Hoe komt het stereotype threat effect door de replicatiecrisis?De replicatiecrisis binnen de psychologie heeft laten zien dat vrij veel onderzoeksresultaten uit het verleden niet vertrouwd kunnen worden. Sommige cynici zien hierin een reden om de hele psychologie af te schrijven en niet serieus meer te nemen. Dit vind ik een onlogische en onverstandige reactie. De replicatiecrisis komt voort uit een tekortschieten aan methodische en statistische kwaliteit van onderzoeken en een te geringe aandacht voor replicatiestudies en negatieve resultaten. De oplossing kan niet zijn om het hele idee van wetenschappelijkheid in de psychologie los te laten. Niet wetenschappelijke beweringen over psychologie zijn nog veel zwakker in methodische zin en daarmee nog minder betrouwbaar. Nee, de oplossingsrichting ligt in het methodisch versterken van wetenschappelijk psychologisch onderzoek (lees hier een voorbeeld van hoe Carol Dweck deze handschoen zeer serieus oppakt). De huidige situatie brengt met zich mee dat er, als het ware, een nieuwe inventaris moet worden opgebouwd van psychologische kennis. We kunnen er niet meer vanuit gaan dat onderzoeksresultaten uit het verleden automatische vertrouwd kunnen worden. Ieder onderwerp binnen de psychologie moet kritisch onder de loep genomen worden.

 

Stereotype threat: sterke effecten op presteren

Eén van de onderwerpen waar ik vooral nieuwsgierig naar ben in dit verband is het onderzoek naar stereotype threat. Kort gezegd is dit het verschijnsel dat het vragen aan mensen om hun etniciteit, geslacht of leeftijd te noemen in een beoordelingssituatie negatieve stereotypen over hun eigen etniciteit, geslacht of leeftijdsgroep kan activeren waardoor hun (test-)prestatie ondermijnd wordt. Dat je tijdens het presteren tegelijkertijd nadenkt over hoe mensen van ‘jouw groep’ gestereotypeerd worden, belemmert je om je volledig te concentreren op de taak die je aan het doen bent. Je ‘stress arousal’ neemt toe, je gaat je eigen prestatie monitoren tijdens de uitvoering van de taak en je bent bezig om negatieve gevoelens te onderdrukken. Onderzoek van Claude Steele en Joshua Aronson (zie hier) en anderen suggereerde dat de effecten van stereotype threat bijzonder groot kunnen zijn.

 

Redenen tot enige twijfel

Voor zover ik weet is er nog geen grootschalige replicatiestudie gedaan van de stereotype threat onderzoeken. Wel zijn er enkele aanwijzingen dat de replicatiecrisis de status van het stereotype threat concept niet geheel onaangetast zal laten. Flore & Wicherts (2015) voerden bijvoorbeeld een meta-analyse uit waarin de effecten van stereotype threat op de wiskundeprestaties van meisjes werd geschat. Zij vonden wel relatief klein stereotype threat effect maar stelden ook vast dat de onderzoeken in hun meta-analyse een grote variatie in uitkomsten lieten zien wat mogelijk een gevolg is van publicatiebias. Een andere aanwijzing voor problemen met de eerdere stereotype threat onderzoeken vind ik in een blogbericht van Schimmack (2017). Hij heranalyseert langs statistische weg vier studies die genoemd worden in de meest geciteerde publicatie over stereotype threat, Steele & Aronson (1995). Hierbij maakt hij gebruikt van twee nieuwe technieken, de R-Index en de Test of Insufficient Variance (TIVA). Op grond van zijn analyse concludeert hij dat het bewijs voor stereotype in deze publicatie relatief zwak is en dat er twijfel bestaat over de repliceerbaarheid ervan.

 

Voorspelling

Het onderwerp van stereotypering is erg belangrijk. Ik ben bepaald geen liefhebber van stereotyperingen en van het categoriseren van mensen in het algemeen en denk dat hier veel individueel leed en maatschappelijke schade uit voortkomt. Het lijkt me plausibel dat stereotyperingen negatieve effecten opleveren tijdens prestatiesituaties. Maar zijn die effecten zo sterk als de eerdere onderzoeken suggereerden? Het lijkt me een kwestie van tijd voordat er een grote replicatiestudie naar stereotype threat zal worden gepubliceerd. Ik verwacht dat een grootschalige replicatiestudie wel degelijk een stereotype threat effect zal vinden. Maar op grond van de aanwijzingen die ik hierboven noem, zal ik niet verbaasd zijn als zal blijken dat een dergelijke replicatiestudie minder sterke effecten zal vinden dan in de originele studies van Steele en Aronson en anderen.

 

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (2)
  • Bruikbaar (1)