Johann Sebastian Bach Johann Sebastian Bach was één van de grootste klassieke componisten aller tijden (lees bijvoorbeeld dit en dit). Velen hebben al genoemd dat zijn oeuvre enorm en enorm gevarieerd is en dat het nauwelijks zwakke plekken kent. Velen dwepen zelfs met Bach en zeggen dat zijn werk vlekkeloos is en gebruiken hyperbolen zoals dat Bachs muziek goddelijk geïnspireerd was, dat Bach Gods leerling was en, misschien maar half voor de grap, dat Bach God IS.

John Eliot Gardiner, de beroemde dirigent, heeft een nieuw boek geschreven getiteld Bach: Music in the Castle of Heaven. In deze video zegt hij dat veel biografen van Bach de logische fout maken om te denken dat omdat Bach zulke geweldige muziek maakte, hij ook wel een geweldig mens geweest moet zijn. Gardiner zegt vervolgens dat Bach beslist geen toonbeeld van deugdelijkheid was en dat zij zelfs een diep gemankeerde persoonlijkheid was. Hij zegt dit omdat volgens hem er in het leven van Bach bijna sprake is van een herhalend patroon van antagonistisch gedrag tussen hem en autoriteit — de autoriteiten waar hij voor werkte. Ik ben het eens met de eerste bewering van Gardiner: dat geweldige muziek niet impliceert dat de maker ervan ook een geweldig mens moet zijn geweest. De tweede bewering van Gardiner, dat Bach een diep gemankeerde persoonlijkheid was omdat hij constant in conflict leek te zijn met autoriteiten, vind ik niet overtuigend. 

Bewering 1: Geweldige producten impliceren geen geweldige makers. Ik ben het hier van harte mee eens. De grootsheid van het werk van Bach lijkt echter wel iets positiefs over hem te zeggen. In staat zijn om zo’n omvangrijk oeuvre van uitzonderlijke goed muziek te componeren, moet een enorme en levenslange toewijding hebben gevergd. Het niveau van competentie dat Bach heeft ontwikkeld, is bewonderenswaardig. Maar dit zegt niet dat hij een geweldige persoon was in bredere zin. Bachs kwaliteiten zoals toewijding en discipline garanderen bijvoorbeeld niet dat hij een eerlijk of goedaardig mens was. De neiging om enkele positieve impressies over een persoon te generaliseren naar oordelen over allerlei andere kenmerken van die  persoon staat bekend als het Halo-effect, een bekende cognitieve fout.

Bewering 2: Bachs karakter was diep gemankeerd. In ben hiervan in het geheel niet overtuigd. Wanneer iemand een andere persoon beschrijft als een diep gemankeerde persoonlijkheid stel ik me een dictatoriale, oneerlijke, gemene of anti-sociale persoon voor. Maar Gardiner noemt Bachs persoonlijk diep gemankeerd omdat hij constant autoriteit leek uit te dagen. Ik vraag me af, maakt het uitdagen van autoriteit je een slecht mens of een diep gemankeerde persoonlijkheid? Je zou net zo goed kunnen betogen, lijkt mij, dat Bach misschien niet alleen zijn tijd vooruit was in muzikaal opzicht maar ook in sociaal opzicht, door autoriteit uit te dagen. Ik denk dat onuitgedaagde autoriteit een recept voor een ramp is. Omdat mensen, zoals Bach, blijkbaar, autoriteit hebben uitgedaagd, zijn onze samenlevingen democratischer, rechtvaardiger, gelijker en beschaafder geworden. Ik zou zeggen dat het uitdagen van autoriteit altijd een voorwaarde voor progressie is.

Een andere fout? Gardiner lijkt niet de fout van het Halo-effect te maken maar wellicht valt hij ten prooi aan een andere beoordelingsfout. Om dit uit te leggen moet ik eerst de sociale vergelijkingstheorie introduceren die in eerste instantie door Leon Festinger geformuleerd werd en later door anderen werd aangescherpt (zoals Wills, 1981). De theorie gaat over hoe mensen zichzelf evalueren door zichzelf met anderen te vergelijken. Ze doen dit niet alleen om een accuraat zelfbeeld te krijgen maar ook om een positief beeld van zichzelf te behouden. Dit tweede motief heet het zelfverheffingsmotief. Dit zelfverheffingsmotief is een sterk motief dat invloed heeft op hoe we ons vergelijken met anderen en op met wie we ons vergelijken. We kunnen bijvoorbeeld neerwaartse vergelijkingen gebruiken om ons goed te voelen over onszelf en we kunnen opwaartse vergelijkingen gebruiken om onszelf te laten inspireren.

Strategieën om gevoel van eigenwaarde te beschermen: als we in aanraking komen met buitengewone prestaties van andere mensen kan dit ons gevoel van eigenwaarde bedreigen. Als die andere persoon, blijkbaar, zo geweldig is, hoe on-geweldig maakt dat mij dan wel niet? De sociale vergelijkingstheorie zegt dat wanneer we geconfronteerd worden met andermans grootsheid we bewust of onbewust verschillende strategieën kunnen gebruiken om ons gevoel van eigenwaarde te beschermen: (1) de andere persoon overtreffen, op een eerlijke of oneerlijke manier, (2) de prestaties van de ander kleineren, (3) de ander uit de buurt blijven en (4) kleineren van  de prestaties van de ander of het belang van die prestaties. 

Het verlangen om gebreken in toppresteerders te ontdekken: Wanneer we iemand iets geweldigs zien doen dat kan het zijn dat we, naast andere dingen, een onplezierig gevoel ervaren. We vinden het niet leuk dat dit andere persoon beter dan wij is. Om ons gevoel van balans te herstellen kan het zijn dat we ons gaan concentreren op wat er niet deugt aan de andere persoon. Door dat te doen, kan het zijn dat we ontdekken dat de persoon misschien dan wel goed is op een terrein (bijvoorbeeld componeren) maar verschrikkelijk slecht op een ander terrein (bijvoorbeeld je netjes aanpassen aan wat er van je gevraagd wordt). Mijn hypothese is dat we altijd wanneer we geconfronteerd worden met een toppresteerder we deze reflex hebben (om te zoeken naar zijn of haar zwaktes). Het zou zelfs kunnen dat we zwaktes en gebreken zien die er niet echt zijn. Misschien heeft Gardiner het wel nodig om te denken dat Bach een diep gemankeerde persoonlijkheid was.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (2)