Motivatie betekent energie voor actie. Als je goed gemotiveerd bent voor wat je moet doen, dan sta er je erachter, heb je veel energie, presteer je goed en voel je je in het algemeen ook goed. Als je niet goed gemotiveerd bent voor wat je moet doen dan ervaar je negatieve gevoelens zoals tegenzin, angst of spanning. Bovendien presteer je minder goed en houd je minder lang vol. Iedereen voelt zich wel eens wat minder goed gemotiveerd. Dat is normaal en geen probleem. Maar als je merkt dat je vaak slecht gemotiveerd voelt, is het de moeite waard om te onderzoeken hoe je je motivatie kunt verbeteren. Hier zijn enkele tips om daar mee aan de slag te gaan.

 

Vier tekenen van een slechte motivatie

Wanneer is het zinvol om er eens bewust voor te gaan zitten om je motivatie te verbeteren? Zoals gezegd is dat wanneer je regelmatig last hebt van een slechte motivatie. Een slechte motivatie is te merken aan een aantal dingen. Ten eerste ervaar je een gevoel van tegenzin, angst of druk wanneer je de activiteit moet gaan doen. De druk die je voelt kan trouwens zowel van buiten komen als van binnen jezelf. Ten tweede merk je dat je vrij weinig energie voor de activiteit hebt. Dit betekent vaak dat je er liefst zo snel mogelijk mee ophoudt en het moeilijk vindt om vol te houden bij tegenslag. Ook kan het zijn dat je de activiteit met weinig aandacht uitvoert en sjoemelt als je denkt dat er mee weg komt. Ten derde merk je dat je niet op je best presteert. Je bent bijvoorbeeld waarschijnlijk minder creatief. Ten vierde merk je dat je de activiteit niet als leuk of belangrijk ervaart en dat je je niet zo goed voelt terwijl je hem uitvoert. Heb je regelmatig last van dit soort dingen dan kan het de moeite waard zijn om te proberen de kwaliteit van je motivatie te verbeteren.

 

Tip 1: weet meer over en doe meer van wat jou motiveert

Goed gemotiveerd zijn voor een activiteit betekent dat je er achter staat om die activiteit te doen. Twee redenen om goed gemotiveerd te zijn voor een activiteit zijn dat je die activiteit interessant vind en dat je de activiteit belangrijk vindt. Als je de activiteit zelf leuk of interessant vindt dan doe je hem graag en krijg je er energie van. Als je de activiteit belangrijk vindt, omdat hij iets waardevols of nuttigs oplevert, dan sta er ook volledig achter en krijg je er ook energie van.

Een belangrijke sleutel tot het verbeteren van je motivatie is om beter zicht te krijgen op wat je zelf interessant en belangrijk vindt. Een eenvoudige manier om hier meer zicht op te krijgen is door een tijdje een motivatiedagboek bij te houden. In dat dagboek schrijf je enkele keren per week op welke dingen je hebt gedaan die je interessant en belangrijk vond. In dat dagboek probeer je vervolgens patronen van interesses en waarden te ontdekken bij jezelf.

Als je eenmaal meer zicht op deze interesses en waarden hebt gekregen, kun je op zoek gaan naar manieren om vaker activiteiten te verrichten die corresponderen met deze interesses en waarden. Je kunt dit zowel op je werk doen als in je vrije tijd. Op je werk kun je misschien zelf wat ruimte pakken om meer te doen van wat je interesseert en wat je belangrijk vindt. Ook kun je het gesprek aangaan met je leidinggevende om te onderhandelen over je takenpakket om zo een verschuiving in je takenpakket te bereiken in de richting van activiteiten die jou iets meer motiveren. Een kleine verschuiving in die richting kan al heel stimulerend werken.

Ook in je vrije tijd kun je meer gaan doen van wat je interessant en belangrijk vindt. Dit kan je helpen om ook in je vrije tijd je weer beter te gaan voelen en meer energie te krijgen. Deze positieve effecten werken ook positief door in je werk.

