Hoe groot is het probleem van overbeschermende ouders (helikopterouders)?Heb je wel eens gehoord van de term helikopterouders? Kort gezegd wordt er meestal een vorm van overbeschermend ouderschap mee bedoeld die meestal goed bedoeld is maar averechts werkt. Ouders zouden zich steeds meer verregaand bemoeien met hun kinderen, zelfs nadat die het ouderlijk huis al verlaten hebben. Met de moderne opvatting dat autoritair ouderschap niet meer van deze tijd is, zouden ouders nu doorschieten in het andere uiterste, namelijk een vorm van doorgeschoten zorg en betrokkenheid. In dit korte artikel ga ik in op vragen als: Wat is helikopterouderschap? Bestaat het echt en is het een veelvoorkomend probleem? En duidt het bestaan van helikopterouderschap erop dat zorg en betrokkenheid ook negatief kunnen zijn? En als helikopterouderschap bestaat, wat zijn de mogelijk negatieve effecten ervan en waar worden die door in de hand gewerkt? 

 

Oorsprong van de term

Het idee dat ouders overbeschermend kunnen zijn, bestaat al lang (zie Levy, 1931; 1966). Maar de term helicopter parent werd geïntroduceerd in een boek van Cline & Fay (1990) en werd breed bekend gemaakt door een artikel in de populaire pers. Wat er bedoeld wordt met de term is een type overbeschermende ouder die zich overmatig bemoeit met het leven van zijn of haar kind. De ouder zou als het ware als een helikopter steeds boven het kind in de lucht hangen om te kijken of alles wel goed gaat en om waar nodig obstakels weg te nemen en beslissingen voor het kind te nemen. Een andere term die wel voor dit soort overbeschermend ouderschap gebruikt wordt, is snowplow parenting of sneeuwploegouderschap. De ouders zouden steeds als een sneeuwschuiver voor het kind uitrijden om zo te zorgen dat het maar niet uitglijdt en een zo gemakkelijk mogelijk pad voor zich heeft. Nog een andere term, die ongeveer hetzelfde idee beschrijft, is curling parents.

 

Bestaat het echt en komt het veel voor?

Bart Soenens (foto), hoogleraar psychologie aan de universiteit van Gent, hielp mij op weg bij de beantwoording van deze vraag. Soenens legt om te beginnen uit dat het moeilijk is om precieze cijfers te geven omdat er maar weinig grootschalig onderzoek is. En bij het onderzoek dat er is, wordt vaak gebruik gemaakt van verschillende meetinstrumenten en worden vaak verschillende aspecten van overbescherming gemeten. Een enkele studie suggereert dat het een veel voorkomend probleem is. Andere studies wijzen er eerder op dat het voorkomen van helikopterouderschap erg meevalt (zie hier, hier, hier). De relevante onderzoeken overziend, legt Soenens uit dat overbeschermend ouderschap wel bestaat en inderdaad negatieve effecten heeft maar dat onderzoek suggereert dat het veel minder vaak voorkomt dan soms in de media wordt gesuggereerd. Het is zeker niet zo dat helikopterouderschap nu de nieuwe norm is geworden en dat ouders op grote schaal overbeschermend zijn. Dat is niet het geval.

 

Negatieve effecten van overbescherming

Dat overbeschermend ouderschap negatief uitpakt is, kort gezegd, gebaseerd op de gedachte dat overbeschermende ouders hun kinderen de mogelijkheid ontnemen om zelf te leren omgaan met tegenslagen en obstakels in het leven. Doordat deze ouders het kind voortdurend monitoren en voor hen het pad proberen te effenen, leren deze kinderen niet om zelf een pad te ontwikkelen, problemen op te lossen en obstakels te overwinnen. Het lijkt erop dat onderzoek dit soort ideeën in grote lijnen bevestigt. Schiffrin et al. (2014) kwamen erachter dat overbeschermend ouderschap vaak gepaard gaat met angst en depressie bij hun studerende kinderen. Deze kinderen zijn over het algemeen ook minder tevreden over de relatie met hun ouders. Van Ingen et al. (2015) rapporteren een lagere self-efficacy en minder goede relaties met medestudenten. Verder zijn er aanwijzingen dat de communicatie tussen ouder en kind minder goed is en dat er bij de kinderen sprake is van een minder sterk ontwikkelde verantwoordelijkheidszin (Segrin et al., 2012).

 

De rol van psychologische basisbehoeften

Het is mogelijk dat overbeschermend ouderschap averechts werkt omdat het de psychologische behoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid ondermijnt. Hier is al enig onderzoek naar gedaan. Schiffrin et al. (2014; N=297) vonden bij studenten dat de negatieve effecten van helikopterouderschap in sterke mate konden worden verklaard door de ondermijning van hun behoeften aan autonomie en competentie. Leys (2014) vond ook een relatie tussen de meeste aspecten van overbescherming en een gebrek aan autonomie-ondersteuning.

 

Reflectie

Overbeschermend ouderschap is een zinvol concept. Het bestaat en het werkt averechts. Maar het is niet zo dat een meerderheid van de ouders nu overbeschermend opvoedt. Het is geen epidemie. Hoogleraar Bart Soenens wijst op het gevaar dat enigszins hysterische artikelen over helikopterouderschap bij ouders de onterechte indruk kan wekken dat constructieve zorg en betrokkenheid bij je kinderen ook als iets slechts gezien kan gaan worden. Er zijn aanwijzingen dat opvoedingstijlen door de jaren heen minder autoritair geworden zijn en dat is een goede zaak. Het leidt tot betere relaties en beter functioneren van de kinderen. Nu zou de angst kunnen ontstaan dat we als ouders ook te weinig autoritair kunnen worden omdat we blijkbaar ook kunnen doorschieten in zorg en betrokkenheid. Maar dit is volgens Soenens (en mij) te simpel.

Overbeschermend opvoeden werkt inderdaad niet goed maar dit betekent niet dat we moeten terugkeren naar een hardere en meer autoritaire stijl van opvoeden. In plaats daarvan is het goed om vast te houden aan de verworvenheden van de moderne opvoeding met meer openheid, betrokkenheid, respect en wederkerigheid. Binnen die opvoeringsstijl kunnen we autonomie-ondersteuning koppelen aan duidelijke structuur (zie meer hierover).

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (0)