asymptoteCognitief wetenschappers, zoals Keith Stanovich, onderscheiden twee basisvormen van rationaliteit: 1) epistemische rationaliteit, ervoor zorgen dat onze overtuigingen corresponderen met de werkelijkheid en 2) instrumentele rationaliteit, ons zodanig gedragen dat we bereiken wat we bereiken willen. Instrumentele rationaliteit heeft betrekking op doen wat werkt en epistemische rationaliteit heeft betrekking op het vinden van waarheid. Mijn mening is dat het gevaarlijk is om elk van deze twee rationaliteiten te negeren.

 

Je alleen richten op wat waar is maar vergeten om te doen wat werkt kan ertoe leiden dat je dingen verwaarloost die je helpen te overleven en verbonden te blijven met andere mensen. In extreme gevallen kan dit leiden tot een situatie waarin je zoektocht naar waarheid zodanig als een bedreiging kan worden gezien door autoriteiten dat ze je kunnen proberen te isoleren of erger (zie bijvoorbeeld Copernicus en Socrates). Je alleen richten op doen wat werkt maar de vraag naar wat waar is negeren kan ertoe leiden dat je je efficiënt beweegt door een netwerk van onwaarheden en je meer en meer distantieert van de werkelijkheid. In extreme gevallen kan een dergelijk pragmatisme ertoe leiden dat je als individu stapje voor stapje meegaat in en je aanpast aan omstandigheden die systematisch het welbevinden en floreren van jouzelf en/of van anderen ondermijnen.

 

Relativisme: In de tweede helft van de twintigste eeuw is een relativistische manier van denken gaandeweg steeds populairder geworden. Deze manier van denken trekt de kenbaarheid van objectieve waarheid in twijfel, of, in een meer radicale vorm, het bestaan van een objectieve waarheid zelf. Dit relativistische perspectief betoogt dat wat waar is niet te weten is omdat elke soort kennis geconstrueerd is in je eigen brein en gevolg is van de interacties met andere mensen. Daarom zou elke vorm van weten slechts subjectief zijn, of inter-subjectief op zijn best. Verschillende mensen hebben, volgens het relativistische perspectief, verschillende manieren van weten , ofwel verschillende “waarheden”. Relativisten stellen dat elke kijk op de werkelijkheid in zichzelf en vanwege zichzelf waar is. Kennis kan, volgens hen, daarom hooguit lokaal zijn, nooit universeel. Dit zou impliceren dat verschillende culturen verschillende waarheden hebben en dat we het idee moeten loslaten dat objectieve beweringen over de werkelijkheid mogelijk zijn en ook van het idee dat het werkelijk begrijpen van van andere mensen mogelijk is. Een andere implicatie van (radicaal) relativisme is dat het nutteloos is om te denken in termen van epistemische rationaliteit en dat we ons slechts zouden moeten richten op instrumentele rationaliteit. Radicale relativisten zijn sceptisch over wetenschap en zien wetenschappelijke kennis als slechts een van de verschillende en gelijkwaardige narratieven over de werkelijkheid en zij zien het wetenschappelijke proces in instrumentele termen (als middelen om bepaalde doelen – anders dan het vinden van waarheid – te bereiken).

 

Waarheid versus waarheidsclaims: ik vind de verwerping van het idee dat we iets te weten kunnen komen over de objectieve waarheid niet overtuigend. Ik ben het eens met Alan Sokal (2008) die zei dat het relativistische standpunt systematisch waarheid verwart met waarheidsclaims. Neem het voorbeeld van de vorm van de aarde. Ooit dachten mensen dat de aarde plat was en ze bleken ongelijk te hebben. Later dachten ze dat de aarde rond was wat ook niet waar bleek te zijn (de vorm van de aarde benadert slechts de vorm van een bol). Kunnen we hieruit concluderen dat wat we ook maar denken te weten ooit zal worden weerlegd en dat we daarom de werkelijkheid nooit zullen kunnen kennen, of dat de waarheid niet bestaat? Nee. De bewering dat de aarde plat is, is veel foutiever dan de bewering dat de aarde een bol is. De bewering dat de aarde een bol is, kan empirisch worden getest. Iedereen die in een vliegtuig stapt om naar de andere kant van de wereld te vliegen, erkent impliciet dat de bol-visie op vorm van de aarde accurater is dan de platte-aarde-visie. Als we zeggen dat alle beweringen gelijkwaardig zijn zou er geen maat voor progressie meer zijn, zou er geen nut en noodzaak van bewijs meer zijn en zouden wetenschap en grote delen van onderwijs geen nut hebben. Ontkennen dat de ene claim verder van de waarheid verwijderd kan zijn dan de andere betekent dat we niets meer weten. Het idee van waarheid is nuttig maar we moeten niet denken over waarheid in dichotome termen van in continue termen. Ik ben het eens met Isaac Asimov die zei dat we het onderscheid kunnen maken tussen claims die minder foutief en meer foutief zijn. Hoewel we inderdaad mogelijk nooit in staat zullen zijn om definitieve beschrijvingen van de werkelijkheid te maken, kunnen we wel het onderscheid maken tussen fout en fouter.  Daarom kunnen we progressie boeken in het ontdekken van wat waar is en wat niet.

