7)
  • Bruikbaar (5)