Recensie van The Big Picture (Sean Carroll, 2016)Ik maakte kennis met Sean Carroll, een theoretisch natuurkundige op Caltech, via verschillende interessante YouTube video’s over onderwerpen zoals het niet bestaan van een leven na de dood, theïsme versus naturalisme, de pijl van de tijd en de relatie tussen de natuurwetten en de betekenis van het leven. In een uitwerking van dat laatste thema heeft hij nu een extreem ambitieus nieuw boek geschreven met als titel The Big Picture, On the Origins of Life, Meaning, and The Universe itself waarin hij, zoals de titel al suggereert, een visie presenteert op alles en probeert te komen tot een integratie van wat wetenschappers hebben ontdekt over kosmologie en deeltjesfysica en een visie op betekenis van leven en moraliteit.

 

Onze nieuwsgierigheid naar de natuurkunde

Veel mensen zijn nieuwsgierig naar wat natuurkundigen doen en weten. We zijn ons ervan bewust dat natuurkunde moeilijk is en dat veel van wat natuurkundigen doen ontoegankelijk voor ons is omdat we benodigde wiskundige kennis en vaardigheden missen en ook de inhoudelijke natuurkundige achtergrondkennis. We zijn ons er tegelijk van bewust dat de kennis van natuurkundigen heeft bijgedragen aan enorme prestaties. Deze combinatie van niet begrijpen wat ze doen en weten en merken dat wat ze doen ‘werkt’, heeft de natuurkunde een hoge status gegeven tussen de wetenschappelijke disciplines. Beroemde natuurkundigen als Albert Einstein en Stephen Hawking behoren tot de meest bewonderde wetenschappers. We kunnen geneigd zijn om te denken dat deze mensen, zoveel slimmer dan de meesten van ons, ook diepere inzichten hebben in kwesties als de zin van het leven en moraliteit. Deze neiging is misschien een verklaring voor de reden dat er een grote belangstelling is voor Sean Carrols boek.

Er valt veel te waarderen aan de pogingen van de auteur om de inhoud van zijn vakgebied uit te leggen aan het algemene publiek. Het is een poging om de kloof tussen de wetenschappelijke elite en de rest van ons te overbruggen. Boeken als dit kunnen gezien worden als een verantwoording van wetenschappers aan de maatschappij. Tevens kunnen ze dienen om nieuwe generaties te inspireren voor exacte wetenschap. Carroll is daarnaast buitengewoon dapper door te proberen voorbij zijn eigen discipline te kijken en de uitdaging op te pakken om de vraag te beantwoorden of en hoe zaken als moraliteit, vrije wil, zin van het leven en dergelijke gekoppeld zijn aan de natuurkunde.

Veel van de onderdelen in dit boek waarin hij natuurkundige onderwerpen uitlegt, zijn interessant en verhelderend. Ik denk dat deze stukken van het boek veel mensen het gevoel zullen geven dat ze deze onderwerpen na lezing een klein beetje beter begrijpen.

 

Gelaagde werkelijkheid

Ook interessant is Carrolls uitleg over hoe de werkelijkheid kan worden gezien als bestaand uit meerdere lagen, lopend van het ‘fijnkorrelige’ niveau van subatomaire deeltje of kwantumvelden naar macroniveaus zoals, in oplopende volgorde, scheikunde, biologie, psychologie en sociologie. Verschillende dingen zijn belangrijk om hierover te begrijpen. Ten eerste: verschijnselen op een hoger niveau kunnen niet de wetten schenden van onderliggende niveaus van de werkelijkheid. Ten tweede: het begrip emergentie beschrijft verschijnselen op hogere niveaus die niet kunnen worden gereduceerd  tot (worden verklaard in termen van) hun bestanddelen. Ten derde: verschillende lagen van de werkelijkheid (niveaus van complexiteit) kunnen worden gezien als verschillende domeinen van toepassing die verschillende soorten theorieën/verklaringen behoeven.

Wat hieruit volgt is dat het nergens op slaat om te denken over begrippen als moraliteit en vrije wil in termen van, bijvoorbeeld, natuurwetten of elementaire deeltjes. Hoewel die wetten en elementaire deeltjes wel de grenzen bepalen van wat mogelijk en onmogelijk is op hogere werkelijkheidsniveaus kunnen zulke emergente concepten niet volledig worden verklaard in termen van deze wetten en deeltjes.

