Onszelf zien als overprikkeld, is dat verstandig? Misschien niet.

door | apr 30, 2026 | Mindset, Progressiegericht werken | 0 Reacties

Onszelf zien als overprikkeld, is dat verstandig? Misschien niet.

Het woord overprikkeld komt regelmatig terug in alledaagse gesprekken. “Ik ga zaterdag niet mee de stad in, ik raak helemaal overprikkeld van die geluiden en mensen.” “Ik kom vanavond toch niet, ik ben helemaal overprikkeld.” “Ik moet die vergadering even overslaan, ik raak overprikkeld van zoveel input achter elkaar.” Het lijkt iets te benoemen dat veel mensen herkennen, en het wordt ingezet om uit te leggen waarom iemand iets niet kan of niet wil. De onderliggende ervaring is herkenbaar. Vermoeidheid, geïrriteerdheid, een verlangen naar rust zijn voor iedereen herkenbare ervaringen. Wat opvalt is niet die ervaring, maar de specifieke manier waarop ze tegenwoordig steeds vaker wordt benoemd. Welke betekenis heeft het woord ‘overprikkeld’, en welke gevolgen kan het gebruik ervan hebben?

Perspectief 1: het zenuwstelsel als verklaring

Een eerste manier om de uitspraak te begrijpen sluit aan bij een denkkader dat in de afgelopen jaren terrein heeft gewonnen. Mensen zouden van nature verschillen in hoe hun zenuwstelsel prikkels verwerkt. Voor sommigen zou dat verschil zo uitgesproken zijn dat een label of diagnose passend wordt geacht, zoals hoogsensitief, of een diagnose op het autismespectrum. Wie zichzelf zo leert kennen, zou het leven kunnen inrichten op een manier die bij dat zenuwstelsel past. Het woord overprikkeld functioneert binnen dit kader als beschrijving van wat er gebeurt wanneer de prikkelbelasting de capaciteit van het zenuwstelsel overstijgt.

Voor mensen met autisme zou sensomotorische overbelasting volgens dit kader een eigen kwaliteit kunnen hebben die wezenlijk verschilt van gewone vermoeidheid: geluiden die als fysiek pijnlijk worden ervaren, lichten die ondraaglijk zijn, een sociale setting die overspoelt (Robertson & Baron-Cohen, 2017; Schulz & Stevenson, 2019). Tegelijk is de wetenschappelijke evidentie achter de bredere claim genuanceerder dan ze in alledaagse gesprekken klinkt. Autisme is een heterogene categorie zonder duidelijke biologische marker (Lombardo, et al. 2019; Mottron & Bzdok, 2020), en het hoogsensitiviteitsconstruct is omstreden en overlapt sterk met al bestaande persoonlijkheidsdimensies (Lionetti et al., 2018; Bröhl et al., 2022). Hier raakt het verhaal aan een vraag die ik in eerdere artikelen over het werk van Laura Batstra heb verkend: hoe verhouden labels zich tot het gedrag dat ze beschrijven, en wanneer worden ze als verklaring gebruikt voor wat ze enkel benoemen?

Perspectief 2: doseren in plaats van vermijden

Een tweede manier om naar de uitspraak te kijken biedt Van Ankeren (2026). Zij accepteert overprikkeling als verschijnsel, maar wijst erop dat het mijden van prikkels op de lange duur averechts werkt. Wie zich systematisch afschermt, verlaagt de drempel waarop overprikkeling wordt ervaren. Brankele Frank, een neurobioloog die genoemd wordt in het artikel, illustreert dit met een voorbeeld dat experts zorgen baart: schoolkinderen die met een noise canceling-koptelefoon in de klas mogen zitten. Een uurtje het lawaai van de wereld niet hoeven horen kan aangenaam zijn, maar wie dat te lang doet, gewent zijn brein eraan en gaat normale geluiden al te veel vinden. De grens van wat iemand aankan, schuift dan naar beneden.

