Tijdens de de Corona-crisis pompen overheden overal ter wereld enorme sommen geld in de economie. Hoe lang kan dit goed gaan? Wanneer is het geld op? En wie gaat alle overheidstekorten die nu ontstaan ooit weer terugbetalen? Heb je dit soort vragen ook? Lees dan verder.

Wie gaat die 100 miljard betalen?

Tijdens het tv-programma Op1 vond gisteren het volgende stukje gesprek plaats tussen presentator Jeroen Pauw en zijn gast Sigrid Kaag:

  • Pauw: “Ik denk dat een belangrijk debat ook nog wel zal zijn en een belangrijk verkiezingsthema, misschien wel het belangrijkste verkiezingsthema, straks in maart volgend jaar, wie gaat die 100 miljard betalen die de Corona-crisis ons naar schatting allemaal kost? […] Welke groep moet er meer belasting gaan betalen?”
  • Kaag: “[…] De economen zeggen terecht dat we natuurlijk de grootste crisis in een heel lange tijd meemaken maar dat we ook moeten investeren om uit die crisis te komen. En dat de staatsschuld niet direct, zoals we in eerdere crisis hebben gedaan, terugbetaald moet worden. Dus die investeringen, die moeten gaan naar kennis, technologie, onderwijs, en de verduurzaming, wat kansen oplevert en ons ook veel klimaatbestendiger maakt. Dus er is heel veel ruimte.”
  • Pauw: “Maar wie moet het betalen?”
  • Kaag: “[…] Het is niet de gemiddelde burger. De staat kan nog veel meer leveren aan investeringen en dat hoor je ook van De Nederlandse Bank, […]
  • Pauw: “Maar het geld van de staat is natuurlijk allemaal ons geld en dat moet op de een of andere manier door ons terugbetaald worden.”

Modern Monetary Theory

Stephanie Kelton, hoogleraar economie op Stony Brook University, is één van de leidende figuren binnen een stroming in de macro-economie die Modern Monetary Theory (MMT) heet. Deze theorie presenteert een alternatieve manier van de denken over overheidsuitgaven. Veel politici, economen en burgers (en tv-presentatoren) denken nog niet op deze manier maar MMT wordt bekender en wint invloed. In haar nieuwe boek The Deficit Myth beschrijft Kelton wat MMT inhoudt.

Leuk bedacht maar wie gaat dat betalen?

In samenlevingen kunnen allerlei mooie ideeën leven hoe problemen opgelost kunnen worden. Denk aan het tot stand brengen van een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg, goed en voor iedereen toegankelijk onderwijs, werkgelegenheid voor iedereen, een universeel basisinkomen, een goede infrastructuur, een duurzame, klimaatbestendige economie, etc. Bij al deze ideeën dringt zich bij politici, burgers en tv-presentatoren direct de vraag op: “Leuk en aardig maar wie gaat dat betalen?”

6 Mythes die progressie tegenhouden

Kelton legt in haar boek uit dat er enkele wijdverspreide mythen zijn die ons ervan weerhouden om allerlei goede ideeën ter verbetering van ons samenleving te realiseren. De onderstaande tabel vermeldt deze mythes in de linkerkolom en laat in de rechterkolom zien hoe het echt zit volgens MMT.

Mythe Hoe het echt zit
De centrale overheid moet budgetteren zoals een huishouden Anders dan bij een huishouden het geval is, maakt de centrale overheid de valuta die ze uitgeeft
Tekorten zijn een bewijs van teveel uitgeven Inflatie is een aanwijzing voor teveel uitgeven
Wij moeten met zijn allen de staatsschuld aflossen De staatsschuld vormt geen financiële last voor burgers op wat voor manier dan ook
Begrotingstekorten verdringen particuliere investeringen en ondermijnen economische groei Fiscale tekorten vergroten onze rijkdom en collectieve spaartegoeden
Een handelstekort betekent dat je land verliest Een handelstekort gaat samen met een overschot aan goederen
Sociale zekerheidsprogramma’s zijn financieel onhoudbaar. De overheid kan zich dit soort programma’s altijd blijven permitteren.

