Dunning-Kruger effectHet Dunning-Kruger effect is het verschijnsel dat mensen die mensen die minder competent zijn op een bepaald gebied zichzelf te positief inschatten terwijl mensen die heel hoog op die uiterst competent zijn iets te streng zijn in hun zelfbeoordeling. De verklaring voor dit verschijnsel is dat je kennis nodig hebt over een competentiegebied om je eigen competentie enigszins realistisch te kunnen beoordelen. Het bestaan van het Dunning-Kruger effect is een beetje tegenintuïtief en paradoxaal. Blijkbaar kun je je eigen gevoel over hoe goed je ergens in bent, niet goed vertrouwen. Dat je het gevoel hebt dat je ergens heel goed in bent, kan misschien zelfs een aanwijzing zijn dat je er dus helemaal niet zo goed in bent.

Naast het paradoxale aspect van Dunning-Kruger was er ook wel een serieuze methodologische twijfel over het bestaan ervan. De twijfel is of het effect wel goed gemeten is. Bij het maken van een test (het meten van een bepaalde competentie) zit altijd een toevalscomponent. Geen enkele meting is namelijk volledig accuraat. Als we deze meetfout op tests beschouwen als geluk of pech dan ligt het voor de hand dat mensen die lager scoren bij je meting gemiddeld meer pech hadden en mensen die hoger scoorden gemiddeld meer geluk. Ook kun je dus zeggen dat de laag scorende mensen, de mensen van wie gezegd werd dat ze zichzelf overschatten, gemiddeld meer pech hadden en de hoog scorende mensen van wie gedacht werd dat ze bescheiden waren, meer geluk.

De vraag is dus in hoeverre de meetfout, de pech/geluk-factor, het Dunning-Kruger effect verklaart. Met andere woorden: is het Dunning-Kruger effect een statistisch artefact of bestaat het echt? Enkele onderzoekers realiseerden zich dit en deden een paar onderzoeken waarbij zij op verschillende manieren statistisch corrigeerden voor de meetfout waarna zij het Dunning-Kruger effect niet vonden. Dit onderzoek lijkt dus steun te geven aan de gedachte dat het Dunning-Kruger effect een statisch artefact kan zijn. Op deze onderzoeken viel echter het een en ander af te dingen waardoor de vraag nog steeds niet bevredigend was beantwoord.

Enkele onderzoekers (Feld et al., 2015) onderzochten de vraag op een andere manier (een instrumentele variabele manier) waarbij het gemiddelde cijfer van studenten werd gebruikt als maat voor hun examenprestatie. Lees het artikel voor details over hoe deze methode ervoor zorgde dat de geluksfactor uit de prestatie werd gehaald (de uitleg is vrij lang en ingewikkeld).

De bevinding van deze onderzoekers was dat het Dunning-Kruger effect werd gevonden: studenten met lage competentie hebben de neiging zichzelf meer te overschatten en hoe hoger de competentie van de student, hoe realistischer de zelfbeoordeling was van de student. Dit suggereert dat het Dunning-Kruger effect echt bestaat.

 

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (11)
  • Bruikbaar (5)