Category Archive: Geen categorie

Progressiegericht nee zeggen: verzoek, belang, alternatief

Om effectief te kunnen zijn is het erg belangrijk om effectief nee te kunnen zeggen. Elke dag komen er ontelbare expliciete en impliciete verzoeken op ons af. Met expliciete verzoeken bedoel ik rechtstreekse vragen die ons gesteld worden, zoals: ‘wil jij dit of dat doen’ of ‘is het goed dat ik zus of zo doe?’ Met impliciete verzoeken bedoel ik iets abstracters namelijk alle prikkels en triggers die op ons afkomen en die een appel doen op onze aandacht en activiteit. Dit kunnen allerlei dingen zijn zoals e-mailtjes die binnenkomen, interessante, spannende of verontrustende nieuwsberichtjes op websites of op de radio of tv, uitingen op sociale mediawebsites zoals Twitter en Facebook, binnenkomende sms-jes of Whats-app-berichtjes tot zelfs langslopende mensen of geluiden die je opvangt.Lees verder »

Jezelf beperkingen opleggen om je functioneren te verbeteren

Jezelf beperkingen opleggen om je functioneren te verbeteren

De complexiteit en paradoxen van optimaal functioneren intrigeren me vaak. Wat me in het bijzonder interesseert is dat onze prestaties soms kunnen worden verbeterd door bewust beperkingen aan te brengen in de omstandigheden waarin je moet functioneren.

Lees verder »

Voordelen van interessegericht ontwikkelen

voordelen interessegerichtheidBinnenkort verschijnt er een artikel van mij waarin ik pleit voor interessegericht ontwikkelen. In dat artikel leg ik uit wat ik versta onder interessegericht ontwikkelen en wat de voordelen ervan zijn voor individuen en organisaties. Ik wil hier al ingaan op een onderwerp uit dat artikel, namelijk wat de directe voordelen zijn van interessegericht ontwikkelen. Als we ons verdiepen in iets wat ons interesseert, waar we dus belangstelling voor hebben of een belang aan toekennen, bevinden we ons in een psychologische toestand van aandachtige betrokkenheid en ervaren we positieve emoties. Onder dit soort omstandigheden blijken we helderder te denken, dingen diepgaander te begrijpen en dingen gemakkelijker te kunnen onthouden (Murphy Paul, 2013) waardoor we efficiënter en beter leren.Lees verder »

Jeugdzorg en de keepersrol

Vandaag gaven we een training progressiegericht werken met groepen. Tijdens een pauze sprak ik met iemand die in de Jeugdzorg werkt. We hadden het erover dat er soms felle kritiek op jeugdzorg is als er sprake is van zogenaamde gezinsdrama’s. Natuurlijk is het vreselijk om te horen over gezinsdrama’s zoals die recent in het nieuws geweest zijn. Soms wordt er als volgt op gereageerd: “Dat gezin werd begeleid door Jeugdzorg! Hoe kan het zijn dat Jeugdzorg dit niet heeft weten te voorkomen? Wat heeft Jeugdzorg fout gedaan?” Deze manier van redeneren lijkt logisch maar ik denk dat je ermee moet oppassen. Ik wil niet beweren dat werkers in de Jeugdzorg nooit fouten maken. Natuurlijk doen ze dat, niet als iedereen die werkt. En verbetering is overal mogelijk, ook bij Jeugdzorg. Maar de rol die Jeugdzorg vervult, is in bepaalde opzichten anders dan veel andere rollen.Lees verder »

Voorzichtig met die copingvraag

copingvraagEen bekende progressiegerichte vraag is de copingvraag. Deze vraag wordt met name gebruikt wanneer coachees het erg zwaar hebben en hun situatie als hopeloos ervaren. De basisvorm van de copingvraag is: ‘Hoe houd je het vol?’ maar er zijn ook vele andere formuleringen, zoals:

