ego-uitputtingWerk kan soms belastend zijn in de zin dat het veel zelfbeheersing en wilskracht vraagt. Het is niet verbazend dat dit werk heel vermoeiend kan zijn en dat je op een gegeven moment het gevoel kan krijgen dat het je niet meer goed lukt om beheerst en wilskrachtig te zijn. Roy Baumeister en zijn collega’s (1998) verklaarden dit aan de hand van het concept ego-uitputting (ego-depletion). Ze gingen er vanuit dat zelfbeheersing en wilskracht een beroep doet op een beperkte voorraad mentale energie. Als die energie uitgeput raakt dan wordt het vermogen om jezelf te beheersen volgens deze onderzoekers minder sterk. Volgens de onderzoekers leidt dit er toe dat je in die omstandigheden niet alleen minder in staat bent om zelfbeheersing voor de betreffende taak op te brengen maar ook voor andere dingen (zoals weerstand bieden aan een ongezonde snack).  Verschillende onderzoekers hebben manieren beschreven die het effect van ego-uitputting verminderen of tegengaan. Voorbeelden hiervan zijn: het opwekken van een positieve stemming, goed rusten en slapen, oefenen van zelfregulatie, het gebruiken van de techniek van implementatie-intenties en het visualiseren van een energie-opwekkende significante andere persoon. Ook is gesuggereerd (hoewel hier tegenstrijdige onderzoeksbevindingen over lijken te zijn) dat het eten van wat suiker het effect van ego-uitputting tijdelijk kan teniet doen.

 

Er blijkt echter nogal wat af te dingen op het ego-uitputtingmodel.  

 

1. Het effect van mindset: Mindset gaat over het verschil tussen een fixed mindset en een groeimindset. Een fixed mindset houdt in dat je gelooft dat bepaalde mentale entiteiten niet kunnen groeien; een groeimindset houdt in dat je gelooft dat mentale eigenschappen wel kunnen groeien. Veel onderzoek heeft laten zien dat een fixed mindset veel nadelen en een groeimindset veel voordelen heeft. Baumeisters concept van ego-uitputting doet denken aan de fixed mindset; er zou immers een vaststaande gelimiteerde hoeveelheid energie bestaan voor zelfbeheersing en wilskracht. Longitudinaal onderzoek van Job et al (zie hier) laat zien dat wat je gelooft over zelfbeheersing en wilskracht een effect heeft op hoeveel zelfbeheersing en wilskracht je kunt opbrengen. Hun onderzoek liet zien dat het geloven in het effect van ego-uitputting ertoe leidt dat het eerder optreedt. Mensen die geloofden dat wilskracht in overvloed aanwezig is bleken zich beter te kunnen blijven beheersen dan mensen die geloofden dat wilskracht uitputtelijk is, ook onder zwaar belastende omstandigheden.

 

2. Het effect van autonomie: onderzoek van Moller et al (2006) laat zien dat het effect van ego-uitputting niet optreedt voor alle soorten activiteiten. De zelfdeterminatietheorie maakt het onderscheid tussen  autonome motivatie en gecontroleerde motivatie. Van autonome motivatie is sprake wanneer je zelf kiest voor bepaald gedrag omdat je het interessant vindt en/of zelf erachter staat. Van gecontroleerde motivatie is sprake wanneer je bepaald gedrag vertoont omdat je je onder druk gezet voelt, gedwongen voelt of verleid voelt (bijvoorbeeld via een beloning). Moller en zijn collega’s lieten zien dat ego-uitputting wel optreedt voor activiteiten waarin sprake was van gecontroleerde motivatie maar niet voor activiteiten waarin sprake was van autonome motivatie. Wanneer je dus autonoom gemotiveerd bent voor taken dan neemt je vermogen om je zelf te beheersen dus niet af, zelfs niet onder belastende omstandigheden.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (8)
  • Bruikbaar (2)