Intellectuele bescheidenheidEen nieuw artikel van Leary et al. (2017) onderzoekt het psychologische construct van intellectuele bescheidenheid (Intellectual Humility; IH), de mate waarin mensen onderkennen dat hun denkbeelden en overtuigingen verkeerd zouden kunnen zijn. Voor dit doel maakten zij in vier studies gebruik van een nieuwe Intellectual Humility (IH) schaal (zie plaatje).

Studie 1 bevestigde de construct validiteit van de IH schaal en liet de relaties tussen intellectuele bescheidenheid en verschillende andere psychologische constructen zien. Positieve correlaties werden gevonden met openheid, epistemische nieuwsgierigheid, intolerantie voor ambiguïteit en eigengereidheid. IH was niet gecorreleerd met narcisme en sociale eigenrichting.

Studies 2 en 3 lieten zien volgens de auteurs zien dat er geen correlatie was tussen IH en religiositeit en politieke affiliatie. Terwijl er geen relatie was met religieuze of politieke affiliaties voorspelde IH wel hoe mensen reageerden op andermans overtuigingen en denkbeelden. Mensen intellectueel bescheiden waren hadden een voorkeur voor gebalanceerde (versus extreme) perspectieven, waren minder geneigd om anderen te beoordelen vanwege hun overtuigingen en waren toleranter tegenover mensen die hun mening veranderden. Studie 4, ten slotte, liet zien dat intellectueel bescheiden mensen beter het onderscheid konden maken tussen zwakke en sterke argumenten.

 

Twee kanttekeningen

Ik heb twee kanttekeningen bij studies 2 en 3. Ten eerste kunnen deze bevindingen niet worden gezien als bewijs voor de epistemische equivalentie van verschillende politieke of religieuze standpunten. Deze studie onderzocht niet of intellectueel bescheiden mensen meer accurate, genuanceerd en bruikbare kennis bezitten dan minder intellectueel bescheiden mensen. Het kan, met andere woorden, zo zijn dat iemand laag scoort op intellectuele bescheidenheid maar toch gelijk heeft en, omgekeerd, dat iemand hoog scoort op intellectuele bescheidenheid maar toch ongelijk heeft.

Ten tweede plaats ik een kanttekening bij de bewering dat IH niet gecorreleerd zou zijn aan religiositeit. Ik licht mijn kanttekening hieronder toe. Ik vroeg me af of dit onderzoek liet zien dat religieuze mensen (mensen die een religieuze geloofsopvattingen hebben) even intellectueel bescheiden zijn als mensen die geen religieuze geloofsopvattingen hebben (agnosten en atheïsten). In de methodesectie las ik het volgende:

[…] the sample was selected to include people who identified as religious (n = 94) and not religious (n = 94) in response to the question, “Do you consider yourself to be a religious person?” (yes, no). Most of the sample identified their religious affiliation as Christian (n = 125); atheist, agnostic, or none (n = 39); or Jewish (n = 14), with smaller numbers indicating Muslim (n = 2), Buddhist (n = 2), and other (n = 6).

Dit verbaasde me. Hoe kan het dat de steekproef bestond uit 94 religieuze en 94 niet religieuze mensen terwijl slechts 39 mensen zich identificeerden als atheïst/agnost/none en 141 zich identificeerden als religieus geaffilieerd? Ik nam contact op met de eerste auteur die me uitlegde dat veel van de mensen in de steekproef die zichzelf beschreven als “Christelijk” aangaven dat zij niet religieus waren omdat, hoewel ze religieuze denkbeelden hadden, zij geen religieus gedrag vertoonden (zoals kerkgang of bidden). Religieuze denkbeelden te hebben maar jezelf als niet religieus zien, bevreemdt me.

Waar was de bewering dat IH niet gerelateerd was op religiositeit dan op gebaseerd? Deze was gebaseerd op de correlatie tussen IH en scores op de zogenaamde DUREL sdchaal, een schaal die 3 primaire dimensies van religiositeit meet (organisatorische activiteit (kerkbezoek en religieuze bijeenkomsten), niet-organisatorische activiteit (gebed, meditatie of bestuderen van religieuze teksten) en intrinsieke religiositeit (geleid worden door het geloof in het dagelijks leven).

Conclusie: Hoewel de frase “intellectuele bescheidenheid ongerelateerd is aan religiositeit” suggereert (althans wat mij betreft) dat religieuze mensen en niet-religieuze mensen (in de zin van agnostisch of atheïstisch zijn) even intellectueel bescheiden zijn, laat de studie dit niet zien. De studie laat eerder zien dat intellectuele bescheidenheid niet samenhangt met hoe mensen religieus zijn dan met of mensen religieus zijn.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (1)