De beperkte waarde van zelfrapportageOm iets over de houdingen, overtuigingen en waarden van mensen te weten te komen worden vaak vragenlijsten afgenomen. Het afnemen van vragenlijsten lijkt wetenschappelijk helemaal verantwoord maar Richard Nisbett legt in zijn boek Mindware uit dat dergelijke zelfrapportages vaak behoorlijk vertekend zijn.

Uit dergelijke vragenlijsten komt bijvoorbeeld naar voren dat (1) Chinezen het stellen van persoonlijke doelen meer waarderen dan Amerikanen, (2) Italianen consciëntieuzer zijn dan Japanners en (3) dat Oostenrijkers extraverter zijn dan Brazilianen. Deze resultaten zijn tegenovergesteld aan wat de publieke opinie denkt en ook aan wat experts volgens Nisbett hebben vastgesteld. Hoe kan dit?

Een belangrijke reden is dat bij dergelijke vragenlijsten een vertekening optreedt door het zogenaamde referentiegroepeffect. Het referentiegroepeffect betekent dat wanneer mensen niet expliciet gevraagd wordt om zichzelf met een referentiegroep te vergelijken, ze geneigd zullen zijn om zichzelf te vergelijken met een referentiegroep die voor hen het meest in het oog springt. Als in die groep een bepaalde houding laag vertegenwoordigd is, vergelijken zij zichzelf dus met een relatief lage norm en zullen zij zichzelf dus wat hoger inschatten.

Dit effect verdwijnt wanneer mensen expliciet verteld wordt met welke groep zij zichzelf moeten vergelijken. Chinezen scoren zichzelf niet hoger op het stellen van persoonlijke doelen dan Amerikanen als hen gevraagd wordt zichzelf hierin te vergelijken met Amerikanen.

Resultaten van vragenlijsten naar houdingen, waarden en overtuigingen zijn erg vatbaar voor allerlei vertekeningen waarvan het referentiegroepeffect er slechts één is. Als je houdingen en gedragingen van mensen wilt bestuderen kun je ze beter observeren dan via zelfrapportage proberen te meten.

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (6)
  • Bruikbaar (6)