Epistemologisch interviewenIrrationele overtuigingen kunnen schadelijk zijn voor jezelf en anderen. Het updaten van je overtuigingen (ze meer realistisch/rationeel maken) is daarom vaak verstandig. Meestal is dit helemaal niet zo gemakkelijk omdat er meerdere obstakels kunnen zijn om dit te doen. Maar als je het nut ziet van het loslaten van irrationele overtuigingen kun je een aardig eind komen met behulp van wat praktische tips. Andere mensen afhelpen van hun irrationele overtuigingen is nog een heel ander verhaal. We herkennen de irrationaliteit van andere mensen vaak gemakkelijker dan onze eigen irrationaliteit (als we van onze eigen overtuigingen duidelijk zouden zien dat ze irrationeel zijn, dan zouden we ze immers niet hebben). Het zien van de irrationaliteit van andere mensen kan de neiging in je opwekken om de ander te confronteren met hun irrationaliteit. Een dergelijke confrontatie is meestal echter niet bepaald kansrijk.

 

Confrontaties maken defensief

We vinden het vaak niet prettig om bekritiseerd en geconfronteerd te worden. We willen normaal gesproken een positief beeld van onszelf handhaven en een directe aanval op hoe we denken over iets kan bedreigend overkomen. Het wekt meestal een defensieve reactie in ons op. Deze defensiviteit maakt het lastig voor ons om kritisch naar onze eigen overtuigingen te kijken. Sterker nog, wanneer we rechtstreeks aangevallen worden op een irrationeel denkbeeld leidt dat er vaak toe dat we ons denkbeeld willen verdedigen waarna we er na afloop van het gesprek eerder nog sterker in gaan geloven dan minder (dit heet het backfire effect).

 

We verwachten gelijkwaardigheid en wederkerigheid

Bovendien verwachten we van interacties met andere mensen in het algemeen gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Interacties waarin we het gevoel krijgen dat onze zienswijze als inferieur wordt gezien, roepen weerstand in ons op. Dit kan er toe leiden dat we proberen de argumenten van de andere persoon onderuit te halen, in plaats van dat we kritisch ons eigen denken onder de loep gaan nemen. Het wederkerigheidsprincipe betekent dat we van interacties met anderen verwachten dat er een balans is tussen geven en nemen. Als we dus het gevoel krijgen in het gesprek dat wij ons ongelijk moeten bekennen terwijl de ander dat niet doet of niet lijkt te willen doen, hebben we vaak het gevoel dat er te weinig wederkerigheid is.

 

Epistemologisch interviewen

Er is gelukkig een manier van praten met mensen met irrationele overtuigingen die wel redelijk kansrijk is. Die manier van praten zou je epistemologisch interviewen kunnen noemen. De methode is geworteld in de Socratische manier van interviewen en uitgewerkt door filosoof Peter Boghossian. De epistemologie is een tak van de filosofie die zich richt op de vraag wat kennis is en hoe we tot kennis komen. Epistemologische interviews richten zich dan ook daar op: hoe ben je tot je overtuiging gekomen en hoe betrouwbaar is die methode die je daarvoor hebt gebruikt?

Epistemologische interviews hebben de grootste kans van slagen als er gelijkwaardigheid en wederkerigheid is en als de overtuiging (die mogelijk irrationeel is) niet wordt aangevallen. De persoon moet zich niet onder druk gezet voelen of ter verantwoording geroepen voelen omdat dit een defensieve respons kan oproepen en daarmee de persoon juist gesloten maakt. Ook werkt het vaak waarschijnlijk het beste om een dergelijk gesprek vrij kort te houden. Door enkele goede vragen te hebben meegegeven, kan de persoon met wie je praat na afloop van het gesprek nog eens goed verder denken en wellicht zelf de eigen denkbeelden bijstellen. Meerdere korte gesprekjes hebben waarschijnlijk een grotere kans van slagen dan een lang gesprek. Tussen de kort gesprekjes kan de persoon ongestoord zelf verder denken over het onderwerp.

 

Globale gespreksstructuur

Kort gesteld kun je een epistemologisch interview als volgt voorstellen. Je begint met het kort bespreken van de overtuiging zelf. Wat gelooft de persoon precies? Je luistert hier ontvankelijk naar en probeert het goed begrijpen zonder je er tegen af te zetten. Vervolgens vraag je hoeveel vertrouwen de persoon heeft in de juistheid van die overtuiging. Hierbij kun je goed een schaalvraag gebruiken van 0% tot 100% waarbij 100% staat voor ‘ik ben hier volledig zeker van’ en 0% staat voor ‘ik ben hier helemaal niet zeker van’.  Als de persoon een positie op deze schaal heeft genoemd, bijvoorbeeld 100%, accepteer je dit antwoord en kun je er wat vervolgvragen over gaan stellen.

Je vervolgvragen richten zich op hoe de persoon tot deze zekerheid over de juistheid van zijn overtuiging is gekomen. Hier kunnen de meest uiteenlopende antwoorden op komen. Over deze antwoorden kun je vervolgens gedetailleerd doorvragen. Deze vragen kunnen mensen helpen om zelf te ontdekken dat hun methodes om te komen tot hun overtuigingen niet erg betrouwbaar zijn. Bij dit doorvragen is het belangrijk om niet-confronterend te blijven. Tijdens een goed epistemologisch interview ben je gezamenlijk iets aan het onderzoeken. Bij het doorvagen kun je de persoon op een tentatieve, niet-confronterende manier mogelijk, alternatieve verklaringen voorleggen of mogelijke contradicties en vragen hoe jullie gezamenlijk zouden kunnen uitvinden wat waar is. Hier kun je een voorbeeld zien van een epistemologisch interview door Anthony Magnabosco.

Deze epistemologische interviews richten de aandacht dus niet primair op de inhoud van de overtuigingen maar op de vraag: hoe zeker weet je wat je denk te weten en hoe betrouwbaar is de manier waarop je dit te weten bent gekomen? Als de persoon met wie je praat je vraagt hoe hij denkt over het betreffende onderwerp dan werkt het vaak het beste om voor te stellen om dat aan het eind van het gesprek te doen. De reden is dat je de ander niet wilt beïnvloeden door te vertellen hoe jij het onderwerp ziet en ook wilt voorkomen dat het gesprek een debatachtig karakter krijgt (dit kan namelijk al snel uitmonden in een welles-nietes gesprek).

 

Doxastische openheid

Dit soort gesprekken kan vaak leiden tot wat wel genoemd wordt doxastische openheid, de bereidheid om je overtuigingen te veranderen. Als je doxastische openheid bij de ander wilt stimuleren, is het vaak nodig om zelf ook doxastische openheid te hebben en laten blijken. Als iemand met goede argumenten en bewijs komt voor bepaalde denkbeelden, waarom zou je je er dan niet door laten overtuigen? Als anderen jouw openheid herkennen, zullen ze zelf ook gemakkelijker open staan.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (13)
  • Bruikbaar (10)