De ontdekking van de wetenschapSteven Weinberg (81) won in 1979 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn bijdragen aan de unificatie van de zwakke kernkracht en elektromagnetische interactie tussen elementaire deeltjes. Hij publiceerde recent een boeiend boek, To Explain the World, over een onderwerp dat hem al vele jaren heeft gefascineerd: de ontdekking van de wetenschap.

In het boek neemt hij ons om te beginnen uitgebreid mee naar de oude Grieken. De Griekse oudheid wordt vaak ingedeeld in drie periodes: de Archaïsche periode (ca. 800 tot 480 v.Chr.) met als centrum de stad Milete in Klein-Azië en grote denkers als Thales, Heraclitus en Democritus, de Klassieke periode (ca. 500 en 323 v.Chr. ) met als centrum Athene en met beroemde filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles en de Hellenistische periode (334–30 v.Chr.) met als centrum Alexandrië en genieën als Euclides, Ptolemeus en, last but not least, Archimedes.

Weinberg laat zien hoe elk van deze perioden een unieke bijdrage hebben opgeleverd aan het ontstaan van de wetenschap zoals we die nu kennen. Om dat kort samen te vatten: Archaisch: vragen stellen over hoe de wereld in elkaar zit en hypotheses opwerpen. Klassiek: kritische vragen stellen over de juistheid van ideeën, opkomst van veel disciplines, de ontwikkeling en uitwerking van taxonomieën en methodologieën waaronder de logica. Hellenistisch: sterke ontwikkeling van de wiskunde en de natuurkunde, veel technologische toepassingen.

Het boek gaat vervolgens in op bijdragen uit andere periodes (zoals de middeleeuwen) en gebieden (zoals de Arabische wereld) waarna hij toewerkt naar voorlopers van de wetenschappelijke revolutie, zoals Copernicus en Kepler, en naar de start van de wetenschappelijke revolutie zelf met Galileo Galileï die hij beschrijft als de eerste echte wetenschapper. Deze Italiaan leverde in zijn eerste boek bewijs voor Copernicus’ heliocentrische model van het heelal en kwam hierover in conflict met de kerk waarna hij onder huisarrest werd geplaatst. Nadat zijn tweede boek naar het vrijzinnig Nederland gesmokkeld was, werd het daar uitgegeven. In 1992 maakte de toenmalige Paus (pas) zijn excuses uit en werd Galileï in ere hersteld door de kerk. Wat een enorme doorbraak was tijdens de wetenschappelijke revolutie was en dat experimenten een grote rol gingen spelen in de ontwikkeling van kennis en dat de gepubliceerde resultaten van experimenten werden aangevoerd als bewijs voor stellingen. De weg was hiermee gebaand voor genieën als Newton, Darwin en Einstein.

Weinberg heeft naast bewondering ook wat kritiek ontvangen op het boek. Die kritiek richtte zich onder andere op het feit dat hij met moderne ogen kijkt naar de denkers van vroeger en hen vanuit wat we nu weten bekritiseert. Deze kritiek spreekt mij niet aan. Ik vind het juist terecht en leerzaam dat Weinberg dat doet. Een tweede, wel terecht, kritiekpunt is dat hij nauwelijks aandacht besteedt aan de bijdragen die in China en India geleverd zijn aan de ontdekking en ontwikkeling van de wetenschap.  Een derde kritiekpunt, dat ik ook wel terecht vind, is dat hij in zijn bespreking het accent nogal sterk legt op de natuurkunde ten koste van andere disciplines zoals de biologie. Hoewel ik dit erken denk ik dat de natuurkunde ook wel een bijzondere plaats verdient in de geschiedenis van de wetenschap. De oude Grieken richten zich in hun ‘wetenschappelijke’ activiteiten namelijk sterk op natuurkundige onderwerpen en de ontwikkeling van de natuurkunde, zou je kunnen zeggen, is wat eerder tot rijping gekomen dan die van andere wetenschapsgebieden.

Conclusie: vind je wetenschap interessant en vind je geschiedenis interessant, dan zul je dit boek vast de moeite waard vinden.

Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (0)
  • Bruikbaar (0)