Een ander interessant onderwerp in het boek is Bayesiaans denken wat een instrument is voor het updaten van overtuigingen dat zoals in de wetenschap als in het alledaagse leven nuttig kan zijn. In Bayesiaans denken worden onze van te voren bestaande overtuigingen over de werkelijkheid (priors) gebruikt om waarschijnlijkheden toe te kennen aan mogelijke uitkomsten en wanneer nieuw bewijs binnenkomt worden onze overtuigingen bijgesteld. Dit proces gaat voort en leidt tot steeds passendere overtuigen.

 

Enkele punten van kritiek

Er zijn ook enkele dingen die me iets minder aanspreken in het boek en die ik minder overtuigend vind. Een voorbeeld is de term poëtisch naturalisme die Carroll introduceert. Eerder heeft hij zichzelf altijd beschreven als een naturalist. Ik denk dat dat een prima term is en ik ben er niet van overtuigd dat de toevoeging van het bijvoeglijk naamwoord ‘poëtisch’ een verbetering is. Deze term verwijst naar zijn visie dat verschillende domeinen van toepassing om verschillende manieren van praten vragen. Het klinkt misschien pietluttig maar deze nadruk op taal en praten spreekt me niet zo aan. Los van taal zijn er andere manieren om de werkelijkheid te beschrijven zoals wiskundige modellen en visualisaties. De nadruk op ‘manieren van praten’ voert mij, misschien onterecht,  in gedachten terug naar een aantal sociaal constructivistische filosofen van het einde van de vorige eeuw die stelden dat taal, en alleen taal, de werkelijkheid weerspiegelt en vormgeeft, en ik wil daar niet naar terug.

Een ander punt waar ik me niet helemaal in kan vinden, is wat hij zegt over moraliteit. Als ik het goed begrijp is Carroll het niet helemaal eens met wetenschappers die als volgt redeneren: “het universum heeft geen doel en moraliteit en menselijke doelen en moraliteit zijn daarom illusies waarover wetenschap niets objectiefs kan ontdekken”. (Steven Weinberg lijkt zo te denken). Carroll redeneert op basis van zijn visie van de gelaagde werkelijkheid dat iets als moraliteit, een emergent verschijnsel, betekenisloos is op het niveau van atomen maar betekenisvol op het niveau van de menselijke belevingswereld. Het plaatje hieronder laat zien hoe Carroll twee onderscheiden maakt: (1) tussen werkelijk en illusionair, en (2) tussen objectief en subjectief.

carroll

Deze onderscheiden zijn waardevol maar ik ga niet mee in de bewering dat moraliteit en esthetiek eenvoudigweg in de subjectieve hoek moeten worden geplaatst. Uit het feit dat moraliteit een menselijk construct is en dat het betekenisloos is buiten de context van de menselijke ervaring volgt niet dat het niet wetenschappelijk kan worden onderzocht en dat er geen enkel niveau van objectiviteit kan worden bereikt in beweringen over moraliteit.

In feite is een dergelijke visie in strijd met Carrolls eigen visie dat verschillende werkelijkheidslagen verschillende soorten verklaringen vergen. De evolutietheorie bestaat alleen in het domein waarin leven zich afspeelt en is niet relevant of betekenisvol op lagere werkelijkheidsniveaus en ook niet in de enorme delen van het universum waarin geen leven bestaat. Dit betekent niet dat het niet objectief kan worden benaderd en dat er geen enkele objectieve bewering over kan worden gedaan. Niets belet ons om, binnen het nauwe domein van de menselijke ervaring, moraliteit systematisch te bestuderen en om er ten minste enkele objectieve waarheden over te ontdekken. Dat moraliteit een bewegend doel is, zowel in termen van hoe we het definiëren als in termen van welke gedragingen we zien als moreel, maakt hiervoor niets uit.

Conclusie

Ik beveel dit boek natuurlijk aan. Iedereen die moedig en ambitieus genoeg is om een dergelijk boek te schrijven, is gedoemd om in zekere mate te falen. Maar dit is het soort falen dat zeer prijzenswaardig is omdat het een grote eerlijkheid en verantwoordelijkheid toont en omdat het ons kan helpen om gezamenlijk ons begrip van de werkelijkheid te vergroten.

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (2)