 

Tip 2: vervul je psychologische basisbehoeften

Een tweede manier om te werken aan het verbeteren van je eigen motivatie is door je psychologische basisbehoeften te vervullen. Deze psychologische basisbehoeften hebben wij allemaal. Het zijn de behoefte aan autonomie, aan competentie en aan verbondenheid. De behoefte aan autonomie heeft betrekking op de beleving dat je zelf kunt kiezen wat je doet en erachter staat wat je doet. De behoefte aan competentie heeft betrekking op de beleving dat je gedrag effectief en dat je in staat bent om gewenste resultaten te bereiken. De behoefte aan verbondenheid heeft betrekking op de beleving van een wederzijdse connectie met en zorg voor belangrijke andere personen. Als deze behoeften naar ons eigen idee vervuld worden dan voelen we ons goed en dan functioneren we goed. Zijn ze niet vervuld dan voelen we ons slecht en functioneren we slecht.

We zijn deels afhankelijk van onze omgeving voor de mate waarin deze basisbehoeften worden vervuld. Maar we hebben er zelf ook invloed op. De volgende vragen kunnen je helpen om zelf invloed te hebben op hoe goed jouw basisbehoeften vervuld worden.

  1. Wat zou je graag eens willen uitproberen of onderzoeken?
  2. Welke keuze zou je graag willen maken?
  3. Wanneer heb je gemerkt dat je er echt achter stond om iets te doen? Wat voor activiteit was dit? Hoe kun je een dergelijke activiteit vaker doen?
  4. Hoe kun je je iets beter beschermen tegen verzoeken en eisen van anderen die botsen met jouw interesses en waarden?
  5. Welke kennis en vaardigheden zou je verder willen ontwikkelen om effectiever te worden in het bereiken van de doelen die belangrijk voor je zijn?
  6. Hoe en wanneer kun je werken aan je eigen ontwikkeling?
  7. In welke situaties merk je dat je echt competent bent?
  8. Welke mensen zijn belangrijk voor je?
  9. Hoe kun je je relaties met die mensen verbeteren?
  10. Van wie zou je hulp willen hebben? Wie zou jij kunnen helpen?

Tip 3: Verbeter de situatie waarin je functioneert

Je motivatie wordt mede in belangrijke mate bepaald door factoren in je omgeving. Hoe je wordt aangestuurd en hoe je feedback krijgt, bijvoorbeeld, hebben hier een nadrukkelijke invloed op. En hoewel je als mens je situatie nooit volledig naar je eigen hand kunt zetten, kun je er vaak wel degelijk invloed op hebben.

Als je je in een situatie bevindt waarin je je regelmatig slecht gemotiveerd voelt, dan kun je grofweg denken aan twee strategieën om daaraan iets te veranderen. De eerste strategie is om de situatie zelf te veranderen. De tweede is om een andere situatie op te zoeken.

De eerste strategie: als je merkt dat je moet functioneren in een omgeving die jouw motivatie niet ten goede komt dan kan is het verstandig om eerst te kijken of je die situatie ten goede kunt veranderen. Je kunt hiertoe het gesprek aangaan met je leidinggevende of collega’s. In zo’n gesprek kun je uitleggen wat je graag zou willen en waarom dat belangrijk voor je is. Hoe concreter je deze dingen kunt uitleggen, hoe groter de kans is dat je leidinggevende of je collega’s je verzoek begrijpen en legitiem vinden en dat ze er dus in zekere mate aan tegemoet zullen komen. Een garantie hierop heb je natuurlijk niet, maar niet geschoten is altijd mis.

Heb je al van alles geprobeerd om je situatie te veranderen en lukt dit maar niet dan kan het verstandig zijn om een andere situatie op te zoeken. Dit zou bijvoorbeeld een andere functie in de zelfde organisatie kunnen zijn of een zelfde functie in een andere organisatie.

Voor de duidelijkheid: we pleiten er niet voor om bij iedere lichte ontevredenheid meteen maar een andere baan te gaan zoeken. Ideale situaties bestaan niet en ideale functies ook niet. Iedereen voelt zich wel eens minder gemotiveerd en heeft wel eens wat minder energie. Maar als je je structureel gedemotiveerd voelt, is het niet verstandig dit voor lange tijd voor lief te nemen. Is je demotivatie sterk en langdurig dan is het vermoedelijk beter om een situatie op te zoeken die beter correspondeert met jouw interesses en waarden.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (3)