Zuiver altruïsme: bestaat het? Hoe ziet de menselijk natuur eruit? Zijn mensen van nature goed of slecht? Zijn we puur egoïstisch of zijn we ook in staat tot puur onbaatzuchtig (altruïstisch) handelen? Zijn we vooral in een voortdurend gevecht met elkaar verwikkeld of is het juister om te stellen dat we voornamelijk veel samenwerken en elkaar verzorgen? Hoe we dit soort vragen voor onszelf beantwoorden, is tamelijk belangrijk. Onze antwoorden op deze vragen bepalen namelijk in belangrijke mate wat we van onszelf verwachten en wat we van anderen verwachten. En als gevolg daarvan bepalen ze ook hoe we anderen behandelen en hoe we gedrag van anderen interpreteren. 

 

De menselijke natuur is vooral gericht op helpen, samenwerken en zorgen

Zoals Richard Ryan hier uitlegt, kan de menselijke natuur zich op meerdere manieren uiten, zowel goed als slecht. Hij legt uit dat veel mensen denken dat mensen veronderstellen dat wij vooral competitief zijn en het beter willen doen en meer willen hebben dan andere mensen. Maar veel onderzoek laat zien dat dat niet klopt. Als mensen zijn we er vooral sterk op gericht om elkaar te ondersteunen, om te geven en om samen te werken. En dit geeft ons veel bevrediging. Maar wanneer we ons bedreigd voelen, komt een andere, meer competitieve, kant van onze natuur naar boven. Dat de zorgende en samenwerkende kant overheerst, is niet uniek voor mensen. Biologen hebben laten zien dat hetzelfde geldt voor veel primaten (lees meer).

 

Is altruïsme eigenlijk geen verhuld egoïsme?

Veel mensen die over de egoïsme-/altruïsmevraag nadenken, geloven dat puur altruïsme niet bestaat. Ze zeggen dat een altruïstische daad eigenlijk ook egoïstisch is omdat je er vaak toch iets voor terugkrijgt. Op twee manieren kan het inderdaad zo zijn dat je iets terugkrijgt als je iets helpend gedrag vertoont. In de eerste plaats kan helpend gedrag in de persoon die je helpt een neiging tot wederkerigheid oproepen. Jij helpt hem, hij wil jou als dank ook helpen. In de tweede plaats kan helpend gedrag jou een goed gevoel geven. Ook dan zou je kunnen denken dat je helpen niet helemaal onbaatzuchtig is. Kortom, misschien helpen anderen alleen maar om er zelf beter van te worden. Hoe logisch deze redenering ook klinkt, hij blijkt toch niet juist te zijn.

 

Onderzoek: alleen zuiver altruïsme maakt dat we ons goed voelen

Onderzoek van Ryan en enkele van zijn collega’s (zie hier, hier, hier en hier) heeft laten zien dat wanneer we ons helpend en onbaatzuchtig opstellen tegenover anderen, we ons gelukkiger voelen. Onbaatzuchtigheid leidt ertoe dat we ons autonoom, competent en verbonden voelen en daardoor gelukkiger. En het verrassende is dat dit effect alleen optreedt als er sprake is van echte onbaatzuchtigheid. Als we ons helpend of gevend opstellen in de verwachting er iets voor terug te krijgen of zelf beter van te worden, dan leidt dit er niet toe dat we ons autonoom, competent, verbonden en gelukkig door gaan voelen. Alleen wanneer we niets verwachten terug te krijgen voor ons altruïsme, leidt dit ertoe dat we ons beter gaan voelen. Zo gauw het helpen van andere mensen een instrumenteel karakter krijgt (“Wat levert het mij op om de ander te helpen?”) verdwijnt het effect dat we ons beter gaan voelen door te helpen.

 

Proximale en ultieme verklaringen van gedrag

Een onderdeel van de menselijke natuur is dus om te geven zonder er iets voor terug te verwachten. Psychologisch lijkt het misschien vreemd dat we als mens neigingen kunnen hebben (om te helpen) die leiden tot positieve effecten (we voelen ons goed, we krijgen iets terug) terwijl deze positieve effecten toch niet de directe reden zijn voor de neiging. Maar vanuit een biologische manier van denken is dit helemaal niet zo vreemd. Binnen de biologie wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende soorten verklaringen voor gedrag: proximale (dichtbijliggende) en ultieme (uiteindelijke) verklaringen (Tinbergen, 1963; Scott-Philips, 2011).

