Limitarianism, pleidooi voor een bovengrens aan rijkdom

door | aug 30, 2025 | Maatschappij, Progressiegericht werken | 0 Reacties

Limitarianism, pleidooi voor een bovengrens aan rijkdomIngrid Robeyns is filosoof aan de Universiteit Utrecht en werkt op het raakvlak van ethiek, economie en publiek beleid. In haar boek Limitarianism (2024) legt zij uit waarom samenlevingen grenzen zouden moeten stellen aan extreme privévermogens en hoe dat in de praktijk kan. Zij presenteert limitarianisme als een richtinggevend principe dat we doelgericht kunnen benaderen, ook al bereiken we het misschien nooit volledig. Haar vertrekpunt is nuchter: mensen hebben genoeg nodig voor een goed leven; boven dat punt neemt de persoonlijke meerwaarde van extra geld snel af, terwijl de maatschappelijke nadelen juist groeien. Het boek wil die intuïtie vertalen naar een samenhangend moreel kader en naar concrete spelregels die democratisch te verantwoorden zijn.

Doel en inhoud van het boek

Robeyns wil via haar boek een gedeelde taal bieden om over extreme rijkdom te spreken, zonder karikaturen en zonder te blijven steken in technocratisch detail. Daarom bouwt ze het betoog in lagen op: eerst beschrijft ze wat extreme rijkdom doet met politieke gelijkwaardigheid, sociale verhoudingen en ecologische grenzen; daarna laat ze zien waar zulke vermogens vaak vandaan komen, inclusief de institutionele mechanismen die accumulatie versnellen. Daarna werkt ze uit welke grenzen redelijk zijn en welke instrumenten daarbij passen.

Drie grenzen voor rijkdom

Robeyns werkt met drie bij elkaar horende grenzen en verbindt die expliciet aan context en argumentatie.

  • De rijkdomsgrens is het niveau waarop extra geld vrijwel niets meer toevoegt aan levenskwaliteit; zij noemt hiervoor geen exact bedrag, omdat dit afhankelijk is van publieke voorzieningen, woonlasten en sociale zekerheid.
  • Boven die rijkdomsgrens plaatst zij een ethische grens: een morele bovengrens die iemand, als redelijke burger, niet zou willen overschrijden. In een context als Nederland noemt zij bij benadering rond één miljoen euro per persoon als redelijke ethische bovengrens.
  • Ten slotte formuleert zij een politieke grens: een publiek handhaafbare bovengrens op privévermogen die je als samenleving vastlegt en controleert; als werkbaar richtbedrag noemt zij circa tien miljoen euro per persoon.

Deze bedragen staan niet vast. Ze worden bepaald door een normatief kader bestaande uit drie zaken. Ten eerste: het inzicht dat extra geld weinig toevoegt als je genoeg hebt. Ten tweede: de lokale situatie; als de overheid veel regelt (goede voorzieningen), heb je zelf minder nodig. En ten derde: het publieke debat, waarbij we de grenzen samen vaststellen en regelmatig aanpassen.

Extreme rijkdom is nooit alleen op verdienste gebaseerd

Vervolgens stelt Robeyns de vraag waar de grootste vermogens in de praktijk vandaan komen. Natuurlijk bestaan er echte ondernemingssuccessen en uitzonderlijke loopbanen. Toch zou het ook niet terecht zijn om te stellen dat deze alleen op pure verdienste gebaseerd zijn. Specifieke structuren en fiscale/financiële praktijken spelen namelijk vrijwel altijd een grote rol, zoals:

  • Belastingontwijking en financiële geheimhouding laten vermogen sneller groeien dan looninkomen.
  • Monopolierenten en marktmacht stuwen prijzen en winsten op, los van echte productiviteitswinst.
  • Internationale ketens schuiven kosten af op werknemers en milieu.
  • Dynastische erfenissen stapelen vermogen op over generaties.
  • In sommige contexten spelen kleptocratische kanalen mee.

