intelligentie Scott Barry Kaufman schrijft in de Scientific American dat een dominante visie van psychologen op intelligentie ernstig is uitgedaagd door onderzoek van Kees-Jan Kan (foto) en zijn collega’s. Volgens deze overheersende kijk op intelligentie zal de erfelijkheid van gekristalliseerde intelligentie (≈ verworven kennis) lager zijn dan de erfelijkheid van vloeibare intelligentie (≈ ‘ruw’ intellectueel vermogen). Uit het onderzoek van Kan et al. is echter gebleken dat dit niet het geval is. Ten eerste bepaalden zij de culturele lading van intelligentietests die de mate aangeven waarin proeven moest worden aangepast om te kunnen worden gebruikt in verschillende landen. Zij vonden dat de culturele lading van de tests positief correleerde met zowel 1) algemene intelligentie (de g-factor) als met 2) de erfelijkheid van de test.

 

Kaufman:

“De onderzoekers stellen dat hun bevindingen het best kunnen worden begrepen in termen van genotype-milieu covariantie, waarin cognitieve vaardigheden en kennis elkaar dynamisch voeden. Degenen met een neiging om cognitieve complexiteit op te zoeken zullen geneigd zijn om te zoeken naar intellectueel veeleisende omgevingen. Aangezien zij hogere niveaus van cognitieve vaardigheden ontwikkelen, zullen zij ook de neiging hebben om relatief hogere niveaus van kennis te bereiken. Meer kennis zal het waarschijnlijker maken dat ze uiteindelijk zullen terechtkomen in meer cognitief veeleisende omgevingen, die de ontwikkeling van een nog breder scala van kennis en vaardigheden zal vergemakkelijken. “

 

Dit onderzoek is ook relevant voor het begrijpen van de kloof tussen IQ-scores tussen de etnische groepen. Psycholoog Arthur Jensen en anderen dachten dat dit verschil genetisch werd veroorzaakt. Maar dit nieuwe onderzoek suggereert het omgekeerde: hoe groter de kloof, hoe meer deze wordt bepaald door culturele invloeden.

 

Meer lezen:

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (1)
  • Bruikbaar (1)