PinkerDeze week verstuurde Harvard University professor Steven Pinker twee tweets waar ik op wil reageren. De eerste tweet ging over racisme, de tweede over de vraag of sekseverschillen bestaan.

 

1. De racisme-tweet

Ik ben kritisch over deze tweet maar ik ben het ook met twee dingen erin eens. Die wil ik eerst noemen. Ten eerste ben ik het eens met de intentie om racisme tegen te gaan. De gedachte dat groepen mensen van bepaalde achtergronden of met bepaalde uiterlijke kenmerken inherent inferieur zouden zijn, is, volgens mij, ongefundeerd en belachelijk. Ook ben ik het eens met wat Pinker impliceert over het belang van valide argumenten als je racisme wilt bestrijden. Als rassen een realiteit zijn, zoals hij impliceert, dan is het inderdaad een slecht idee om te zeggen dat ze niet bestaan met als doel om racisme te bestrijden. Argumenten die niet geworteld zijn in de werkelijkheid kunnen nooit overtuigend zijn.

Nu naar het gedeelte waar ik het niet mee eens ben. Naar ik begrijp wordt de term ‘ras’ niet gebruikt in enige formele biologische nomenclatuur (zie hier). Ik begrijp dat genetische clusters in de mensheid wel degelijk een realiteit zijn en dat deze praktische implicaties hebben. Een eerste opmerking hierbij is dat statistische clustering kan leiden tot verschillende clusters afhankelijk van de methode die je gebruikt en van de kenmerken waarop je clustert. Een tweede opmerking is dat zelfs een studie (Rosenberg et al., 2005) die genetische clusters vond die grofweg corresponderen met de grote geografische regio’s, niet kan worden gezien als een rechtvaardiging voor de gedachte dat menselijke rassen bestaan.

Zoals eerste auteur Rosenberg zelf zegt: “De overall resultaten van het onderzoek bevestigen dat de genetische verschillen binnen populaties liggen tussen de 93 en 95%. Slechts 5% genetische variatie is gevonden tussen groepen” en: “de bevindingen moet niet worden opgevat als bewijs voor onze steun voor wat voor specifiek concept van biologisch ras dan ook”.

De term ‘ras’ zoals niet-wetenschappers die kennen, is een vaag concept dat naar mijn overtuiging veel meer kwaad dan goed kan. Mensen gebruiken de term bijvoorbeeld om te verwijzen naar zeer verschillende dingen zoals uiterlijke kenmerken, geografische factoren, religieuze factoren, nationaliteit, culturele gewoonten, etc.

Door te impliceren dat rassen een empirische realiteit zijn (wat ik niet geloof) ben ik bang dat Pinker vage common sense noties van ras bekrachtigt zoals: er is een wit ras en een zwart ras, er is zoiets als het Joodse ras, Mexicanen zijn een ras en Moslims zijn een ras. Door zo’n vage term te accepteren, maak je de weg vrij om de term te gebruiken voor vreselijke doelen.

Pinker beschuldigt zijn opponenten ervan te proberen hun doel (laten we het egalitarisme noemen) te dienen door te leunen op een argument dat niet geworteld is in de werkelijkheid (het idee dat rassen niet bestaan). Ironischerwijs is het misschien zo dat hij degene is die zich vasthoudt aan een concept dat dubieus is.

Verder merk ik op dat de scepticus niet degene is die de bewijslast dient te dragen en dus moet bewijzen dat rassen niet bestaan. Die last lig bij wetenschappers die beweren dat rassen bestaan. Zij moeten het concept helder definiëren en bewijs leveren voor het bestaan ervan.

Zelfs als ze dat zouden doen, dan zouden ze in mijn ogen beter de term ‘ras’ kunnen vermijden om te voorkomen dat mensen dit als een wetenschappelijk bewijs zouden opvatten voor hun foutieve intuïtieve en stereotiepe noties van ras.

 

2. De tweet over sekseverschillen

Anders dan het begrip ras, wat geen geaccepteerd begrip in de biologie is, is de term sekse wel een geaccepteerde term in de biologie. Door het hele dierenrijk heen komt seksuele dimorfie voor wat betekent dat twee sekses van dezelfde soort verschillende kenmerken vertonen die verder gaan dan het hebben van verschillende geslachtsorganen (bron). Ik ben het eens met Pinker dat seksuele dimorfie bestaat bij mensen net als bij al onze evolutionaire neven en nichten.  Ook ben ik het ermee eens dat het ontkennen van het bestaan van seksuele dimorfie contraproductief kan werken als je egalitarisme wilt bevorderen.

Dat gezegd hebben, wil ik twee opmerkingen maken. Ten eerste dat biologische tendensen bestaan betekent niet dat we ze altijd moeten accepteren. Menselijke beschaving is, deels, een kwesties van het bouwen van instituties en gewoontes die tegen biologische tendensen ingaan. Zoals ik in dit artikel noem zijn aangeboren biologische tendensen door de evolutie in ons gevormd om onze genen te dienen. Onze individuele en collectieve belangen overlappen slechts gedeeltelijk met de belangen van onze genen. Er is zorgvuldige reflectie nodig om te bepalen wanneer we deze biologische tendensen moeten volgen en wanneer we ze moeten weerstaan.

Ten tweede moeten we voorzichtig zijn in hoe we de discussie inkaderen. De inkadering die geïmpliceerd wordt in de tweet van Pinker is dat het de vraag is of sekses gelijk of verschillend zijn. Zoals gezegd ben ik het ermee eens dat sekses niet identiek zijn. Maar deze inkadering maskeert een groot deel van de werkelijkheid dat door een andere inkadering wel zichtbaar wordt. In plaats van te vragen “zijn seksen gelijk of niet?” kunnen we vragen: in welke opzichten zijn seksen gelijk en in welke niet?” Het beantwoorden van die vraag laat zien dat mannen en vrouwen verschillend zijn in bepaalde specifieke opzichten maar gelijk in vele andere (ik denk de meeste).

Primitieve samenlevingen zagen en behandelden mannen en vrouwen als veel ongelijker dan meer geavanceerde samenlevingen. Ik zou niet verbaasd zijn als nog geavanceerdere samenlevingen mannen en vrouwen als nog meer gelijk zullen behandelen en onze overeenkomsten nog meer zullen erkennen.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (1)