Hieruit volgt een normatieve conclusie. Niemand “verdient” multimiljoenen in morele zin. Elk groot succes rust op collectieve voorwaarden zoals rechtsstaat, infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. Het bouwt voort op innovaties van eerdere generaties. Daarnaast speelt volgens Robeyns geluk mee in de “natuurloterij”: geboorte, talenten, timing en netwerken. Beloning voor prestatie is verdedigbaar. Een onbeperkte aanspraak op de volledige opbrengst van die prestatie is dat niet.

Hoe rijken macht krijgen en de democratie bedreigen

Als rijkdom zich aan de top concentreert, zijn de gevolgen niet neutraal. Eigenaren en beheerders van grote vermogens gebruiken hun positie om invloed uit te oefenen. Dat gebeurt via professionele lobby, grote donaties aan partijen en campagnes, financiering van denktanks en belangenorganisaties, eigendom en sturing van media, en sponsoring van universiteiten en beleidsfora. Die kanalen beïnvloeden niet alleen de uitkomst van afzonderlijke dossiers (een belasting, een vergunning, een norm). Ze verschuiven ook het vertrekpunt van de politiek. Ze bepalen:

  • wie aan tafel zit;
  • welke beleidsopties überhaupt als “realistisch” gelden;
  • hoe problemen worden gekaderd;
  • welke onderzoeksagenda’s zichtbaarheid krijgen;
  • welke informatie als gezaghebbend circuleert.

Zo ontstaat beleidscaptatie: beleid sluit dan beter aan op de voorkeuren van een kleine bovenlaag dan op die van het brede publiek. In dit licht is een politieke grens geen straf voor succes, maar een veiligheidsvoorziening voor de democratie. Zo’n grens moet bewaken dat geld niet de spelregels kan kopen waarmee burgers als gelijken behoren mee te beslissen.

Waarom het jaloezie-bezwaar niet overtuigt

Een veelgehoord tegenargument is het ‘jaloezie-bezwaar’: de gedachte dat bezwaren tegen extreme rijkdom vooral uit afgunst komen. Robeyns neemt dit bezwaar serieus en legt uit waarom het niet overtuigt.

  • Ten eerste richt haar betoog zich op publieke waarden—democratische gelijkheid, de weerbaarheid van instituties en ecologische grenzen—niet op gevoelens tegenover rijke personen.
  • Ten tweede gaan haar voorstellen over algemene spelregels (zoals belastingregels, vermogensplafonds en transparantie) die voor iedereen gelden; het doel is niet om individuele successen te bestraffen, maar om de voorwaarden van gelijk burgerschap te bewaken.
  • Ten derde zegt het jaloezie-bezwaar vooral iets over vermeende motieven van critici en gaat het zo voorbij aan de feitelijke effecten van geconcentreerde rijkdom op macht, beleid en kansenverdeling. Wie de motieven van de boodschapper centraal stelt, ontwijkt de kernvraag: welke regels voorkomen beleidscaptatie en beschermen een democratie waarin burgers als gelijken meebeslissen?

Klimaat en koolstofongelijkheid

Robeyns verbindt limitarianisme aan de klimaatcrisis. De rijkste groepen hebben buitenproportionele voetafdrukken, zowel direct (privéjets, superjachten, meervoudige woningen) als indirect via investeringen in vervuilende sectoren. Daarmee claimt een kleine groep een onevenredig groot deel van het resterende koolstofbudget, terwijl de kosten (hittestress, overstromingen, prijsstijgingen) breed neerslaan. Een politieke grens helpt luxe-emissies en vervuilende kapitaalstromen te temperen en maakt het makkelijker om de energietransitie duurzaam te financieren.

