In deze post uit 2011 deelde ik mijn visie op de kenbaarheid van de realiteit. Ik pleitte tegen het idee dat alle kennis even betrekkelijk is en voor het idee dat de werkelijkheid, in ieder geval tot op zekere hoogte, kenbaar is en dat het heel belangrijk is om dit te onderkennen. Ik vatte mijn punten als volgt samen:

Ik pleit tegen: 1) zeggen dat waarheid niet bestaat, 2) zeggen dat de realiteit voor ons niet kenbaar is, 3) zeggen dat we de moeite niet hoeven te doen om onze kennis over de werkelijkheid te verfijnen, 4) zeggen dat het zinloos is om het werkelijkheidsgehalte van de ene bewering te onderscheiden van dat van de andere, 5) zeggen dat jouw kijk op de werkelijkheid ‘jouw waarheid’ is (en daarmee zeggen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft en dat ieders waarheid gelijkwaardig is).

Ik pleit voor: 1) het denken over de waarheid van onze denkbeelden en beweringen in continue termen (niet in dichotome termen), 2) het beschouwen van de werkelijkheid als een asymptoot die we kunnen benaderen, 3) het onderscheid maken tussen onze interpretaties van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf, 4) het onderkennen van de beperkingen in de modellen van de werkelijkheid die we tot nu toe hebben ontwikkeld, 5) het expliciet onderkennen van het verschil tussen beweringen die slechter overeenstemmen met de werkelijkheid en beweringen beter (of minder slecht) overeenstemmen met de werkelijkheid.

Nu, meer dan vijf jaar later, lijkt dit onderwerp alleen maar belangrijker te zijn geworden. De huidige situatie in de Amerikaanse politiek toont de gevaren van het niet respecteren van de waarheid. President Donald Trump heeft gedurende zijn campagne volhard in het doen van vele beweringen waarvan de onjuistheid is aangetoond of waarvoor geen enkele bewijs bestaat. Als president blijft hij dit doen. Telkens opnieuw wordt er door commentatoren op gewezen (bijvoorbeeld door Jake Tapper) dat (1) er geen bewijs is voor veel van zijn beweringen of (2) dat er duidelijk bewijs tegen zijn beweringen bestaat. Maar Trump en zijn woordvoerders Kellyanne Conway en Sean Spicer hebben een onverschilligheid voor feiten getoond. Zij blijven volharden dat hun beweringen waar zijn. .

Verschillende denkers uit het verleden hebben gewaarschuwd tegen politici dit soort dingen doen. Politiek denker Hannah Arendt schreef, in haar boek The origins of totalitarianism (1951): “De ideale onderdanen van een totalitair regime … zijn mensen voor wie het onderscheid tussen feit en fictie, waar en onwaar, niet meer bestaat.” In 1949, schreef George Orwell, in zijn beroemde dystopische novelle 1984 (die nu opnieuw de bestsellerlijsten beklimt): “De partij zei je het bewijs van je ogen en ogen te verwerpen. Het was hun finale, meest essentiële opdracht.”

Het ondermijnen van het idee dat empirisch bewijs relevant is, is een essentieel kenmerk van autoritaire staten. Hitler was zich hiervan bewust en via zijn propaganda en terreur mikte hij bewust op het verkrijgen van controle over wat individuen als waar beschouwden. Vreselijke voorbeelden bestaan ook vandaag de dag nog, zoals het dictatoriale regime in Saoedi Arabië dat geen enkele vrijheid van religie (of afwezigheid van religie) toestaat en waarin vrouwenrechten minimaal zijn.

Het idee dat het rijkste en militair machtigste land ter wereld in de richting van een autoritaire staat verschuift is alarmerend. Iedereen die hierdoor geraakt wordt moet alert zijn. Trump afschilderen als lachwekkend of kinderlijk leidt af van het punt dat hij zeer methodisch te werk lijkt te gaan in het breken van rationele weerstand tegen zijn beweringen en beleid.

Meer dan wat dan ook is een opleving nodig in het geloof in de relevantie van waarheid en de verwerping van beweringen waarvoor geen bewijs is of die bewezen onjuist zijn. Niet alleen in de politieke arena maar ook thuis, op school en op het werk.

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (7)
  • Bruikbaar (0)