Huenges Wajer, klinisch neuropsycholoog die tevens genoemd wordt, vergelijkt het met spierpijn. Niet “ik moet nooit meer sporten”, maar eerder “ik ben dit blijkbaar niet gewend en heb meer training nodig”. Het gaat dan om gedoseerd opbouwen: na een periode van rust weer voorzichtig blootstelling zoeken, met vrienden afspreken om te gaan wandelen in plaats van in een druk café te zitten, een zonnebril ophouden in een volle trein maar afzetten op straat. Deze interpretatie biedt een handelingsperspectief en herstelt de eigen invloed op de ervaring. Wat ze niet doet, is een stap terugzetten en het begrip overprikkeling zelf kritisch onderzoeken

Perspectief 3: het woord vormt mede wat we ervaren

Een derde manier om naar de uitspraak te kijken komt deels overeen met perspectief 2 maar zet nog een stap terug. Niet alleen wat iemand ervaart vraagt aandacht, en niet alleen de manier waarop iemand ermee omgaat, maar ook het woord waarmee iemand het benoemt. Dit perspectief zegt dat ‘overprikkeld’ geen neutrale beschrijving is van iets wat los van het woord bestaat, maar een interpretatieve lens die mede vormt wat iemand ervaart en wat er vervolgens gebeurt. Het argument bouwt zich in drie stappen op: eerst de constatering dat het begrip zich uitbreidt, dan de uitleg dat zulke lenzen niet beschrijvend maar vormend zijn, en dan de toepassing op het concrete patroon dat zich over de tijd ontwikkelt.

3.1. Een begrip dat zich uitbreidt

Haslam (2016) beschrijft een verschijnsel dat hij concept creep noemt, waarmee hij een sluipende begripsverruiming bedoelt. Psychologische begrippen die oorspronkelijk een specifieke klinische betekenis hadden, breiden hun werkingsgebied geleidelijk uit naar alledaagsere ervaringen. Trauma, narcisme, gaslighting, verslaving: ze hebben allemaal die beweging doorgemaakt. Het lijkt erop dat overprikkeld nu hetzelfde traject volgt. Dat betekent niet dat het oorspronkelijke fenomeen niet bestaat, maar dat de grens tussen klinische ervaring en alledaagse vermoeidheid vervaagt, en daarmee ook de specificiteit van het begrip.

Foulkes en Andrews (2023) hebben hierover een hypothese geformuleerd die op dit moment wordt onderzocht. Zij vermoeden dat de groeiende aandacht voor mentale gezondheid en de bijbehorende vocabulaire mensen leert milde of gewone ervaringen te interpreteren als symptomen. Voorzichtigheid past hier, want de richting van het verband staat nog niet vast: het kan ook zijn dat mensen met meer klachten zich eerder in dit vocabulaire herkennen. Dat ervaringen mede gevormd worden door de manier waarop ze worden geïnterpreteerd, is in ieder geval plausibel. En die interpretatie hangt af van de lens waardoor iemand naar de situatie kijkt.

3.2. De lens als vormende factor

Een mindset is een lens waardoor iemand naar de werkelijkheid kijkt, vaak onbewust. Het is een interpretatiegewoonte die meebepaalt hoe een situatie wordt ervaren en wat ermee wordt gedaan. Onderzoek laat zien dat zulke lenzen niet alleen mede vormen hoe iemand iets ervaart, maar ook invloed hebben op wat het lichaam doet en op hoe iemand presteert. Crum et al. (2013) lieten zien dat mensen die stress zien als iets dat hen alerter maakt, daar fysiek anders op reageren dan mensen die stress zien als iets schadelijks. De interpretatie van het lichaamssignaal beïnvloedt de uitkomst. Yeager et al. (2022) bouwden hierop voort en toonden in een groot Amerikaans onderzoek dat jongeren die leren stress anders te zien, en die geloven dat ze kunnen groeien, beter beschermd zijn tegen stressklachten dan jongeren die dat niet leren.

Ook onderzoek van Job et al. (2015) is hier interessant. Zij onderzochten in een longitudinaal veldonderzoek onder studenten de wijdverbreide gedachte dat zelfbeheersing een eindige hulpbron is die uitgeput raakt door gebruik. De bevinding was opmerkelijk: studenten die geloofden dat zelfbeheersing niet eindig is, reguleerden zichzelf beter (minder uitstel, gezonder eten, minder impulsief uitgeven) wanneer de eisen op hen het hoogst waren. Bij studenten met een zware studielast leidde de niet-eindige overtuiging zelfs tot betere cijfers, gemedieerd door minder uitstelgedrag. De overtuiging dat een capaciteit eindig is, droeg dus zelf bij aan slechtere zelfregulatie juist op de momenten dat goede zelfregulatie het hardst nodig was. De lens was geen neutrale beschrijving van een mechanisme, maar een vormende factor met effecten in het dagelijks leven. Voor het overprikkeld-frame is die bevinding direct relevant, omdat ook daar een psychologische capaciteit wordt voorgesteld als eindige reservoir die door blootstelling slinkt.

