Kunnen zelfovertuigingstechnieken averechts werken?De vraag “Wanneer ben je ooit tegen de verwachting beter geworden in iets?” kan goed helpen om een groeimindset op te wekken. Iemand vroeg of deze vraag misschien niet averechts zou kunnen werken als degene aan wie je hem stelt er geen antwoord op kan vinden. Hieronder leg ik uit dat volgens mij iedereen er een goed antwoord op kan vinden mits aan drie voorwaarden is voldaan.

 

Zelfovertuigingstechnieken in groeimindsetworkshops

Een manier om een groeimindset op te wekken bij mensen is om een zelfovertuigingtechniek toe te passen. Hierbij stel je mensen een vraag die, wanneer ze hem beantwoorden, het effect heeft dat ze zelf tot een bepaalde gewenste overtuiging komen. Zelfovertuigingstechnieken werken vaak beter dan directe overtuigingstechnieken. Dit heeft er mee te maken dat mensen zich bij directe overtuigingstechnieken proberen te beschermen tegen de overtuiging omdat die van buitenaf komt. Bij zelfovertuiging ervaren mensen dat de motivatie van binnenuit komt waardoor ze deze meer vertrouwen.
Zelfovertuigingstechnieken worden vaak gebruikt in groeimindsetworkshops. Een vraag die deelnemers dan bijvoorbeeld gesteld wordt is: Bedenk eens iets waar je beter in geworden bent terwijl je eerst twijfelde of je er ooit beter in zou kunnen worden. Deelnemers vertellen elkaar vervolgens over deze vaardigheid of activiteit waarin ze, tegen hun verwachting in, beter zijn geworden en over hoe ze dit gelukt is. Vaak beschrijven ze dat het hen gelukt is door hard te werken, door te zetten, verschillende strategieën uit te proberen en hulp te vragen. Ze leggen zichzelf in feite de basisinzichten van de groeimindset uit.

 

Wat als er geen voorbeeld is?

Natuurlijk heb je niet de garantie dat mensen een mooi voorbeeld kunnen vinden en zeker niet dat ze het snel kunnen vinden. Maar mijn ervaring is dat dat vrijwel altijd wel gebeurt mits je hen genoeg tijd geeft en mits zij zichzelf de gelegenheid geven om even rustig te zoeken naar een voorbeeld. Recent vroeg iemand of deze zelfovertuigingsvraag misschien niet averechts zou kunnen werken als een deelnemers geen voorbeeld zou kunnen vinden. Hij dacht dat dit misschien zou kunnen gebeuren als iemand ofwel nooit getwijfeld had of hij of zij iets zou kunnen leren dan wel er nooit in geslaagd was om tegen de verwachting in iets te leren. Beide gevallen heb ik nooit meegemaakt en ik denk dat daar een goede reden voor is.

 

Uitdagingen

Ik denk dat mensen die nooit twijfelen over of ze iets zullen kunnen leren schaarser zijn dan sneeuw in de zomer. Iedereen die het begrip ‘een uitdaging aangaan’ kent, kent tegelijk enige mate van onzekerheid of iets zal gaan lukken. Het kernidee van een uitdaging aangaan is namelijk dat het moeilijk is en dat de uitkomst van je inspanningen onzeker zijn. Ik vermoed dat iedereen dit soort onzekerheid kent. Het begint al in de vroege jeugd bij het leren fietsen en leren zwemmen. Dit zijn zulke nieuwe en lastige vaardigheden dat er per definitie onzekerheid of een zekere angst bij komt kijken. Maar ook later in het leven blijven we geconfronteerd worden met situaties waarin we uitgedaagd blijven om moeilijke nieuwe dingen te leren, zowel in opleiding als in werk.
Mensen in een statische mindset zijn geneigd uitdagingen te vermijden omdat dit soort situaties bedreigend voor hen is. Falen in een uitdaging kan namelijk geïnterpreteerd worden als een indicatie van een gebrek aan talent. Maar zelfs als we proberen uitdagingen uit de weg te gaan komen ze toch op ons pad. Opleidingen, banen en de samenleving als geheel vragen blijven van ons vragen om nieuwe en soms moeilijke dingen te leren, of we het willen of niet. We blijven dus altijd uitgedaagd worden. We kunnen de onzekerheid die inherent is aan uitdagingen dus nooit helemaal vermijden.

 

Tegen je eigen verwachting in beter worden

Ook denk ik dat iedereen wel eens tegen de verwachting beter is geworden. Ik vermoed namelijk dat iedereen zichzelf weleens verrast heeft over wat hij of zij geleerd heeft. Inherent aan het leren van moeilijke dingen is dat je ze niet heel gemakkelijk of snel leert. Als we iets erg moeilijks proberen te leren kunnen we een zekere frustratie voelen over het feit dat we het niet meteen snappen of dat het niet meteen lukt. Als we dan goed en lang blijven doorzetten, merken we dat er na verloop van tijd een punt kan komen dat het opeens wel begint te lukken.
Ik denk dat vrijwel iedereen dit heeft meegemaakt. Het komt voor bij het leren van allerlei bekende activiteiten zoals: fietsen, zwemmen, rekenen, schrijven, een muziekinstrument bespelen, presentaties houden, artikelen schrijven, autorijden en ga maar door. Het moment van zo’n doorbraak komt meestal na lang proberen en gebeurt plotseling. Er zit een element van onverwachtheid in het bereiken van een leerdoorbraak. Je zag het moment niet aankomen, je hebt vermoedelijk momenten van frustratie en vertwijfeling gehad. Het idee dat iemand nooit verrast zou zijn over wat hij of zij geleerd heeft, zou impliceren dat leren volgens een voorspelbaar en voorzienbaar patroon plaatsvindt. Maar dat is niet het geval. Daarom denk ik dat iedereen bekend is het met verschijnsel tegen de verwachting in beter worden.

 

Reflectie

Mijn idee is dat deze vragen altijd goed beantwoorden kunnen worden en effectief zijn als aan drie voorwaarden is voldaan. De eerste voorwaarde is dat de vraag goed en duidelijk gesteld wordt aan de persoon en als deze rustig de tijd krijgt om na te denken over een antwoord. De tweede voorwaarde is dat de persoon de vraag serieus neemt en echt probeert te beantwoorden. Als de aandacht van de persoon meer uitgaat naar het beoordelen van de vraag (“wat vind ik eigenlijk van deze vraag?”) dan naar het beantwoorden ervan kan het ook gebeuren dat hij niet goed werkt. Hiermee wil ik niet zeggen dat het beoordelen van vragen niet legitiem is. Het is ieders goede recht om dit te doen. Maar beoordelen voordat je uitprobeert of tijdens het uitproberen kan belemmerend werken. Het is altijd moeilijk om twee dingen tegelijk te doen.
Een derde belangrijke voorwaarde is dat de overtuiging die je via een zelfovertuigingstechniek probeert op te roepen gebaseerd is op robuuste kennis. Als je zelfovertuigingstechnieken toepast op foutieve ideeën (“Wanneer heb je al eens gemerkt dat de aarde plat is en hoe lukte je dat?”) loop je een gerede kans dat ze niet werken.

 

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (5)
  • Bruikbaar (3)