Wanneer leerlingen en studenten een nieuwe school of klas binnenstappen, spoken er vaak twee vragen door hun hoofd: “Kan ik dit niveau aan?” en “Hoor ik hier wel thuis?”. Deze vragen zijn psychologisch nauw met elkaar verweven. Zeker tijdens de adolescentie, een periode waarin de mening van leeftijdsgenoten (peers) vaak zwaarder weegt dan die van volwassenen. We weten dat een groeimindset – de overtuiging dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden – essentieel is voor veerkracht. Maar recent onderzoek verschuift de focus: wat als de omgeving een statische mindset uitdraagt, zelfs als het individu zelf in groei gelooft? Een nieuw theoretisch artikel van Seo et al. (2025) duikt in een krachtige maar vaak onderbelichte context: de peer mindsetcultuur. Dit artikel biedt een raamwerk om te begrijpen hoe de gedeelde overtuigingen onder leeftijdsgenoten het gevoel van ‘erbij horen’ (belonging) kunnen maken of breken.
Van individu naar context: de kracht van peers
De klassieke mindsettheorie richtte zich op individuele overtuigingen. Het ‘Mindset × Context’-perspectief heeft dit verbreed: een groeimindset heeft pas echt impact als de omgeving deze ondersteunt. Als een leerling gelooft dat hij kan groeien, maar de omgeving signalen afgeeft dat talent aangeboren is, kan de motivatie alsnog kelderen. Hoewel veel onderzoek zich richt op de rol van docenten, benadrukken Seo et al. (2025) de unieke rol van peers. Adolescenten zijn extreem gevoelig voor groepsnormen. Peers zijn niet alleen passieve omstanders; ze zijn actieve co-creators van de cultuur. Ze kunnen de boodschappen van docenten versterken (“Goed geprobeerd, volgende keer beter!”) of ondermijnen (met sarcasme of sociale uitsluiting).
De focus van het onderzoek: wat leidt tot belonging?
Seo et al. (2025) erkennen dat decennia aan onderzoek het belang van ‘erbij horen’ hebben aangetoond; het is een fundamenteel ingrediënt in de onderwijstrajecten van leerlingen en voorspelt een breed scala aan positieve uitkomsten: betere motivatie en doorzettingsvermogen, betere leerprestaties, minder voortijdige schooluitval, en een hoger psychologisch welzijn. Dit specifieke artikel richt zich echter niet op het meten van die gevolgen. In plaats daarvan concentreren de auteurs zich op de antecedenten: hoe beïnvloedt de mindsetcultuur onder peers dit cruciale gevoel? De centrale stelling is dat een statische mindsetcultuur het gevoel van belonging actief ondermijnt. De auteurs identificeren twee psychologische hoofdwegen waarlangs dit gebeurt.
Route 1: identiteitsbedreiging
Het gevoel erbij te horen vereist dat je kernwaarden en identiteit gerespecteerd worden. Een statische mindsetcultuur kan dit bedreigen via drie mechanismen:
- Stereotype threat Dit fenomeen treedt op wanneer individuen bang zijn om een negatief stereotype over hun groep te bevestigen (bijvoorbeeld over gender of etniciteit in relatie tot een schoolvak). In een peercultuur waar men gelooft dat je het ‘gewoon moet kunnen’, voelt de druk veel zwaarder. Falen bevestigt dan niet alleen het stereotype, maar ook de statische overtuiging dat verbetering onmogelijk is.
- Mindset-cultuur mismatch Stel je een leerling voor met een sterke groeimindset, die gelooft dat inspanning leidt tot verbetering. Als deze leerling terechtkomt in een groep waar men opschept over moeiteloos succes (“Ik heb amper geleerd en haalde een 9”), inspanning verbergt, en zichzelf sterk bekritiseert na een mislukking, ontstaat er een mismatch. De leerling voelt zich niet thuis omdat de signalen in de omgeving haaks staan op zijn of haar kernwaarden over leren.
- Sociale besmetting (social contagion) Overtuigingen zijn besmettelijk. Wanneer invloedrijke peers statische mindsetideeën uiten, kunnen anderen deze overnemen, simpelweg om erbij te horen en niet op te vallen. Op korte termijn biedt dit conformisme sociale veiligheid, maar op lange termijn is de prijs hoog. Als de leerling later moeilijkheden ondervindt, zal de (overgenomen) statische mindset leiden tot de conclusie dat hij of zij ongeschikt is.
Route 2: sociale disconnectie
Erbij horen gaat niet alleen over gedeelde waarden, maar ook over concrete kansen voor verbinding en ondersteuning. Een statische mindsetcultuur vernauwt deze kansen.
