Een pleidooi voor brede rationaliteitIn een nieuw boek, The Rationality Quotient, waarover ik later meer zal schrijven, legt Keith Stanovich, hoogleraar psychologie in Toronto, uit wat rationaliteit is. Hij beschrijft twee conceptualisaties over rationaliteit, een smalle en een brede theorie (een onderscheid dat is gemaakt door de politicoloog Jon Elster, 1983). De smalle theorie van rationaliteit gaat over twee factoren van rationaliteit: instrumentele rationaliteit en epistemische rationaliteit.

 

Smalle versus brede rationaliteit

Instrumentele rationaliteit betekent dat je effectieve acties onderneemt gegeven je doelen. De dingen die je doet brengen je dus verder in de richting van je doelen. Epistemische rationaliteit betekent dat je overtuigingen hebt die overeenstemmen met de werkelijkheid. Je bent dus epistemisch rationeel als je je overtuigingen baseert op bewijs. De brede theorie van rationaliteit voegt een derde factor toe en die gaat het kiezen van passende doelen. Deze derde factor, die wel metarationaliteit genoemd wordt, gaat over de vraag of je doelen zelf rationeel zijn.

 

De gevaren van smalle rationaliteit

Een smalle conceptualisatie van rationaliteit heeft het voordeel dat je rationaliteit relatief gemakkelijk kunt formaliseren zoals gebeurt in bijvoorbeeld de besluitvormingstheorie. Veel professionele dienstverleners, zoals coaches, consultants, advocaten en financiële dienstverleners werken ook in het algemeen met een smalle definitie van rationaliteit. Zij helpen hun klanten hun doelen te bereiken, zonder zich te bemoeien met de inhoud van die doelen. Smalle definities van rationaliteit hebben echter ook nadelen die misschien groter zijn dan we ons realiseren.

Stel je een politicus voor die als doel heeft om de democratie omver te werpen en een dictatuur te stichten. Stel dat deze politicus angst zaait en mensen achter zich krijgt en stap voor stap dichter bij zijn doel te komen. In de zin van smalle rationaliteit is deze politicus rationeel te noemen. Hij doet wat werkt gegeven zijn doelen. Maar in de zin van metarationaliteit is hij niet rationeel. Dictaturen werken slechter voor de mensheid dan democratieën. Bovendien loopt het vestigen van een dictatuur zeer vaak ook voor de dictator zelf bijzonder slecht af.

Nog een voorbeeld: zie je boeken liggen met titels als “Hoe word je rijk?” of “Hoe wordt je beroemd?” of “Hoe vergroot je je macht?”, realiseer je dan dat ze uitgaan van een smalle definitie van rationaliteit. Ze zijn bedoeld om je strategieën aan te reiken voor als je rijk, beroemd of machtig wilt worden. Wat ze niet doen, is deze doelen zelf ter discussie stellen. Of deze doelen zelf verstandig zijn, is een kwestie van brede rationaliteit.

 

De relevantie van brede rationaliteit

Dat brede rationaliteit relevant is, blijkt onder andere uit onderzoek binnen de zelfdeterminatietheorie. Niemiec, Ryan en Deci (2009), bijvoorbeeld, ontdekten dat mensen met extrinsieke doelen (zoals financieel succes, roem en bewondering) in het algemeen minder welbevinden ervaren en meer negatieve gevoelens hebben dan mensen met intrinsieke doelen (zoals persoonlijke groei, betekenisvolle relaties en fysieke en mentale gezondheid). Ook zijn intrinsieke doelen meer gekoppeld aan vitaliteit en progressie (zie hier) en zijn zij geassocieerd aan een lagere kans op burn out (zie hier).

Niet alleen de vraag hoe je doelen bereikt is relevant. Ook relevant is de vraag of de doelen zelf de moeite waard zijn. Als de inhoud van de doelen zelf de moeite waard is kan de motivatie van mensen om ze te bereiken beter en duurzamer zijn.

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (3)
  • Bruikbaar (1)