Naïef realismeZoals ik in mijn laatste boek uitgebreid uitleg, nemen wij mensen de werkelijkheid in allerlei opzichten op een vertekende manier waar. Bovendien gebeurt dit op manieren waar we ons niet of nauwelijks van bewust zijn. Hier is een lijst van de meest bekende waarnemings- en beoordelingsfouten die we vaak maken. In deze lijst zie je ook het begrip naïef realisme staan. Deze beoordelingsfout speelt een speciale rol. We kunnen hem zien als de moeder van alle vormen van beoordelingsfouten. Naïef realisme, een term die bedacht werd door Lee Ross, is het misplaatste geloof dat de werkelijkheid precies zo is als we haar waarnemen. Met andere woorden: het is het cognitieve mechanisme dat ons blind maakt voor de vele beoordelingsfouten die we maken.

 

De beperktheid van onze waarneming

Hoe komt het dat we allemaal tot op zekere hoogte naïeve realisten zijn? Zoals Matt Lieberman in dit artikel uitlegt, heeft dat te maken met hoe het waarnemingssysteem in ons brein functioneert. Zonder dat we ons hier van bewust zijn, bestaat onze ervaring niet alleen uit onze waarneming maar ook nog uit een andere component. Deze andere component wordt door ons brein geconstrueerd op basis van onze eerdere ervaringen over de wereld. Onze waarneming levert maar een heel beperkt plaatje op en onze brein vult, zonder dat we dat door hebben, allerlei details van de situatie in. Het resultaat is dat we onze situaties als vloeiend en scherp ervaren terwijl we ons niet realiseren dat deze in behoorlijke mate is ingekleurd door onze eigen verwachtingen.

Mocht je je afvragen of dit echt zo is, dan kun je een klein experimentje doen waardoor je kunt merken hoe beperkt de rol van onze waarneming is. Als je recht vooruit kijkt, heb je vermoedelijk een vrij scherp en gedetailleerd beeld van je omgeving. Hou nu je rechterhand recht voor je en steek drie vingers in de lucht. Je kunt deze drie vingers heel gemakkelijk van elkaar onderscheiden, nietwaar? Blijf je blik nu strak vooruit richten terwijl je je hand heel langzaam naar rechts beweegt. Wat je nu kunt merken is dat je al heel snel niet meer je drie vingers duidelijk van elkaar kunt onderscheiden. Dit experimentje laat zien dat onze waarneming slechts in een heel beperkt veld, een smalle koker, scherp is, iets waar we ons normaal gesproken niet van bewust zijn. (Hier legt Steven Pinker het experimentje uit).

 

Gevolgen van naïef realisme

Wat zijn de gevolgen van ons naïef realisme? Een eerste gevolg is dat we verkeerde beoordelingen van situaties kunnen maken en verkeerde beslissingen kunnen nemen. Hoewel we misschien onrealistische denkbeelden en oordelen hebben, zijn we ons hier namelijk niet van bewust dus we baseren ons handelen erop, ook al zijn ze verkeerd. Een tweede gevolg is dat we in conflict kunnen komen met andere mensen. Matt Lieberman vermoedt dat naïef realisme de meest desastreuze en minst gedetecteerde oorzaak van conflicten tussen mensen is. Ik zie de werkelijkheid op manier A en, als naïeve realist, ben er van overtuigd dat dit de juiste kijk op de werkelijkheid is. Jij ziet de werkelijkheid op manier B, en denkt ook dat jij het bij het rechte eind hebt. Hoe denken we nu over elkaar? Ik vraag me af waarom jij beweert dat de werkelijkheid B is, terwijl hij overduidelijk A is. Je moet wel gek of oneerlijk zijn, of beide. Jij denkt over mij iets dergelijks.

 

Oplossingsrichtingen

Is er iets aan het probleem van naïef realisme te doen? Ja, tot op zekere hoogte wel. In feite is wetenschap in essentie een systematisch proces om onze beoordelingsfouten te corrigeren. Individuele wetenschappers zijn natuurlijk ook in zekere mate behept met naïef realisme (en vele andere beoordelingsfouten) maar zijn zich, als het goed is daarvan bewust. De kracht van wetenschap ligt echter vooral in de manier waarop wetenschappers met elkaar samenwerken volgens procedures die tezamen de kracht van beoordelingsfouten zoveel mogelijk neutraliseren. Zo kan wetenschap kennis opleveren die minder vertekend is dan de kennis die wij als individuen op basis van onze eigen waarneming opbouwen.

Maar als we wetenschappelijke uitgangspunten, methodes en kennis niet verspreiden kan er een kloof ontstaan tussen wetenschap en praktijk. We hebben er weinig aan als wetenschappers in hun spreekwoordelijke ivoren torens toegang hebben tot een realistischer kijk op de werkelijkheid terwijl deze mensen buiten de wetenschappelijke wereld niet bereikt. De bereidheid om onze eigen kijk op de werkelijkheid te relativeren en ter discussie te stellen, begint met het inzicht dat deze kijk deels vertekend is. Daarom denk ik dat we jonge mensen al heel vroeg moeten onderwijzen in dit soort psychologische kennis. Misschien moet psychologie daarom een vak op de middelbare school worden.

Wat denk jij?

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (3)