Korte social belonging interventie levert duurzame voordelen op voor studenten uit etnische minderheidsgroepen

Eén van de nu meest interessante en praktisch bruikbare onderzoeksgebieden binnen de psychologie is dat van de kortdurende psychologische interventies (zie onder andere hier en hier). Een nieuw artikel in Science laat zien hoe een van dit soort interventies, de social belonging interventie, een belangrijke rol kan spelen bij het oplossen van achterstanden van etnische (en andere) minderheidsgroepen.

De angst er niet bij te horen

Om iets te bereiken in het leven is het nodig om gebruik te maken van de kansen en de middelen die je tot je beschikking hebt. Maar soms kunnen sociaalpsychologische zorgen mensen belemmeren om optimaal gebruik te maken van de kansen en middelen die ze krijgen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij studenten uit een etnische minderheidsgroep die beginnen aan een hogere opleiding.

Wanneer zulke studenten merken dat ze ondervertegenwoordigd zijn in die omgeving kunnen ze last krijgen van belonging uncertainty, met andere woorden: de angst hebben dat zij eigenlijk niet thuis horen in die omgeving. Wanneer ze deze zorg hebben kunnen ze allerlei vormen van tegenslag gaan interpreteren als bevestiging van het idee dat ze eigenlijk niet thuishoren in die omgeving. Dit kan leiden tot een negatieve spiraal waarbij ze zich beginnen minder deel te nemen aan studie- en sociale activiteiten en zich beginnen terug te trekken.

De social belonging interventie (onderzoek uit 2011)

Psychologen hebben een interventie ontwikkeld om de effecten van deze belonging uncertainty teniet te doen. Walton & Cohen, 2011, bijvoorbeeld, lieten lieten eerstejaars studenten (N=92) met een etnische minderheidsachtergrond (Afro-Amerikaans) een uur lang verhalen lezen van ouderejaarsstudenten met een zelfde etnische achtergrond. In deze verhalen beschreven deze ouderejaarsstudenten verschillende tegenslagen en alledaagse problemen en obstakels die ze tegen waren gekomen bij de overgang van de middelbare school naar de universiteit en hoe geleidelijk aan hun ervaringen steeds beter werden. Deze verhalen beschreven de problemen als normaal zijn bij de overgang naar de universiteit en als tijdelijk en dus niet als een bewijs van er niet bij horen.

In vergelijking met etnische minderheidsstudenten uit de controlegroepen haalden studenten die deze interventie hadden gekregen haalden vervolgens hogere cijfers in hun tweede studiejaar en rapporteerden ze aan het einde van hun opleiding dat ze meer het gevoel hadden erbij te horen, en gelukkiger en gezonder waren. Andere studies lieten vervolgens vergelijkbare effecten van dergelijke social belonging interventies zien bij in andere contexten en met andere groepen met een achterstand.

Hoe kan zo’n kleine interventie zo’n belangrijk en duurzaam effect hebben?

Verschillende aspecten van deze studie zijn verrassend. In de eerste plaats hoe een dergelijke zeer kleine interventie (een uur lang verhalen lezen) zo’n belangrijk en langdurend effect kan hebben. In de tweede plaats dat een grote meerderheid van de betreffende studenten zich de interventie niet accuraat kon herinneren en dat ook een grote meerderheid hun succes ook maar in enige mate toeschreef aan die interventie. Een verklaring voor de effectiviteit van de social belonging interventie is dat die een andere manier van interpreteren van en omgaan met alledaagse gebeurtenissen op gang brengt. De onderstaande figuur toont dit.

De angst er niet bij te horen leidt tot een negatieve spiraal van gedachten en gedragingen terwijl de gedachte dat de ervaren problemen en tegenslagen normaal zijn in de situatie leidt tot een positieve spiraal van gedachten en gedragingen.

Follow-up onderzoek (2020)

Brady et al. (2020) deden een follow-up onderzoek bij dezelfde individuen die aan de Walton & Cohen (2011) studie hadden meegedaan. Deze respondenten waren nu ongeveer 27 jaar. Zij vroegen hen om vier dingen te beschrijven: 1) hun loopbaantevredenheid en -succes, 2) hun algemene psychologische welbevinden, 3) hun fysieke gezondheid en 4) hun betrokkenheid en leiderschap in hun gemeenschap. De onderstaande figuur vat de belangrijkste primaire resultaten samen.

Zoals deze figuur toont rapporteerden de respondenten meer tevredenheid, succes, welbevinden, gezondheid en betrokkenheid dan respondenten uit de controlegroep (die bestond uit individuen vanuit dezelfde etnische achtergrond) en vergelijkbaar tot iets beter dan respondenten uit de dominante etnische groep. De studenten die dus jaren vele eerder deze korten social belonging interventie hadden ontvangen.

Benutten van studiementoren

Verder keken de onderzoekers naar de rol van studiementoren. Wat bleek, was dat studenten die de interventie hadden ontvangen meer gebruik hadden gemaakt van studiementoren en dat deze hulp een belangrijke rol had gespeeld in hun studiesucces. Etnische minderheidsstudenten uit de controlegroep bleken minder gebruik te maken van deze nuttig hulp van mentoren. Ter illustratie: een student uit de controlegroep schreef [vrij vertaald]: “Ik zou niet kunnen zeggen dat ik enig hulp van een mentor heb gehad op school. Niet omdat er geen geïnteresseerd docenten waren maar ik zocht het zelf niet op.”

Een student uit de interventiegroep schreef:  “Het eerste jaar was heel moeilijk voor me. Ik worstelde met de vakken en had het gevoel er niet bij te horen. Ik begon meer tijd te besteden met mij studiebegeleider. We kregen een goede band en zij hielp mij te beseffen dat er ik bij hoorde op school. Dank zij haar kon ik beter contact maken met mijn studiegenoten en betere prestaties leveren. We hebben nog steeds contact.”

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (1)