NOAM trainingen progressiegericht werkenNOAM trainingen progressiegericht werken worden door cursisten over het algemeen beoordeeld als leerzaam en prettig. We merken dit ook doordat cursisten onze trainingen aanbevelen aan collega’s en kennissen en ook regelmatig zelf terugkomen in een vervolgtraining. Als ik probeer te analyseren wat de belangrijkste reden is waarom onze trainingen goed werken dan komt ik tot het volgende antwoord: progressiegericht oefenen. In de trainingen van NOAM bieden wij deelnemers veel gelegenheid om situaties te oefenen die voor hen relevant zijn en die ze uitdagend vinden. Ze oefenen veel met elkaar en met ons als trainers en soms met een live-cliënt.

 
De manier waarop ze oefenen heet deliberate practice en is gebaseerd op het werk van Anders Ericsson en zijn collega’s. Hierbij ga je naar de grens van je eigen competentie toe, het punt waar het moeilijk begint te worden voor je. Dit soort situaties vormt een optimale uitdaging. Door dit soort situaties te oefenen, wordt de leeropbrengst het grootst. Oefenen wat je al aardig goed kunt, voelt weliswaar prettiger en comfortabeler maar is minder leerzaam. Oefenen wat je nog extreem moeilijk vindt, levert ook weinig op. De leersituatie wordt dan te stressvol en je kunt het gevoel krijgen dat je geen idee hebt wat je aan het doen bent. Bij deliberate practice oefenen de cursisten die stukjes gesprek die ze lastig vinden, niet het hele gesprek. Dat stukje dat ze lastig vinden kunnen meerdere keren achter elkaar oefenen waarbij ze hulp en feedback van ons als trainers en van elkaar als cursisten krijgen. Steevast leidt dit er toe dat een 10 of 15 minuten oefenen hen op ideeën brengt hoe ze de volgende keer effectiever met deze situatie kunnen omgaan. Ze ervaren direct dat hun vaardigheid iets toeneemt. Deliberate practice is daarom een manier van oefenen die progressiegericht oefenen kunt noemen: je oefent dat wat progressie behoeft en de manier van oefenen zorgt er vrijwel zeker voor dat je progressie boekt.

 

De manier waarop we deze oefeningen structureren in onze trainingen heeft nog een voordeel. Deze manier is namelijk niet alleen effectief in de zin dat zij progressie oplevert maar ook is zij behoeftenondersteunend. De basisbehoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid worden namelijk alle drie ondersteund bij deze manier van oefenen. De behoefte aan autonomie wordt ondersteund doordat mensen zelf kunnen kiezen wat ze relevant vinden om te oefenen (in plaats van dat ze gedwongen worden om cases te oefenen die misschien helemaal niet herkenbaar zijn voor hen). Ook kunnen ze zelf bepalen hoe ze de situatie willen oefenen (wat ze willen uitproberen) en met wie ze willen oefenen. De behoefte aan competentie wordt ondersteund op twee manieren. In de eerste plaats door de manier waarop de cursisten feedback krijgen. Deze manier van feedback geven is constructief. Eerst wordt besproken wat al goed heeft gewerkt en dan worden suggesties aan gereikt om de aanpak (nog) beter te maken. In de tweede plaats wordt de behoefte aan competentie ondersteund doordat cursisten vaak al binnen enkele minuten voelen dat hun competentie toeneemt. De behoefte aan verbondenheid wordt ook ondersteund in de manier van oefenen omdat cursisten met elkaar oefenen en elkaar al oefenend helpen. Al oefenend merken ze dat situaties van de ander ook herkenbaar en leerzaam kunnen zijn voor henzelf. Ook merken ze dat ze oefensituatie veilig is. Iedereen heeft namelijk een punt waar het moeilijk begint te worden voor hem of haar. Op dit punt kun je je wat onzeker en oncomfortabel voelen. Wanneer je echter merkt dat dit normaal is (omdat iedereen het doet en omdat je merkt dat het je verder brengt) wordt het al heel snel gemakkelijk om je ‘kwetsbaar’ op te stellen.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)