 

Objectieve waarheid als een asymptoot: Een nuttige manier om na te denken over wetenschappelijke vooruitgang is om deze te zien als een asymptoot. Een asymptoot van een curve, een begrip uit de analytische geometrie, is een een lijn die als kenmerk heeft dat de afstand tussen de curve en de lijn nadert naar nul als beide naar oneindig gaan. In de figuur hieronder is de gestippelde lijn de asymptoot. Zoals je ziet, nadert de curve de asymptoot steeds dichter. Dit is een interessante metafoor voor hoe kennis zich kan ontwikkelen. De asymptoot reflecteert de werkelijke staat van de natuur, de werkelijkheid zoals deze is, onafhankelijk van onze interpretatie ervan.

asymptoot

 

Nou en? Deze manier van denken is relevant voor wetenschap in de zin dat zij de basis is voor het zien van wetenschap als waardevol en in staat om vooruitgang te boeken (zie mijn artikel Improving Science). Maar zij is ook buiten de wetenschap relevant. In het alledaagse leven worden we gebombardeerd met waarheidsclaims via websites, vriendelijk en familieleden, journalisten, bedrijven, professionele autoriteiten, en religieuze leiders. Niet in staat zijn om het onderscheid te maken tussen foutieve en (meer) accurate claims maakt ons kwetsbaar voor manipulatie. In milde gevallen kan dit leiden tot verspilling; in ernstigere gevallen tot grote schade. Zoals Voltaire zei: “Zij die u absurditeiten kunnen laten geloven kunnen u wreedheden laten begaan.” Effectief omgaan met het bombardement aan waarheidsclaims dat ons elke dag tegemoet komt, begint met het besef dat waarheidsclaims verschillen in hun validiteit. Als we dit eenmaal weten, kunnen we leren om onware claims te onderscheiden van (meer) ware claims.

 

Hoe foutieve claims herkend kunnen worden: claims kunnen als meer waar beschouwd worden naarmate zij meer voldoen aan deze drie vereisten: 1) kloppende logica, 2) heldere definities, 3) beschikbaarheid van bewijs. Een goede reden om een bewering te wantrouwen is wanneer deze gebaseerd is op een drogredenering. Voorbeelden hiervan zijn beweringen die in essentie gebaseerd zijn op een cirkelredenering of die met zichzelf in tegenspraak zijn. Een andere goede reden om een bewering te wantrouwen is wanneer deze onduidelijk gedefinieerd is. Een voorbeeld hiervan is wanneer vage en complexe woorden worden gebruikt die niet gekoppeld zijn aan de relevante beschikbare kennis in de wetenschap of in woordenboeken. Een ander voorbeeld is een bewering die zo breed of variabel is dat hij onmogelijk is om te weerleggen. Een laatste reden om beweringen te wantrouwen is wanneer er geen ondersteunend bewijs voor is en wanneer wel tegenbewijs voor is.

 

Vanuit deze manier van denken valt af te leiden welke waarheidsclaims het meest verdacht en mogelijk het meest schadelijk kunnen zijn. Dit zijn claims:

  • die niet gebaseerd zijn op bewijs of die ontkracht zijn door tegenbewijs en
  • die mogelijk schadelijk zijn voor de persoon die erin gelooft of voor anderen (bijvoorbeeld gevaarlijk voor de gezondheid) en
  • die gepresenteerd worden op een verleidelijke manier in de zin dat ze verpakt zijn in een aantrekkelijk narratief dat er overtuigend uitziet en dat een of ander voordeel belooft voor wie erin gelooft of op een bedreigende manier in de zin dat zij onheil voorspellen voor wie er niet in gelooft en
  • die zelfreplicatieinstructies bevatten (“overtuig anderen ervan dat zij dit ook moeten geloven”) en
  • die evaluatie-uitschakelende kenmerken hebben, bijvoorbeeld door te beweren dat bewijs niet relevant of mogelijk is, door te ontkennen dat tegenbewijs bestaat of kan bestaan, door geloven zonder bewijs tot deugd te verheffen en door aan te moedigen om andersdenkenden te bekritiseren of aan te vallen.

 

De kracht van vragen: Bij het bespreken van dit soort vraagstukken met andere mensen denk ik dat het vaak onverstandig is om een confronterende stijl te hanteren. Wanneer de meest dierbare overtuigingen van mensen worden bedreigd is de kans groot dat zij defensief worden en het komt vaak voor dat zij nog sterker gaan geloven die overtuigingen (dit heet het terugvaleffect). De beste manier om mensen te helpen bij het versterken van hun vaardigheid om beweringen te beoordelen op hun waarsheidsgehalte is, denk ik, om hen respectvol te bejegenen en hen vragen te stellen terwijl je eerlijk bent over je eigen perspectief. Deze vragen kunnen hen helpen om hun eigen overtuigingen te overdenken zonder defensief te worden.

Print Friendly, PDF & Email