  • Hoe lukt het je om door tet gaan onder zulke moeilijke omstandigheden?
  • Hoe kun jij elke dag zulke moeilijke situaties het hoofd bieden?
  • Wat helpt je om het vol te houden?
  • Hoe kun je aan jezelf uitleggen hoe je het gegeven je moeilijke omstandigheden zo goed doet als je het doet?
  • Het is bewonderenswaardig hoe je je werkt hebt kunnen blijven doen onder zulke moeilijke omstandigheden. Hoe doe je dat?
  • Hoe slaagde je erin om het vol te houden voordat je uitviel?Lees verder »

Het struisvogelprobleem

Het struisvogelprobleem‘The Ostrich Problem’: Motivated Avoidance or Rejection of Information About Goal Progress

 

By Thomas L. Webb, Betty Chang, Yael Benn

 

Samenvatting: [ Vertaling: CV] Het monitoren van iemands huidige status met betrekking tot doelen kan doelmatige zelfregulering bevorderen. Dit artikel suggereert echter dat er een struisvogelprobleem bestaat in de zin dat in veel gevallen mensen de neiging hebben hun “kop in het zand te steken” en opzettelijk informatie te vermijden of te negeren die hen zou kunnen helpen om progressie in de richting van hun doel te monitoren. Mensen met diabetes, bijvoorbeeld, vermijden het om hun bloedglucose te meten, en weinig mensen volgen hun energieverbruik in hun huishouden, houden hun  banksaldo’s bij, houden bij wat ze eten en ga zo maar door. Terwijl situationele beperkingen sommige problemen in het monitoren van progressie kunnen verklaren, gebruiken wij een zelfmotievenraamwerk om te opperen dat de beslissing om progressie niet te monitoren vaak het resultaat is van een interactie tussen verschillende motieven. De wens om progressie precies bij te houden kan bijvoorbeeld conflicteren met de wens om het zelf te beschermen of versterken. Dit artikel geeft een overzicht van het bewijs voor het struisvogelprobleem, identificeert verschillende motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing om progressie te monitoren versus niet monitoren,  illustreert hoe het struisvogelprobleem kan worden geïntegreerd in modellen van zelfregulering en biedt suggesties voor toekomstig onderzoek. Het artikel bevordert zo ons begrip van de aard en de van opzettelijke gebrekkige controle .

 

Read full article

Het belang van het kritisch evalueren van waarheidsclaims

Het belang van het kritisch evalueren van waarheidsclaims

Cognitief wetenschappers, zoals Keith Stanovich, onderscheiden twee basisvormen van rationaliteit: 1) epistemische rationaliteit, ervoor zorgen dat onze overtuigingen corresponderen met de werkelijkheid en 2) instrumentele rationaliteit, ons zodanig gedragen dat we bereiken wat we bereiken willen. Instrumentele rationaliteit heeft betrekking op doen wat werkt en epistemische rationaliteit heeft betrekking op het vinden van waarheid. Mijn mening is dat het gevaarlijk is om elk van deze twee rationaliteiten te negeren.
Lees verder »

Index of Autonomous Functioning (IAF)

Index of Autonomous Functioning (IAF)

The index of autonomous functioning: Development of a scale of human autonomy

N. Weinstein et al. (2012)

Een groeiende belangstelling voor het functionele belang van dispositionele autonomie heeft geleid tot de ontwikkeling en validatie van de Index of Autonomous Functioning (IAF) via zeven studeis. The IAF is een maat voor autonomie gebaseerd op drie theoretisch afgeleide subschalen die het volgende meten: 1) authorship/self-congruence [auteurschap/zelfcongruentie], 2) interest-taking [interesse hebben] en  3) low susceptibility to control [lage bevattelijkheid voor externe controle]. Lees verder »

Wordt de wereld een betere plek om in te leven?

Is vooruitgang in de wereld mogelijk? Is het mogelijk om de kloof tussen de rijke landen en de ontwikkelingslanden te dichten? Zullen alle landen in Afrika in de nabije toekomst ook ontwikkelde en welvarende landen worden?  Zal de wereld gelijker worden in welvarendheid? Is dit proces al gaande? Hebben de afgelopen jaren meetbare vooruitgang laten zien? Kijk naar deze video van Hans Rosling:

 

 

Heb je gezien hoe de afname van kindersterfte hand in hand gaat met de afname van het aantal kinderen per vrouw? Dit is niet alleen van groot humanitair en moreel belang. Het heeft ook grote praktische implicaties. Het feit dat vrouwen minder kinderen krijgen die ieder een grotere kans hebben om te overleven vormt een belangrijk hefboom voor de verbetering van de positie van vrouwen en voor de economische ontwikkeling van de ontwikkelingslanden.

