De nuttigheidsvraagProgressiegericht coaches maken vaak gebruik van de nuttigheidsvraag. Deze vraag kan bijvoorbeeld zo gesteld worden: “Hoe kunnen we de tijd wat jou betreft zo goed mogelijk gebruiken?” of zo: “Waaraan zou jij na afloop van ons gesprek merken dat je er iets aan gehad hebt?”

Door het stellen van de nuttigheidsvraag wordt het gemakkelijker voor cliënten om zich te richten op wat ze uit de sessie willen halen. Door de vraag herinneren ze zich wat ze willen bereiken en hoe de sessie daarbij kan helpen. De vraag werkt activerend. Door de vraag te stellen lukt het vaak goed om cliënten snel actief en betrokken te maken in het gesprek.

Soms gebeurt het echter dat cliënten niet direct een antwoord op de nuttigheidsvraag kunnen geven. Bij sommige cliënten kan dit te maken hebben met het feit dat zij niet zelf het initiatief genomen hebben om in coaching te gaan maar in opdracht of op verzoek van iemand anders (bijvoorbeeld hun baas). In die gevallen kan de progressiegerichte coach gebruik maken van progressiegerichte interventies bij gestuurde cliënten.

Maar het komt ook wel voor dat coaches zelf het initiatief hebben genomen om in coaching te gaan en toch niet direct kunnen verwoorden wat ze uit het gesprek willen halen. Het kan zijn dat ze nuttigheidsvraag beantwoorden met antwoorden als: “Tja, dat weet ik zelf ook niet zo goed” of: “Moeilijke vraag, daar kan ik niet zo snel een antwoord op geven”. In zulke gevallen stelt de progressiegerichte coach vaak een vraag als: “Kun je misschien iets vertellen over wat voor werk je doet?” Vaak kunnen en willen cliënten deze vraag wel beantwoorden en komt er een gesprek op gang. Als progressiegerichte coach geef je ze eerst even iets gemakkelijks om over te praten als het praten over het nut van het gesprek nog wat te moeilijk is. Door eerst even over iets gemakkelijkers te praten kan de cliënt al even wennen aan de situatie en merkt hij aan de reacties, samenvatting en (eventueel) complimenten van de progressiegerichte coach dat hij serieus genomen en gewaardeerd wordt. Dit leidt er toe dat hij zich wat veiliger en meer zijn gemak gaat voelen. Bovendien heeft de cliënt de gelegenheid om de nuttigheidsvraag in zijn achterhoofd nog even ‘door te laten werken’.

Als de coach vervolgens de nuttigheidsvraag opnieuw stelt kan de cliënt, in tweede instantie, dan ook vaak wel aangeven hoe en waarover hij gesprek zou willen voeren.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (4)