Excelleren is geen eigenschap

door | apr 7, 2026 | Mindset, Progressiegericht werken | 0 Reacties

Een lege gang op MIT, ’s avonds laat. Op een schoolbord staat een wiskundig probleem dat een professor als uitdaging heeft achtergelaten voor zijn beste studenten. Een schoonmaker stopt met dweilen, pakt een krijtje, en lost het probleem op. Niet na weken studeren. Niet na een gespecialiseerde opleiding. Hij kijkt, hij ziet het, hij schrijft het antwoord op. Alsof het altijd al in hem zat. Het is de beroemdste scène uit Good Will Hunting, en het is een van de meest geliefde films van de afgelopen dertig jaar. We vinden het verhaal ontroerend. We gunnen Will zijn doorbraak. We zijn gefascineerd door zijn genialiteit. Maar wat de film zo aantrekkelijk maakt, is precies wat er niet klopt: in de echte wereld lost niemand complexe wiskundige problemen op zonder jarenlange training. De film schrapt het pad en houdt alleen het eindpunt over, en noemt dat “genie.” We herkennen allemaal dat het onrealistisch is zodra we erover nadenken. Toch vinden we het een mooi verhaal. Dat zegt iets over hoe graag we excelleren zien als iets wat iemand is, in plaats van iets wat iemand doet.

De mythe voorbij de film

Die aantrekkingskracht beperkt zich niet tot fictie. We doen in het dagelijks leven voortdurend hetzelfde. We zien de wetenschapper met de doorbraak, de muzikant die een zaal betovert, de ondernemer die iets schijnbaar uit het niets heeft opgebouwd, en we schrijven het toe aan de persoon. “Wat een talent.” “Wat een briljante geest.” “Ze heeft het gewoon in zich.” Elke keer dat we dat doen, kijken we naar het eindpunt van een lang proces waarin kleine kansen en ervaringen zich over jaren hebben opgestapeld, en concluderen we dat het verschil in de persoon zit. De duizenden uren oefening, de mislukkingen, de plateaus, de toevallige ontmoetingen die een heel nieuw domein openden, de docent die op het juiste moment de juiste vraag stelde, de omgeving die het mogelijk maakte om door te gaan: dat alles wordt onzichtbaar. Wat overblijft is het eindproduct, en we schrijven dat toe aan ’talent’.

De toeschrijvingsfout

Die neiging kun je de toeschrijvingsfout van excelleren noemen. Ze heeft twee schadelijke gevolgen. Het eerste is dat ze ontmoedigt. Wie gelooft dat succes het product is van aangeboren talent, concludeert bij tegenslag al snel dat hij “het” niet heeft. De inspanning voelt zinloos wanneer anderen het schijnbaar moeiteloos doen. Het tweede is subtieler: de toeschrijvingsfout ontslaat ons van verantwoordelijkheid. Als succes een kwestie van talent is, hoeven we ons niet af te vragen of we genoeg kansen bieden aan anderen. De leerling die achterblijft “heeft het niet in zich.” De medewerker die stagneert “heeft zijn plafond bereikt.” Die conclusies worden onhoudbaar zodra we begrijpen dat het verschil voor een belangrijk deel in de kansen zit.

Een rijkere bewondering

Betekent dit dat bewondering zinloos wordt? Integendeel. Wanneer we het pad zien in plaats van alleen het eindpunt, bewonderen we iets concreets in plaats van iets mystieks: de volgehouden bereidheid om te oefenen wanneer het niet lukt, de moed om plateaus te doorstaan, de ontvankelijkheid voor kansen wanneer ze zich voordoen. Dat is bewonderenswaardiger dan talent, omdat het iets beschrijft wat daadwerkelijk is gedaan.

Een scepticus zou kunnen zeggen: als ik dezelfde kansen had gehad, had ik het ook gekund. Misschien. Maar kansen alleen doen het werk niet. Je zou ook twintig jaar lang moeten blijven oefenen wanneer het niet lukt. Je zou plateaus moeten doorstaan zonder te stoppen. Je zou ontvankelijk moeten zijn voor de ontmoetingen en ervaringen die zich voordoen, en er iets mee moeten doen. De kansen zijn deuropeners, of je die benut hangt van jou af. En als je dat allemaal zou doen, als je dezelfde volharding, dezelfde ontvankelijkheid, dezelfde bereidheid om door te gaan zou tonen, dan zou dat dezelfde bewondering verdienen. Want dat is wat bewonderenswaardig is: niet alleen het eindpunt, maar ook alles wat iemand heeft gedaan om er te komen.

Van bewondering naar verantwoordelijkheid

Als excelleren in belangrijke mate afhankelijk is van kansen die zich al dan niet voordeden, dan is de logische vervolgvraag: wie had toegang tot die kansen en wie niet? De docent die een leerling ziet die niemand anders zag, de leidinggevende die hoge verwachtingen combineert met concrete ondersteuning, de coach die de juiste vraag stelt op het juiste moment: dat zijn de handelingen die deuren openen, vaak zonder dat iemand het merkt.

Wie het eigen succes vanuit dit perspectief bekijkt, verschuift van trots naar dankbaarheid. Je stelt niet langer louter ‘ik heb dit bereikt’, maar ‘ik heb dit bereikt doordat deze deuren voor mij openstonden’. Dat is geen valse bescheidenheid, maar eerlijkheid over hoe succes werkelijk tot stand komt. Bovendien leidt het direct tot de vraag die er het meest toe doet: welke deuren kan ik openen voor iemand anders? Om te begrijpen hoe we die verantwoordelijkheid vormgeven, moeten we fundamenteel anders naar onszelf kijken. In mijn boek De Dynamische Mens: Voorstel voor een nieuwe psychologie (Just-in-Time Books, 2026) werk ik het fundament onder deze verschuiving uit. Het is geen ‘how-to’ handboek, maar een stevig theoretisch denkkader voor wie wil doorgronden waarom we onze ideeën over menselijke eigenschappen en capaciteiten moeten herzien.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (2)
  • Bruikbaar (1)

0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Voeg je bij 537 andere abonnees

► UPDATES & REACTIES

  1. Wat een interessante perspectieven Coert! Knap staaltje denkwerk. Fijn dat ik binnenkort mijn mensbeeld en mijn streven in mijn werk…