Nieuwe mogelijkheden voor progressie op hogere leeftijd?Een aanname in progressiegericht werken is dat alle mensen progressie kunnen boeken waar ze nu ook staan. Voor kinderen is dit misschien gemakkelijk te begrijpen. Ze zijn continu aan het leren en onderzoeken en we zien ze in hoog tempo in allerlei opzichten progressie boeken. Ook tot middelbare leeftijd zien we vaak allerlei voorbeelden van progressie. Mensen blijven zich in veel gevallen ontplooien, zowel in hun privéleven als in hun loopbaan. Maar vanaf een jaar of 30, 40 beginnen we ook duidelijk te zien dat bepaalde lichamelijke en cognitieve functies niet langer vooruit blijven gaan maar achteruit gaan. Betekent dit dat vanaf die leeftijd alles achteruit gaat en dat progressie dus steeds minder mogelijk is? Nee, dit is een te pessimistische conclusie. Recente publicaties (bijvoorbeeld deze en deze) hebben laten zien dat terwijl vanaf een bepaalde leeftijd bepaalde capaciteiten inderdaad afnemen, andere capaciteiten door kunnen groeien. Harvard onderzoekster Laura Germine vatte in onderstaand plaatje samen hoe verschillende cognitieve vaardigheden op verschillende leeftijden pieken (waarbij de laatstgenoemde, verbale kennis, overigens geen piek bereikt en door kan blijven groeien):

peakcognitiv

Naast het domein van cognitieve capaciteiten zijn er allerlei andere aspecten van ons functioneren die kunnen blijven doorgroeien. Ouderdom wordt bijvoorbeeld wel geassocieerd met meer wijsheid en mildheid. Dit heeft misschien te maken met het volgende. Mijn hypothese is dat we terwijl we ouder worden steeds beter kunnen worden in het overwinnen van ons eigen egocentrisme waardoor we steeds milder kunnen worden, steeds beter kunnen relativeren en anderen steeds beter kunnen leren begrijpen. Op jonge leeftijd kunnen we ons erg druk maken over hoe we over komen op andere mensen. Dit heeft te maken met het idee dat we kunnen hebben dat andere mensen erg vaak over ons nadenken en allerlei oordelen en meningen over ons hebben.

Veel jonge mensen hebben in zekere mate het overdreven idee dat ze het centrum van de wereld zijn, niet alleen voor zichzelf maar ook voor veel anderen. Terwijl ze denken dat anderen veel over hen nadenken is dat niet het geval. Veel anderen denken vooral ook veel over zichzelf na. Eleanor Roosevelt vatte dit inzicht ooit eens mooi samen: “You wouldn’t worry so much about what others think of you if you would realize that they seldom do.” Naarmate we ouder worden kunnen we een steeds realistischer perspectief ontwikkelen. Dat realistischere perspectief schept wellicht nieuwe mogelijkheden voor progressie.

Dat realistischere perspectief is misschien – ik zeg ‘misschien’, want ik speculeer; zo oud ben ik namelijk ook nog niet – dat niet alleen wij maar ook anderen complexe wezens zijn, dat we veel over onszelf hebben gepiekerd en dat anderen datzelfde hebben gedaan. We realiseren ons misschien steeds beter dat we minder uniek zijn dan we dachten en dat we dus ook iets minder dramatisch hoeven na te denken over ons eigen ongemakken en lijden. Als we dat doen, en ons egocentrisme in zekere mate kunnen overstijgen, komt er misschien ruimte om ons meer te richten op het helpen van andere mensen en op het verbeteren van onze leefomgeving.

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (4)