Search results for: autonome motivatie

Autonome motivatie: interessant en/of belangrijk

Graag wil ik een misverstand wegnemen over het onderscheid tussen intrinsieke motivatie (doen wat je interessant vindt) en geïnternaliseerde motivatie (doen wat je belangrijk vindt).

Zoals Ed Deci, grondlegger van de zelfdeterminatietheorie, uitlegt in deze video is in het denken over motivatie het onderscheid tussen gecontroleerde en autonome motivatie belangrijk. Van gecontroleerde motivatie is sprake als je onder druk gezet bent om iets te doen of als je verleid bent door het vooruitzicht van een beloning. Bij gecontroleerde motivatie is er vaak sprake van tegenzin en angst, hou je het niet zo lang vol en is de kwaliteit waarmee je werkt niet zo hoog. Bij autonome motivatie sta je achter wat je doet en is de kwaliteit van je werk beter en hou je gemakkelijker vol. Er zijn twee vormen van autonome motivatie. De eerste is intrinsieke motivatie, de tweede is geïnternaliseerde motivatie. Lees verder »

Positieve relatie tussen prestatiebeloning en autonome motivatie gevonden

Verbale beloningen en autonome motivatie

Verbale beloningen en autonome motivatie

Al decennialang is bekend dat onder bepaalde omstandigheden beloningen ondermijnend kunnen werken voor de autonome motivatie van mensen. Even ter toelichting voor mensen die de term autonome motivatie wellicht niet kennen: mensen zijn autonoom gemotiveerd voor gedrag wanneer ze er volledig achter staan om dat gedrag te vertonen. Dat kan ofwel zijn omdat ze dat gedrag interessant vinden (dan spreken we van intrinsieke motivatie) ofwel omdat ze het belangrijk vinden om dat gedrag te vertonen (dan spreken we van geïnternaliseerde extrinsieke motivatie). Het is een groot voordeel als mensen autonoom gemotiveerd zijn omdat zij dan beter presteren, het langer volhouden en zich beter voelen. Dat beloningen dus autonome motivatie kunnen ondermijnen is een probleem. Lees verder »

Blijven werken aan het ontwikkelen van je groeimindset en je autonome motivatie

Blijven werken aan het ontwikkelen van je groeimindset en je autonome motivatie

Twee belangrijke onderwerpen binnen progressiegericht werken zijn autonome motivatie en de groeimindset. Over beide onderwerpen heb ik al veel geschreven en vaste lezers van deze site zullen al een goed beeld hebben van waar ze over gaan. Autonome motivatie komt er kort gezegd op neer dat je volledig achter wat je doet staat doordat je dingen doet die je interessant en/of belangrijk vindt. Als je autonoom gemotiveerd bent voel je je beter functioneer je ook beter. De groeimindset houdt in dat je gelooft dat je door je effectief in te spannen beter kunt worden in de dingen waar je beter in zou willen worden.Lees verder »

Autonome motivatie bevordert autonomie-ondersteuning

Autonome motivatie bevordert autonomie-ondersteuningEen nieuw onderzoek laat zien dat de overtuigingen en motivatie van docenten bepalend is voor hoe zij hun leerlingen benaderen. Docenten die zelf autonoom gemotiveerd zijn zullen meer geneigd zijn om de autonomie van hun leerlingen te ondersteunen.

 

Lees verder »

Hoe stimuleer je internalisatie in de klas? En waarom zou je?

Motivatie, hoe stimuleer je internalisatie in de klas?

Velen die werken in het onderwijs zijn al doordrongen van het belang en de kracht van intrinsieke motivatie voor leren. In een interessant nieuw artikel gaan Vansteenkiste et al. (2018) in op een vaak onderschat aspect van motivatie in het onderwijs dat even belangrijk is: internalisatie. Hieronder leg ik aan de hand van hun artikel uit wat internalisatie is en waarom het zo belangrijk is. Ook ga ik in op twee belangrijke principes voor het bevorderen van het proces van internalisatie: autonomie-ondersteuning en het geven van rationales. 

Lees verder »

De groeimindset en intrinsieke motivatie dragen beide bij aan volharding

De groeimindset en intrinsieke motivatie dragen beide bij aan volharding

Eén manier om te weer te geven wat progressiegericht werken inhoudt, is vervat in een model dat ik introduceerde in Kiezen voor progressie. Het model (zie figuur rechts) beschrijft hoe zowel een groeimindset als autonome motivatie het leveren van effectieve inspanning bevorderen en hoe inspanning progressie bevordert. In dit artikel kun je iets meer lezen over wat dit model inhoudt en hoe het bruikbaar is. Kijkend naar dit model zou je je kunnen afvragen of er ook een pijtje tussen groeimindset en autonome motivatie moet staan. Is het zo dat een groeimindset en autonome motivatie elkaar ook versterken of in ieder geval beïnvloeden? Ik heb me dit wel vaker afgevraagd en ook anderen hebben me deze vraag wel eens gesteld. Deze vraag is bij mijn weten nog meer één keer direct onderzocht. Lees verder »

Resultaatsverwachtingen: wanneer werken ze wel en wanneer niet?