Filantropie is niet de oplossing

In discussies over grenzen aan extreme rijkdom komt onvermijdelijk filantropie ter sprake: “als rijken veel weggeven, is een grens toch niet nodig?” Filantropie kan waardevol werk mogelijk maken en hoeft niet gewantrouwd te worden omdat zij particulier is. Robeyns laat echter zien waarom filantropie geen vervanging is voor democratisch vastgesteld beleid.

Grote filantropische organisaties bepalen prioriteiten op basis van donorvoorkeuren, niet op basis van publieke afwegingen. Verantwoording en transparantie zijn vaak beperkt. Via fiscale aftrek worden giften deels met publiek geld gesubsidieerd. En vooral: de jaarlijkse groei van de grootste vermogens is doorgaans groter dan wat er wordt weggegeven, waardoor de concentratie van rijkdom doorzet.

Filantropie kan bovendien publieke planning verstoren: projecten volgen zichtbaarheid en donorvoorkeuren, niet noodzakelijk de grootste noden. Ze kan ongelijkheid legitimeren (“de rijken lossen het wel op”) en democratische deliberatie omzeilen.

Daarom bepleit Robeyns dat ‘overtollig geld’ primair via de publieke begroting wordt besteed, met publieke prioritering, onafhankelijke effectmeting en duidelijke verantwoording. Filantropie kan aanvullend blijven bestaan—ondersteunend aan democratische keuzes, niet ter vervanging daarvan.

Drie sporen van actie

Gezien de hierboven geschetste risico’s van extreme rijkdom volstaat belastingheffing niet. Limitarianisme vraagt om een bredere aanpak. Robeyns onderscheidt drie sporen die elkaar versterken.

  • Structurele actie (pre-distributie) voorkomt dat extreme rijkdom gemakkelijk ontstaat. Dat betekent: eerlijke lonen, sterker mededingingsbeleid tegen monopolies, meer werknemersmacht en transparantere markten.

  • Fiscale actie (herverdeling en begrenzing) corrigeert en begrenst. Dat omvat: progressieve vermogens- en erfbelastingen, een politiek vastgestelde grens aan privévermogen, het sluiten van ontwijkroutes, internationale coördinatie en publieke investeringen in veerkrachtige voorzieningen.

  • Ethische actie (cultuur) herijkt normen. In een limitarianistische houding is “meer dan genoeg” geen statussymbool maar een uitnodiging om te delen; topprestaties geven geen recht op blijvende machtsposities.

Samen maken deze drie sporen het ideaal praktisch: ze remmen nieuwe excessen, begrenzen bestaande concentraties en verschuiven de maatschappelijke norm over wat als redelijk geldt.

Wat we doen met overtollig geld

Als een samenleving een grens aan rijkdom instelt, komt de vraag op wat er met het deel boven die grens gebeurt. Robeyns schrijft geen vaste blauwdruk voor, maar werkt met een brede, herkenbare lijst van doelen waarover democratisch wordt beslist. Het idee is simpel: boven die grens levert extra geld voor de eigenaar nauwelijks extra welzijn op, terwijl hetzelfde geld elders veel kan betekenen. Het kan dringende behoeften verlichten en voorzieningen voor iedereen versterken. Denk aan bestaanszekerheid en betaalbaar wonen, investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer en digitale infrastructuur, en het versnellen van de klimaattransitie en natuurherstel. De uitvoering hoort te gebeuren via open besluitvorming, onafhankelijke evaluatie en duidelijke verantwoording aan burgers.

Uitvoerbaarheid en bezwaren

Limitarianisme is geen wondermiddel, maar een programma dat zorgvuldig moet worden ingevoerd. Een deel van rijkdom zit in bezittingen die je niet snel kunt verkopen, zoals familiebedrijven, private aandelen, onroerend goed of kunst. De waarde daarvan moet eerlijk worden vastgesteld. Dat kan met onafhankelijke taxaties, vaste rekenregels en eventueel gemiddelden over meerdere jaren, zodat er geen schokeffecten ontstaan en het systeem niet makkelijk te omzeilen is. De invoering hoort bovendien geleidelijk te gaan. Overgangsafspraken kunnen voorkomen dat bedrijven plotseling in de knel komen. Denk aan gefaseerde stappen, tijdelijke uitzonderingen in specifieke gevallen of mogelijkheden om bezit om te zetten zonder acute schade voor de bedrijfsvoering.