- Peer selectie: Leerlingen kiezen vaak vrienden die hun wereldbeeld delen. In een omgeving waar aangeboren talent wordt verheerlijkt, kunnen leerlingen die juist inspanning benadrukken als minder capabel worden gezien en subtiel worden buitengesloten. Dit leidt tot homogene groepen die de heersende (statische) norm versterken.
- Beperkte toegang tot sociale steun: Dit is een belangrijk praktisch gevolg. In een statische mindsetcultuur wordt worstelen geïnterpreteerd als een teken van lage capaciteit. Dit heeft twee gevolgen:
- Hulp vragen wordt ontmoedigd: Leerlingen durven geen hulp te vragen uit angst om incompetent over te komen.
- Hulp geven wordt ontmoedigd: Als inspanning zinloos is voor wie ‘het niet heeft’, waarom zou je dan helpen? Bovendien kan in competitieve omgevingen een ‘zero-sum mentaliteit’ ontstaan: waarom zou ik een concurrent helpen die mij kan overtreffen?
Het resultaat is een klimaat waarin leerlingen zich niet gesteund of verbonden voelen, juist op de momenten dat ze het ‘t hardst nodig hebben.
Implicaties voor de praktijk: cultuurverandering teweegbrengen
Als de peercultuur zo invloedrijk is, hoe kunnen we deze dan verschuiven naar een groeioriëntatie? Het begrijpen van mindsetcultuur en erbij horen leidt tot praktische inzichten. Seo et al. (2025) benadrukken dat het aanpakken van individuele mindsets vaak niet genoeg is. De sleutel ligt in het veranderen van publiek gedrag en waargenomen normen.
- Verschuif de focus van privéovertuigingen naar publiek gedrag: Traditionele interventies proberen vaak de interne overtuigingen van individuen te veranderen. Seo et al. (2025) stellen dat dit onvoldoende is om de cultuur te veranderen, omdat cultuur wordt gevormd door wat zichtbaar en hoorbaar is. Iemand kan privé in groei geloven, maar als diegene dat niet uitdraagt, verandert de groepsnorm niet. We moeten ons daarom richten op specifiek ‘mindset-signalerend gedrag‘. Statische signalen: Competitiviteit, inspanning terugtrekken bij tegenslag, opscheppen over gemak, en het verbergen van worstelingen. Groeisignalen: Inspanning volhouden, coöperativiteit, anderen ondersteunen, het proces benadrukken, en openlijk worstelingen delen. Wanneer leerlingen zien dat peers hun uitdagingen delen en falen zien als onderdeel van het leerproces, zendt dit een krachtig signaal uit: worstelen is hier normaal.
- Benut de behoefte erbij te horen: Adolescenten zijn zeer gemotiveerd om erbij te horen. Een strategie is het benutten van ‘social referents‘: invloedrijke, populaire peers. Als deze leerlingen of studenten groei-georiënteerd gedrag modelleren, kan de bredere norm verschuiven. Anderen imiteren dit gedrag omdat ze geassocieerd willen worden met deze bewonderde figuren.
- De rol van de volwassene- voorkom tegenstrijdige signalen: Peercultuur bestaat niet in een vacuüm. De ‘Mindset × Context’-les is hier cruciaal: interventies werken alleen als de bredere omgeving de boodschap ondersteunt. Als er tegenstrijdige signalen zijn, mislukt de cultuurverandering.
Het heeft bijvoorbeeld weinig zin om samenwerking onder leerlingen te stimuleren als de docent tegelijkertijd een strikt competitief beoordelingssysteem hanteert. Of als schoolbeleid alleen de ‘uitblinkers’ beloont zonder aandacht voor inspanning of vooruitgang. In zulke gevallen ondermijnen de volwassenen (of de structuur) de gewenste peercultuur, waardoor het niet veilig voelt om groeigedrag te vertonen. Interventies die zowel docenten als leerlingen/studenten betrekken, zijn daarom het meest effectief. Wanneer peers, volwassenen en de structuur van de school allemaal dezelfde coherente signalen uitzenden – dat inspanning gerespecteerd wordt en falen deel uitmaakt van groei – wordt de impact gemaximaliseerd.
Conclusie
Het raamwerk van Seo et al. (2025) biedt een gedetailleerde routekaart om de complexe dynamiek van peerculturen te begrijpen. Het benadrukt dat de relatie tussen mindsetcultuur en erbij horen cruciaal is. Door ons bewust te worden van de subtiele signalen die deze cultuur vormen, kunnen we gerichter werken aan het creëren van inclusieve leeromgevingen waarin alle leerlingen en studenten zich gezien voelen en durven te groeien.
Bron: Seo, E., Clapper, M., Crosnoe, R., Hecht, C. A., & Yeager, D. S. (2025). Peer Mindset Culture as a Developmental Context for Belonging. Educational Psychology Review, 37(103). https://doi.org/10.1007/s10648-025-10082-8


0 reacties