Het tekort van de overheid is het surplus in de samenleving

Een centrale mythe is er een die door onder andere Margaret Thatcher werd verkondigd, namelijk dat de overheid geen geld van zichzelf heeft en alleen kan uitgeven wat zij via belastingen en leningen binnenkrijgt. In ieder land met een eigen valuta is dat echter niet waar. De overheid maakt de eigen valuta en bepaalt zelf hoeveel geld er is en hoeveel ze van de bevolking via belastingen terugvraagt.

Er is sprake van een tekort wanneer de overheid meer heeft besteed dan ze via belastingen en leningen terugkrijgt. Maar terwijl de overheid op dat moment in de rode cijfers staat, staat de samenleving voor precies het zelfde bedrag in de zwarte cijfers. Het tekort van de overheid is tegelijk het surplus dat ergens in de samenleving bestaat.

Waarom dan belastingen?

Belastingen zijn volgens MMT op zich niet nodig voor het kunnen uitgeven van geld door de overheid. Maar ze zijn wel onmisbaar om andere redenen. Ten eerste maken belasting het noodzakelijk voor burgers om de valuta van het land te verkrijgen en dus werk te verrichten. Ten tweede is belasting nodig om inflatie te voorkomen.

Ten derde dienen belastingen voor het reguleren van de mate van economische ongelijkheid. Ten vierde bieden belastingen de overheid een instrument om ongewenste gedragingen van bedrijven en burgers te ontmoedigen en gewenste te stimuleren.

Overheden kunnen niet onbeperkt uitgeven

Zoals uit het bovenstaande al blijkt, is het niet zo dat MMT zegt dat overheden onbeperkt kunnen blijven uitgeven. Het is echter niet zo dat de hoogte van het begrotingstekort een goede aanwijzing is voor te hoge bestedingen. Twee zaken geven betere aanwijzingen over of de overheidsbestedingen op een goed niveau liggen: werkloosheid en inflatie.

Zo lang er sprake is van werkloosheid ziet MMT hierin een aanwijzingen in dat de overheidsbestedingen te laag zijn (ongeacht hoe hoog het begrotingstekort is). Wanneer er volledige werkgelegenheid is zal het verder verhogen van overheidsbestedingen leiden tot inflatie.

Een hoge inflatie is een aanwijzing dat de overheidsbestedingen te hoog zijn geworden. De onderstaande figuur laat zien hoe we anders kunnen gaan denken over evenwichtige overheidsbestedingen.

De complexe situatie in Europa

Het verhaal hierboven is onverkort van toepassing op landen als de VS, het VK, Australië, Denemarken, etc., aangezien deze landen alle hun eigen valuta produceren. Voor de landen binnen de EU, ligt het anders. Een land als Nederland produceert niet de eigen valuta maar is een gebruiker van de valuta (de Euro) die beheerd wordt door de Europese Monetaire Unie.

In vergelijking met een land als de VS is de situatie hier dus complexer. Begrotingstekorten, die zoals we hebben gezien kunnen worden beschouwd als instrumenten om de economie te stimuleren, worden in Europa veel minder gebruikt dat in andere delen van de wereld (zie figuur hieronder).

Meer dan in andere regio’s in de wereld is in Europa getracht economische problemen via bezuinigingsbeleid in plaats van via stimulering op te lossen. Heeft dit goed gewerkt? Vermoedelijk niet. Zoals uit de onderstaande figuur blijkt is de groei in Europa achtergebleven bij die in andere regio’s.

Hoe verder in Europa?

Als MMT correct is, dan vormt het een probleem dat bij landen binnen de EU de fiscale en monetaire politiek niet in één hand liggen. Verschillende MMT-aanhangers zijn voor het ontmantelen van de Europese Monetaire Unie. Een alternatief zou zijn om te gaan naar een verdere Europese integratie en belastingen te gaan heffen vanuit de EU. In hoeverre dit op korte termijn politiek haalbaar is, kun je je afvragen.

Er is echter ook een veel eenvoudiger alternatief, zoals voorgesteld door econoom Dirk Ehnts. Deze oplossing is dat de Europese Centrale Bank staatsobligaties risicovrij kan maken door te garanderen deze op te kopen indien noodzakelijk terwijl nationale overheden tegelijk meer speling krijgen in het laten oplopen van hun begrotingstekort.

Bekijk ook: Prof Stephanie Kelton – The Deficit Myth – 2020 Harcourt Lecture – 15 Jan 2020

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (0)