De Status Quo Bias: Belemmering om te Kiezen voor ProgressieAls we progressie definiëren als ontwikkeling in de richting van een betere situatie dan volgt uit deze definitie dat progressie iets goed is. Veel onderzoek suggereert ook dat de beleving van progressie, het gevoel dat je progressie boekt, op allerlei manieren goed voor ons is. Grofweg kun je zeggen dat de beleving van progressie in het algemeen samen gaat met positievere emoties, met meer motivatie en met een beter functioneren. Je zou dus verwachten dat kiezen voor progressie altijd gemakkelijk is. Toch is dat niet zo.

 

De status quo bias en aanverwante fouten

Eén factor die de keuze voor progressie vaak in de weg staat is de zogenaamde status quo bias. Wat dit inhoudt, is een irrationele voorkeur van mensen voor hun huidige situatie. Anders gezegd: we hebben een overdreven neiging om de huidige situatie te beschouwen als goed en elke wijziging ten opzichte van de huidige situatie als belastend of verdacht. Natuurlijk kunnen mensen ook een rationele voorkeur hebben voor hun huidige situatie. De voorkeur voor de huidige situatie is echter irrationeel wanneer er een alternatief is waarvan aangenomen mag worden dat het beter is dan de huidige situatie. De status quo bias is in veel onderzoek gedemonstreerd en komt veel voor.

 

De status quo bias is verwant aan een hele verzameling van andere biases. Ik bespreek er enkele: loss aversion, het endownment effect, de existence bias en het mere exposure effect. Loss aversion is onze neiging om het belangrijker te vinden om te voorkomen dat we iets verliezen dan dat we iets van dezelfde waarde te winnen. Onderzoek suggereert dat het psychologisch effect van een verlies ongeveer twee keer zo sterk is als het psychologisch effect van een winst. Het endownment effect is hieraan verwant. Het betekent dat mensen in het algemeen meer waarde toekennen aan spullen die zij bezitten dan aan spullen die zij niet bezitten.

 

De existence bias betekent dat we het bestaan van iets zien als een aanwijzing dat het iets goeds is. Een variant hiervan is de longevity bias die betekent dat we het feit dat iets al lang bestaan zien als een aanwijzing dat het iets goed is. Het mere exposure effect, ten slotte, betekent dat we geneigd zijn om dingen die we kennen uit onze ervaring als beter te zien dan dingen die we niet of minder goed kennen uit onze eigen ervaring.

 

De status quo bias vindt, net zoals veel andere biases, onbewust plaats en kan ons in allerlei gebieden van ons leven belemmeren. Bovendien beïnvloedt de status quo bias zowel ons persoonlijke leven als onze maatschappij. Deze bias kan een deel van de verklaring zijn waarom we soms geneigd zijn om vast te houden aan achterhaalde denkbeelden en gedragingen. Teven vormt hij een verklaring voor irrationeel conservatisme in de politiek. Zelfs als zijn er overtuigende aanwijzingen dat onze denkbeelden niet kloppen, toch laten we ze vaak maar moeilijk los.

 

De status quo bias en kritiek op de psychologie

Een bijzonder voorbeeld van de status quo bias kwam in vorige week tegen toen ik schreef over kritiek op het onderzoek naar de groeimindset. Enkele onderzoekers hebben terecht gewezen op een aantal fouten en slordigheden in enkele onderzoeken naar de groeimindset. Dit is slechts één voorbeeld van de kritiek die de afgelopen jaren naar voren is gebracht op psychologisch wetenschappelijk onderzoek. Deze kritiek is belangrijk en goed. Maar we moeten uitkijken dat we niet ten prooi vallen aan de status quo bias. Hiermee bedoel ik in dit verband het volgende.

 

Niet alleen nieuwe aanpakken, zoals de groeimindset, moeten zich bewijzen. Dit geldt evenzeer voor de status quo en dat vergeten we vaak. We moeten niet toe naar de situatie dat alleen kritiek wordt geleverd op onderzoekers die zich zeer inspannen om  op hoog niveau onderbouwing te leveren voor hun beweringen. We moeten in feite net zo kritisch kijken naar bestaande praktijken in bedrijven en in het onderwijs. Puur het feit dat ze nu bestaan en dus de default-optie zijn, kunnen we niet zien als een bewijs voor hun effectiviteit. Bij veel van dit soort praktijk wordt niet eens geprobeerd te onderbouwen of ze goed zijn. “We hebben het altijd zo gedaan”, betekent niet dat we het zo moeten blijven doen.

 

Het klopt inderdaad dat de onderbouwing van de groeimindset niet perfect is. Maar de onderbouwing is relatief goed (lees meer). Welke praktijk in (bijvoorbeeld) het onderwijs is namelijk beter empirisch onderbouwd? Ik denk dat er moeilijk een voorbeeld te vinden is. Ik hoop dat de critici van de wetenschappelijke psychologie twee dingen doen. Ten eerste: dat ze doorgaan met het bekritiseren van wetenschappelijk onderzoek en zo helpen om het beter te maken. Ten tweede: dat zij ook hun pijlen richten op de huidige praktijk. Met andere woorden: dat ze niet alleen fouten blootleggen in de onderbouwing van psychologisch onderzoek maar ook en vooral het grotendeels ontbreken van enige empirische onderbouwing van veel methodes in de status quo bekritiseren.

 

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (5)
  • Bruikbaar (3)