 

English version

Dat meedogenloze verlangen om te winnen

Dat meedogenloze verlangen om te winnen

Oprah: “Wat was voor jou de fout of de fouten die maakten dat jij alles op het spel zette?”

Lance Armstrong: “Ik denk dat meedogenloze verlangen om te winnen. Winnen ten koste van alles, werkelijk.”

Terwijl Lance Armstrong toegaf dat hij al die tijd had gelogen over zijn dopinggebruik dacht ik terug aan een boek van Alfie Kohn dat ik las in 2001 No Contest: The Case Against Competition. In dat boek beschreef Kohn hoe we de neiging hebben om veel dingen te veranderen in een wedstrijd (op het werk, op school, bij spel, thuis) omdat we aannemen dat doelgericht werken en voldoen aan bepaalde standaarden alleen kan plaatsvinden wanneer we concurreren met andere mensen. Door taken of spel te zien als een wedstrijd definiëren we de situatie als een situatie van MEGA: mutually exclusive goal attainment. Dit betekent: mijn succes hangt af van jouw falen. Lees verder »

De progressieparadox

De progressieparadox

In 2003 schreef Gregg Easterbrook een boek met als titel The Progress Paradox. How Life Gets Better While People Feel Worse. Daarin betoogde hij dat, terwijl bijna alle aspecten van het Westerse leven beter waren geworden, de meeste mensen zich slechter voelden. Ik ben het ermee eens dat over het geheel genomen het leven beter is geworden op de meeste plekken in de wereld (voorbeeld). Ik denk dat de progressieparadox niet zozeer betekent dat mensen minder gelukkig zijn geworden (ik ben er niet helemaal zeker van maar ik denk dat ook het geluk van de meeste mensen is toegenomen). Maar ik denk dat de progressieparadox is dat mensen progressie die heeft plaatsgevonden vaak niet waarnemen.Lees verder »

Leerdoelen werken vaak beter dan prestatiedoelen

Veel onderzoek in de psychologie heeft laten zien dat er een belangrijk verschil is tussen zogenaamde prestatiedoelen en leerdoelen. Prestatiedoelen richten zich op het proberen te laten zien dat je beschikt over een bepaalde vaardigheid of capaciteit terwijl leerdoelen zich richten op beter worden, het bereiken van groei met betrekking tot een bepaalde vaardigheid of capaciteit. De psychologe Heidi Grant Halvorson legt uit hoe de prestatieoriëntatie weliswaar heel motiverend kan zijn maar een belangrijk nadeel heeft:Lees verder »

Het progressieprincipe

In 2011 publiceerden Teresa Amabile, een hoogleraar aan Harvard Business School, en Steven Kramer, een ontwikkelingspsycholoog, het boek The Progress Principle: Using Small Wins to Ignite Joy, Engagement, and Creativity at Work. Het boek vormt één van de meest overtuigende bewijsstukken voor het belang van focussen op progressie in werksituaties. In het boek doen zij verslag van een grootschalig onderzoek naar het presteren en de motivatie van medewerkers.

Eén van de dingen die Amabile en Kramer deden was het houden van een enquête bij meer dan 600 managers uit tientallen bedrijven. Ze vroegen hen om van vijf factoren in werk te rangordenen naar de impact die zij hadden op de motivatie en emoties van medewerkers. Die vijf factoren waren: erkenning voor goed werk, financiële prikkels, interpersoonlijke ondersteuning,  vooruitgang boeken en duidelijke doelen. De meerderheid van deze managers koos “erkenning voor goed werk”. Maar een meerjarig onderzoek dat de dagelijkse activiteiten van 238 mensen in 26 projectteams uit 7 organisaties volgde liet zien dat deze managers het bij het verkeerde eind hadden.Lees verder »