Dat is precies waar het hier over gaat. Wie naar een prikkelrijke situatie kijkt door de lens “ik raak overprikkeld” ervaart die situatie als grensoverschrijding. Wie naar hetzelfde moment kijkt door de lens “dit is intens, dit hoort erbij, ik kan het aan” ervaart het anders. De lens stuurt het ervaren in het hier en nu, en dat heeft op zichzelf nog geen verstrekkende gevolgen. Maar de lens stuurt ook wat er vervolgens gebeurt, en daar begint iets dat zich over de tijd kan ontwikkelen.

3.3. Een neerwaartse en een opwaartse spiraal

De beweging die de lens in gang zet kan twee kanten op:

  • Wie de overprikkeld-lens hanteert, trekt zich doorgaans terug. Dat geeft op de korte termijn opluchting, en die opluchting werkt als bevestiging dat de lens klopte: het werd inderdaad te veel, en het terugtrekken hielp. De volgende keer wordt de situatie iets sneller door deze lens gezien, want hij heeft zich bewezen. Tegelijk gewent het lichaam aan een lager prikkelniveau, zoals Frank beschrijft, waardoor wat voorheen gewone drukte was nu sneller als te veel wordt ervaren. De volgende keer trekt iemand zich opnieuw terug, krijgt opnieuw bevestiging, en de cyclus herhaalt zich. Stap voor stap krimpt het terrein waarbinnen iemand zich nog comfortabel beweegt. Het woord overprikkeld functioneert dan als deursluiter: een manier van kijken en benoemen die mogelijkheden afsluit. Niet ineens, maar geleidelijk, op een manier die op het moment zelf zorgzaam aanvoelt.
  • Vanuit een andere lens loopt de beweging de andere kant op. Wie naar hetzelfde drukke moment kijkt als iets intens maar behapbaars, blijft of doseert en keert terug. De gevreesde uitkomst blijft uit, en de tolerantie groeit langzaam mee. De lens “dit kan ik aan, ook al is het veel” wint aan stevigheid omdat hij wordt bevestigd. Die stevigere lens maakt het makkelijker om de volgende vergelijkbare situatie aan te gaan, wat opnieuw bevestiging oplevert. Hier ontstaat een opwaartse beweging waarin het terrein van wat iemand aankan langzaam ruimer wordt.

In beide spiralen zit hetzelfde mechanisme: de lens beïnvloedt het gedrag, het gedrag levert een ervaring op, en die ervaring versterkt de lens. Het verschil zit in de richting. De eerste spiraal lijkt op de korte termijn beschermend, maar maakt op de langere termijn smaller wat iemand kan verdragen. De tweede vraagt op de korte termijn iets meer, en geeft op de langere termijn ruimte terug.

Dit patroon is niet uniek voor prikkeltolerantie. In de literatuur over chronische pijn is een verwant mechanisme beschreven. Bij centrale sensitisatie leert het zenuwstelsel pijn te registreren bij steeds lagere drempels (Woolf, 2011), en bij het fear-avoidance model van Vlaeyen draagt het interpreteren van pijn als bedreiging samen met vermijding bij aan het in stand houden van de pijn (Vlaeyen et al., 2016). De algemene structuur, waarin een interpretatielens en een vermijdingsreactie samen een drempel verlagen, komt op meerdere terreinen terug. Dat geeft het vermoeden dat hier iets vergelijkbaars speelt rond overprikkeld extra plausibiliteit.

Hoe we kijken doet ertoe

Het pleidooi hier is niet dat iemand zich altijd door drukke momenten moet heenslaan. Wie geen zin heeft, moe is, of liever thuisblijft, hoeft daar geen verdere uitleg voor te geven. Dat zijn alledaagse, legitieme keuzes. Het gaat om iets anders: de betekenis die we aan onze ervaring en aan de beslissing geven. Een keuze om niet te gaan kan worden geframed als voorkeur, als vermoeidheid, als geen zin vandaag. Of ze kan worden geframed als “ik raak overprikkeld”. Hetzelfde gedrag, een andere lens. En die lens, zo heeft dit artikel betoogd, is mede vormend. Hij stuurt wat we ervaren in het hier en nu, en hij stuurt wat over de tijd nog mogelijk blijft. Daarin ligt een keuze. Een keuze die erkent dat sommige momenten echt zwaar zijn, en die het waard is bewust onder ogen te zien. Hoe we onze ervaringen benoemen, en welke benoeming gewoonte wordt, doet ertoe.

 

Literatuur

 

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (2)

0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Voeg je bij 536 andere abonnees

► UPDATES & REACTIES

  1. Wat een interessante perspectieven Coert! Knap staaltje denkwerk. Fijn dat ik binnenkort mijn mensbeeld en mijn streven in mijn werk…