In dit artikel pleitte ik voor een accentverschuiving van niveaudenken naar progressiedenken, zonder overigens niveaudenken radicaal overboord te zetten. De reden om meer nadruk te leggen op progressiedenken is dat het meer motiveert en activeert. In reactie op mijn stuk vroeg Pim Lagrand het volgende: “Hoe past deze kijk op de situatie dat een manager bepaalde resultaten verwacht van zijn medewerker? Mijn idee is dat het niveaudenken helpt om als manager duidelijk je verwachting aan te geven bij de medewerker (bijv. de software-aanpassing dient uiterlijk eind van deze week gereed te zijn en te voldoen aan de interne kwaliteitseisen). Zou het progressiedenken de manager en medewerker kunnen helpen op de weg naar het bereiken van het verwachte resultaat?” In reactie op deze interessante vraag zet ik een paar gedachten over resultaatsverwachtingen op een rijtje.Lees verder »

De do’s en don’ts van autonomie-ondersteuning

 

Motivatie is energie voor actie. We zijn meestal geneigd om te kijken naar de hoeveelheid motivatie die iemand heeft om iets te doen. Maar belangrijker dan de hoeveelheid motivatie die iemand heeft, is de kwaliteit van de motivatie die iemand heeft. Een type motivatie van een minder goede kwaliteit is gecontroleerde motivatie. Dit is de motivatie die we hebben als we onder druk gezet zijn om iets te doen of verleid zijn om iets te doen. De kwaliteit van gecontroleerde motivatie is niet zo goed omdat hij gepaard gaat met angst en tegenzin. We voeren de taak die ons gevraagd is wel uit maar de kwaliteit van ons werk is niet zo goed, we houden het minder lang vol, we vinden de taak niet zo leuk en we hebben de neiging om ons er zo snel en gemakkelijk mogelijk van af te maken. 

Een type motivatie van een goede kwaliteit is autonome motivatie. Dit is de motivatie die we voelen als we iets doen wat we interessant vinden (dit heet intrinsieke motivatie) en als we iets doen wat we belangrijk vinden (dit heet geïnternaliseerde motivatie). Als we autonoom gemotiveerd zijn, staan we er volledig achter om te doen wat we doen. We voelen ons goed terwijl we de taak doen, we krijgen er energie van, we voeren de taak goed uit en we houden het lang vol.Lees verder »

Wat doen schoolcijfers met motivatie?

Wat doen schoolcijfers met motivatie?

Door onderzoek in de zelfdeterminatietheorie is al lang bekend dat factoren zoals straf, beloning, druk en concurrentie de kwaliteit van de motivatie van individuen kunnen verminderen. Wanneer dit soort factoren toegepast worden, kan de autonome motivatie van individuen, (bestaande uit de intrinsieke motivatie als de geïnternaliseerde motivatie) onder druk komen te staan (lees meer over de aard en het belang van autonome motivatie). Er kan in zulke omstandigheden een meer gecontroleerde motivatie ontstaan die over het algemeen gepaard gaat met angst, spanning en minder goed functioneren. Eén factor die ook de autonome motivatie onder druk kan zetten is het geven van cijfers voor prestaties, een methode die natuurlijk veel gebruikt wordt in scholen. Een nieuw onderzoek van Krijgsman et al. (2017) verkent de relaties tussen het geven van cijfers en de motivatie van leerlingen in de gymnastiekles (N=409). Lees verder »

Motivatie en toetsing in het onderwijs: wat werkt en wat niet?

Motivatie en toetsing in het onderwijs: wat werkt en wat niet?

 

Naar aanleiding van mijn artikel De do’s en don’ts van autonomie-ondersteuning stuurde een hogeschooldocent me enige tijd geleden enkele interessante vragen. Hieronder noem ik die vragen en beantwoord ik ze beknopt. Lees verder »

Relaties tussen werkcontext, motivatie en betrokkenheid van medewerkers

In de huidige tijd is het belangrijk dat medewerkers tevreden zijn over hun werk en zich betrokken voelen bij hun organisatie. Wanneer dit namelijk het geval is, voelen ze zich beter en functioneren ze beter. Ook hebben ze dan sterker de neiging om bij de organisatie te blijven werken. Het is dus een belangrijke vraag hoe we deze positieve effecten op medewerkers kunnen bereiken. Güntert (2015) deed een onderzoek, gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie en vond enkele interessante resultaten. Lees verder »

De zelfdeterminatietheorie toegepast op gymnastiekonderwijs: systematische review en meta-analyse

De zelfdeterminatietheorie toegepast op gymnastiekonderwijs: systematische review en meta-analyse

In een nieuw artikel onderzoeken Vasconcellos ea (2019) het bewijs over de relevantie van de zelfdeterminatietheorie (ZDT) voor gymnastiekonderwijs. Ze voerden een meta-analyse (k=265) uit met gebruikmaking van structural equation modeling (SEM), een moderatoranalyse en een padanalyse  en om de belangrijkste verwachtingen van de ZDT te toetsen. Hieronder vat ik het artikel beknopt samen. Lees verder »

De vitaliteit bij autonome doelen wekt een groeimindset over wilskracht op

 

 

Wat voor type doelen we nastreven heeft invloed op hoe we denken over wilskracht. En dat heeft op zijn beurt weer invloed op hoe lang we volhouden, hoe goed we ons voelen en hoeveel progressie we boeken. Lees verder »

De progressiespiraal

de progressiespiraal OOCoert Visser, 2016, Gastcolumn in O&O, Tijdschrift voor Human Resource Development (pdf)

Hierbij nodig ik u uit om na te denken over persoonlijke en professionele ontwikkeling in termen van spiralen en er een experimentje mee te doen. Een spiraal is een positieve feedbacklus, een lus van oorzaak en gevolg die zichzelf versterkt. Een voorbeeld hiervan is een microfoon die dicht bij een luidspreker wordt gehouden. De microfoon pikt dan het geluid van de luidspreker op en stuurt dat steeds opnieuw naar de versterker. Het resultaat is een snerpende hoge toon waarvan het volume uitsluitend begrenst wordt door het vermogen van de versterker.Lees verder »