Stuurvraag in plaats van pestprotocolMary, een progressiegericht werkende docent, werkzaam in het middelbaar onderwijs, vertelde over een interessante situatie die zij had meegemaakt in een VWO2-klas. Tijdens een leerlingbespreking werd er gesproken over een probleem rondom een jongen, Marco, die gepest werd. Meerdere docenten hadden gemerkt dat de jongen gepest werd. Het gesprek ging vervolgens over wat hier aan gedaan kon worden. Eén docent opperde om een pestprotocol te maken en in werking te stellen. Nadat dit geopperd was, vroeg een andere docent of dit niet een te zwaar middel was. Was het echt nodig om zo te reageren of was er misschien een eenvoudigere oplossing? Mary mengde zich in het gesprek. Ze vertelde dat ze ook had gemerkt dat Marco het soms lastig had. Ze had ingegrepen maar merkte dat dit niet leidde tot het stoppen van het storende gedrag. Nadat ze twee akkefietjes had meegemaakt, vond ze het genoeg. Ze stelde een vraag aan de hele klas. 

 

Stuurvraag aan de hele klas

Mary vertelde dat haar toon heel serieus werd zodat de leerlingen goed konden merken dat ze even goed moesten opletten. Ze zei dat ze het heel belangrijk vond dat iedere leerling zich veilig en prettig kan voelen in de klas zodat iedereen goed zou kunnen leren in de klas. Ze zei dat ze wilde dat iedere leerling tussen nu en de volgende les een antwoord zou bedenken op de volgende vraag: “Wat kun jij doen om ervoor te zorgen dat jij en alle andere leerlingen zich prettig en veilig kunnen voelen in de klas?” Een leerling reageerde meteen door een grap te maken: “Nou, ik weet een goed idee: ze mogen de school wel sluiten!” Nadat er even gelachen werd, reageerde Mary weer heel serieus: “Tja, dat is ook een idee. Maar dat is niet iets wat JIJ kunt doen. En dat is wat ik van jullie vraag: wat kunnen jullie zelf doen om ervoor te zorgen dat iedereen zichzelf prettig en veilig kan voelen? In de volgende les ga ik jullie vragen wat jullie antwoorden zijn.” In de volgende les stelde Mary de vraag wat de antwoorden waren die de leerlingen bedacht hadden. Er kwamen uiteenlopende antwoorden, zoals: “Ik ga me beter concentreren”, “Ik pak geen spullen meer af van andere leerlingen”, “Ik ga aardiger doen”, etc.

 

De kracht van het beantwoorden van de vraag

Nadat Mary dit verteld had in de leerlingbespreking, vroeg één van de aanwezige collega’s haar: “Vond je dat goede antwoorden, Mary?” Ze antwoordde: “Nou, dat vond ik eigenlijk nog niet eens het belangrijkste. Het ging me er eigenlijk nog meer om dat ze mijn vraag hadden gehoord en erover nagedacht hadden en dat ze überhaupt met een antwoord kwamen. Ik heb gezegd dat ik het allemaal prima ideeën vond en dat ik goed zou gaan opletten hoe ze al die dingen die ze genoemd hadden, zouden gaan doen. “Maar heeft het gewerkt?”, vroeg een andere collega-docent. Mary antwoordde: “Vooralsnog lijkt het te werken. Ik heb geen incident rondom Marco meer meegemaakt. En het is ook wat rustiger geworden in de klas. Toen Mary uitgepraat was, viel er even een stilte. Toen vroeg één van haar collega’s: “Mary, wil jij die vraag nog eens herhalen? Ik wil hem even letterlijk opschrijven. Ik wil zoiets ook eens gaan uitproberen.”

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (16)
  • Bruikbaar (8)