Progressiegericht woordenboek


 Zelfoverschatting:

Er zijn drie soorten zelfoverschatting: 1) Overestimation: zelfoverschatting waarbij je zelfbeoordeling positiever is dan je objectieve prestatie. Overestimation komt veel voor. Twee mechanismes die hier een rol in spelen zijn wishful thinking (“Ik wil het dus het lukt vast”) en de planning fallacy (de neiging om te onderschatten hoe lang het duurt om iets voor elkaar te krijgen). Maar zelfonderschatting komt ook veel voor en kan te maken hebben met piekeren en het overschatten van risico’s. 2) Overplacement: zelfoverschatting waarbij je jezelf hoger inschat dan anderen. Mensen blijken in het algemeen geneigd zijn om zichzelf hoger dan anderen in te schatten voor relatief eenvoudige taken en bekende gebeurtenissen maar lager voor relatief moeilijke en onbekende gebeurtenissen. Ook underplacement komt veel voor en kan tot uiting komen in het imposter syndrome (het gevoel dat je je positie en eigenlijk niet verdient en elk moment door de mand kan vallen). 3) Overprecision: zelfoverschatting waarbij je de juistheid/betrouwbaarheid van je eigen oordelen of voorspellingen overschat. Overprecision komt veel voor, underprecision komt nauwelijks voor. Extreme voorbeelden van overprecision kom je bijvoorbeeld tegen bij religieuze fanatici.


Klik hier om meer te lezen over Zelfoverschatting

► Verwante begrippen: Self-enhancement bias, Dunning-Kruger effect, Self-serving bias,
► Willekeurige suggesties voor zoektermen: Controle-oriëntatie, Zelfgeoriënteerd perfectionisme, Defaitisme, Geluk als culturele norm, Verlaten


Heeft u een vraag of suggestie, stuur ons dan gerust een mail.