Mindset en sociale vergelijking na een tegenslag

door | apr 6, 2026 | Mindset, Progressiegericht werken | 0 Reacties

Mindset en sociale vergelijking na een tegenslag

Een wat minder bekende studie uit 2008 van A. David Nussbaum en Carol Dweck. legt een interessant groeimindset-mechanisme bloot. In het onderzoek slaan de auteurs een brug tussen Dwecks groeimindsettheorie en de sociale vergelijkingstheorie van Leon Festinger.

Na falen: omlaag of omhoog vergelijken?

De sociale vergelijkingstheorie stelt dat mensen een fundamentele neiging hebben om zichzelf te evalueren door zich met anderen te vergelijken. Festinger formuleerde dit idee in 1954, en sindsdien is er veel onderzoek gedaan naar de richting van die vergelijking. Wills (1981) liet zien dat mensen na een bedreiging van hun zelfbeeld geneigd zijn tot neerwaartse vergelijking: ze kijken naar mensen die het slechter doen, om zich zo beter te voelen over hun eigen situatie. Taylor en Lobel (1989) voegden daar een nuance aan toe door te laten zien dat opwaartse vergelijking, het kijken naar mensen die het beter doen, weliswaar bedreigend kan zijn, maar ook waardevolle informatie oplevert voor verbetering. De vraag die na decennia onderzoek bleef liggen was: wat bepaalt of iemand na een tegenslag omhoog of omlaag kijkt? Nussbaum en Dweck gaven daar in 2008 een antwoord op.

Drie experimenten over mindset en vergelijkingsrichting

Nussbaum en Dweck voerden drie experimenten uit. In elk experiment werd eerst de mindset van deelnemers gemanipuleerd door hen een wetenschappelijk ogend artikel te laten lezen. De ene groep las dat intelligentie grotendeels vaststaat (een statische mindset), de andere groep las dat intelligentie substantieel ontwikkelbaar is (een groeimindset). Daarna kregen alle deelnemers negatieve feedback op een taak en konden ze kiezen hoe ze daarmee omgingen.

In het eerste experiment ging het om snellezen. Deelnemers hoorden dat ze op het 37e percentiel scoorden en konden vervolgens de strategieën bekijken van eerdere deelnemers die beter of slechter hadden gepresteerd. Deelnemers met een geïnduceerde statische mindset kozen overwegend voor de strategieën van slechter presterende anderen: neerwaartse vergelijking. Deelnemers met een geïnduceerde groeimindset kozen juist voor de strategieën van beter presterende anderen: opwaartse vergelijking.

Het tweede experiment was nog sprekender. Ingenieursstudenten kregen feedback dat ze op drie van vier onderdelen van een ruimtelijk inzichttest goed scoorden, maar op één onderdeel slecht. Daarna mochten ze een tutorial kiezen voor één onderdeel. Van de groeimindsetgroep koos 91% de tutorial voor het onderdeel waarop ze gefaald hadden. In de statische mindsetgroep koos bijna de helft juist een tutorial voor een onderdeel dat ze al beheersten, een keuze die hen niets nieuws opleverde maar wel een gegarandeerd succeservaring bood.

Het derde experiment repliceerde het eerste, maar voegde zelfwaardemeting toe op drie momenten en twee controlegroepen (positieve feedback en een afleidingstaak). De resultaten waren helder. Na negatieve feedback daalde de zelfwaardering in beide mindsetgroepen even sterk. Maar de manier waarop deelnemers hun zelfwaardering herstelden verschilde fundamenteel. Hoe sterker de zelfwaardering was gedaald bij deelnemers met een statische mindset, hoe meer ze neerwaarts vergeleken. Hoe sterker de daling bij deelnemers met een groeimindset, hoe meer ze opwaarts vergeleken. En beide strategieën werkten: in beide groepen herstelde de zelfwaardering zich tot het oorspronkelijke niveau. Maar alleen de groeimindsetgroep had zich daarbij ook de kans gegeven om daadwerkelijk te leren.

