Intelligente groepenIn zijn nieuwe boek Social Physics introduceert MIT hoogleraar Alex Pentland de discipline sociale fysica, een big-data-benadering van sociale wetenschap. Deze discipline richt zich met name op hoe ideeën door groepen en gemeenschappen stromen (idea flow) en hoe sociaal leren plaatsvindt waardoor productiviteit en creativiteit mogelijk gemaakt worden. Het boek beschrijft veel grootschalige onderzoeken en veel kernconcepten uit de sociale fysica en het introduceert ideeën om groepen, organisatie, steden en maatschappijen effectiever te maken.

Eén van de onderzoeken die in het boek worden beschreven is een onderzoek van Wooley et al (2010). Dit onderzoek heeft het bestaat aangetoond van een collectieve intelligentie die zich onderscheidt van de individuele intelligentie van de groepsleden. Deze collectieve intelligentie blijkt vooral bepaald te worden door twee factoren: 1) de gelijkheid van conversational turn taking: hoe minder de conversaties werden gedomineerd door slechts weinig individuen, hoe intelligenter de groep was en 2) sociale intelligentie: het vermogen om de sociale signalen van anderen te lezen.

In een latere analyse van de gegevens van dit onderzoek vonden Wen en Pentland (2011) dat het patroon van de ideeënstroom het belangrijkste was voor het functioneren van groepen. De best presterende groepen hadden de volgende kenmerken:

  1. Veel ideeën: in de groepen werden veel korte bijdragen naar voren gebracht (in plaats van slechts enkele langdurige)
  2. Dichte interacties: continue, overlappende cycli van het naar voren brengen van ideeën en heel korte reacties daarop
  3. Diversiteit van ideeën: iedereen droeg ongeveer in gelijke mate mee in ideeën en reacties

In aanvulling hierop schrijft Pentland dat er twee dingen nodig zijn voor creatieve teams: 1) een proces voor het ontdekken van ideeën (exploration) en 2) een proces voor het selecteren van nuttige ideeën en voor het vertalen van deze nuttige ideeën naar nieuwe normen en gedragingen (engagement). De meest effectieve teams blijken te alterneren (oscilleren) tussen fases waarin teamleden interacteren met mensen buiten het team (exploration) en fases waarin teamleden intensief interacteren met elkaar (engagement).

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (0)
  • Bruikbaar (1)