Internationale samenwerking is noodzakelijk om kapitaalvlucht en ontwijkroutes tegen te gaan. Landen moeten afspraken maken over informatie-uitwisseling, minimale standaarden en gezamenlijke handhaving. Ook zijn goede registraties nodig: duidelijk vastleggen wie welk bezit heeft, direct of via bv’s, stichtingen en trusts. Onafhankelijk toezicht en duidelijke sancties verkleinen de kans op verstoppen en ontduiken.

Een veelgehoorde zorg is dat een grens aan rijkdom innovatie en ondernemerschap zou afremmen. Robeyns pakt die zorg aan door op excessen te richten. Ruime beloningen, reputatie en eigenaarschap blijven mogelijk onder de politieke grens; alleen de zeer extreme concentraties worden afgeremd. Het doel is niet om succes te straffen, maar om politieke gelijkheid te beschermen. Niemand mag de spelregels kunnen kopen. Iedereen hoort als gelijke mee te beslissen. Dat is de vrijheid die vooropstaat.

Conclusie

Limitarianisme koppelt duidelijke waarden aan bestuurlijke nuchterheid. Het boek biedt geen dogma, maar een toepasbaar kader voor landen, steden en organisaties. De kernstappen zijn simpel: beschrijf de rijkdomsgrens, kies een ethische grens, leg een politieke grens vast en evalueer die periodiek. Zo verschuift het gesprek van “wie heeft hoeveel” naar “welke regels beschermen vrijheid, gelijkwaardigheid en houdbare ecologische grenzen”. Als richtinggevend principe helpt limitarianisme de koers vast te houden, ook als de praktijk lastig is.

Ter reflectie

Het pleidooi van Robeyns spreekt mij aan. Een jaar of 17 geleden bedacht ik me dat moderne beschavingen niet alleen een minimuminkomen en basisvoorzieningen moeten regelen maar tevens grenzen moeten stellen aan hoe rijk individuen kunnen zijn. Ik zag vooral bezwaren in de extreme rijkdom van miljardairs. In het geval van Elon Musk is goed te zien hoe gevaarlijk dat kan zijn voor samenlevingen. (Er zijn helaas veel meer voorbeelden te geven). Als grens voor individuele rijkdom zat ik toen te denken aan 50 miljoen of daaromtrent. Nog steeds enorm veel geld maar van een heel andere orde dan de honderden miljarden die de Musks van deze wereld bezitten.

Vragen:

  1. Spreekt het pleidooi voor limitarianisme je aan? Zo ja, wat spreekt je vooral aan? Zo nee, wat is je belangrijkste bezwaar?
  2. Welke maatschappelijke problemen zie jij waar limitarianisme volgens jou het meeste verschil kan maken?
  3. Wat zijn jouw gedachten over redelijke rijkdoms-, ethische en politieke grenzen in Nederland?
  4. Welke waarborgen zijn nodig om te voorkomen dat grote vermogens de politiek naar hun hand zetten of nieuwe grenzen omzeilen?

 

Referentie

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (0)
  • Bruikbaar (0)

0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

 

Voeg je bij 543 andere abonnees
 

► UPDATES & REACTIES

  1. Coert Visser
  2. Coert Visser
  3. Coert Visser
  4. Coert Visser
  5. Coert Visser
  6. Coert Visser
  7. Coert Visser
  8. "Onbaatzuchtigheid leidt ertoe dat we ons autonoom, competent en verbonden voelen en daardoor gelukkiger. En het verrassende is dat dit…

  9. Coert Visser
  10. Coert Visser
  11. Coert Visser