Proximale verklaringen beschrijven hoe gedrag tot stand komt terwijl een individu omgaat met zijn omgeving. Ultieme verklaringen beschrijven hoe bepaalde gedragsneiging via evolutie zijn ontstaan binnen een soort (en daarmee ook binnen individuen die behoren tot de soort). Proximale mechanismes verklaren hoe gedrag in een bepaalde situatie tot stand komt terwijl ultieme (evolutionaire) mechanismes verklaren hoe het komt dat de diersoort (en het betreffende organisme) die bepaalde gedragsneiging heeft. Alle gedragsneigingen, verankerd in de genen, die de reproductiekansen van individuen vergroten, zullen door natuurlijke selectie vaker gaan voorkomen in de betreffende soort.

Een voorbeeld: Een baby ligt in de wieg in een koude kamer en gaat huilen. Een proximale verklaring is dat de kou onplezierig is voor de baby wat huilen veroorzaakt, een ultieme verklaring is dat huilen de moeder alarmeert die komt helpen (wat een evolutionair voordeel oplevert omdat het de overlevingskans en daarmee de reproductiekans van de baby verhoogt). Nu het voorbeeld van menselijk altruïsme: we zien iemand die hulp nodig heeft wat onze ingeboren gedragsneiging triggert om te helpen (proximale verklaring). Mogelijke ultieme verklaringen voor het bestaan van deze ingeboren gedragsneiging zijn: helpend gedrag van individuen leidt tot sterke connecties en tot meer samenwerking tussen deze individuen waardoor de overlevings- en reproductiekansen van de individuen die gedrag vertonen, toenemen.

 

Reflectie

Het is nogal belangrijk om een realistische kijk te hebben op de menselijke natuur. Als we geloven dat mensen vooral egoïstisch zijn dan zullen we anderen minder snel vertrouwen en dan zullen we onszelf ook gemakkelijker toestaan om ons egoïstisch op te stellen. Maar deze kijk op het leven en onszelf en het bijpassende gedrag zal ons individueel waarschijnlijk niet gelukkig maken en ook de gemeenschap waarin we leven niet ten goede komen. Snappen dat samenwerken, onbaatzuchtigheid en dergelijke doodnormale gedragingen van mensen zijn, is niet alleen realistischer maar werkt ook beter voor onszelf en voor onze gemeenschappen.

Maar er zijn vele factoren die deze meer optimistische kijk op de menselijke natuur bemoeilijken. Een van die factoren is de manier waarop de nieuwsmedia berichten over wat er gebeurt in de wereld. In het nieuws zien we talloze voorbeelden van geweld, bedrog en uitbuiting. We zouden bijna kunnen denken dat dat de norm is. Maar we moeten onthouden dat deze dingen in het nieuws komen omdat ze op choquerende wijze afwijken van de norm. Kijk om je heen in je leven. De meeste mensen gaan het grootste deel van de tijd sociaal met elkaar om.

Een tweede factor die een realistisch-optimistische kijk op de menselijke natuur bemoeilijkt, is dat er veel religieuze en ideologische volksmenners zijn die continu op ons inpraten. Hun retoriek zegt: “wij” worden bedreigd door “hen”. “Zij” zijn slecht en willen “ons” kapotmaken. “Wij” moeten hard optreden en onszelf beschermen door “hen” te weren of verslaan. Wanneer we ons, luisterend naar dit soort populisten of fanatici eenmaal bedreigd gaan voelen, worden de andere neigingen die Richard Ryan noemde (zie hierboven) getriggerd. Dan komt de agressieve, competitieve kant in ons naar boven. Misschien wekken volksmenners onze angst op om zelf macht en geld te verwerven maar misschien doen ze het vooral omdat ze zelf heel bang zijn. Hoe dan ook, hun gedrag kan ons bang en irrationeel maken en leiden tot nutteloos vechten.

Kortom, zegt het voort: zuiver altruïsme bestaat. Het is doodgewoon.

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (6)
  • Bruikbaar (1)