Verschillende herstelstrategieën

De kracht van dit onderzoek zit in het mechanisme dat het blootlegt. Veel groeimindsetonderzoek laat zien dat mensen met een groeimindset beter presteren of meer doorzetten. Dat is waardevol, maar het vertelt niet precies wat er onder de motorkap gebeurt. Nussbaum en Dweck laten zien wat er psychologisch gebeurt op het moment van falen zelf. Iedereen kan zich naar voelen na negatieve feedback, ongeacht de mindset. Iedereen wil dat gevoel repareren. Maar de mindset bepaalt hoe je dat doet. Met een statische mindset herstel je je gevoel door naar beneden te kijken (“ik ben tenminste niet zo slecht als zij”), maar je leert niets. Met een groeimindset herstel je je gevoel door naar boven te kijken (“wat doen zij anders?”), en geef je jezelf tegelijk de kans om te verbeteren.

Hoe vaak overkomt het ons in het dagelijks leven dat we ons beroerd voelen en dan de keuze hebben, ga ik neerkijken op anderen of ga ik uitzoeken hoe ik beter kan worden?

Kleine steekproeven, sterke opzet

Een kanttekening bij het onderzoek is dat de steekproeven klein waren: 29 deelnemers in studie 1, 26 in studie 2 en 80 in studie 3. Naar huidige maatstaven is dat kwetsbaar voor overschatting van effectgroottes. Maar in 2008 waren dit gangbare aantallen voor experimenteel laboratoriumonderzoek in de sociale psychologie. Wat het onderzoek compenseert aan omvang doet het in doordachtheid van de opzet. Het experiment isoleert welke variabele hier als deuropener fungeert. Het laat zien dat het deze conditie is die de deur opent, en niet iets anders dat er in de praktijk vaak naast staat. Studie 3 voegt controlegroepen toe die alternatieve verklaringen uitsluiten. En de zelfwaardemeting op drie momenten legt het mechanisme bloot, niet alleen het eindresultaat.

Recent conceptueel verwant onderzoek bevestigt het patroon in bredere contexten (onder meer Gál et al., 2022; Sik et al., 2024), al is er geen directe grootschalige replicatie van precies dit onderzoek. Die recentere studies voegen ook een nuancering toe die al langer bekend was in de sociale vergelijkingsliteratuur maar nu expliciet in verband wordt gebracht met mindset: de mate van waargenomen controle speelt een modererende rol. Al in 1990 lieten Testa en Major zien dat opwaartse vergelijking na falen demotiverend kan werken wanneer iemand weinig controle ervaart over de mogelijkheid tot verbetering. Recent onderzoek bevestigt dat dit ook geldt in de context van mindsetinterventies (Zhao et al., 2023). Dat het patroon probabilistisch is en afhangt van de context, is vanuit een dynamisch perspectief juist te verwachten. Niet de mindset alleen, maar de wisselwerking tussen mindset en omgeving bepaalt wat iemand doet na een tegenslag. Een groeimindset werkt als deuropener, maar alleen wanneer de omgeving ook daadwerkelijk ruimte biedt om erdoorheen te lopen.

Mindset bepaalt of tegenslag tot leren leidt

Dit onderzoek maakt zichtbaar dat de keuze tussen defensief reageren en leren van tegenslag niet een kwestie is van karakter of wilskracht, maar van de overtuiging die iemand op dat moment heeft over de veranderbaarheid van zijn of haar capaciteiten. Die overtuiging is bovendien beïnvloedbaar: in de experimenten was een kort artikel al genoeg om de richting van de vergelijking te veranderen. Dat maakt het relevant voor iedereen die als trainer, coach, leidinggevende of docent te maken heeft met mensen die vastlopen na tegenslagen. De vraag is niet of iemand zijn zelfvertrouwen kan herstellen na falen, dat kan vrijwel iedereen. De vraag is of iemand dat doet op een manier die ook ruimte laat om te leren.

 

Referenties

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (2)
  • Bruikbaar (1)

0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Voeg je bij 537 andere abonnees

► UPDATES & REACTIES

  1. Wat een interessante perspectieven Coert! Knap staaltje denkwerk. Fijn dat ik binnenkort mijn mensbeeld en mijn streven in mijn werk…