Eén manier om te weer te geven wat progressiegericht werken inhoudt, is vervat in een model dat ik introduceerde in Kiezen voor progressie. Het model (zie figuur rechts) beschrijft hoe zowel een groeimindset als autonome motivatie het leveren van effectieve inspanning bevorderen en hoe inspanning progressie bevordert. In dit artikel kun je iets meer lezen over wat dit model inhoudt en hoe het bruikbaar is. Kijkend naar dit model zou je je kunnen afvragen of er ook een pijtje tussen groeimindset en autonome motivatie moet staan. Is het zo dat een groeimindset en autonome motivatie elkaar ook versterken of in ieder geval beïnvloeden? Ik heb me dit wel vaker afgevraagd en ook anderen hebben me deze vraag wel eens gesteld. Deze vraag is bij mijn weten nog meer één keer direct onderzocht. 

 

Wat is de relatie tussen de groeimindset en autonome motivatie?

Renaud-Dubé et al. (2015) onderzochten de relaties tussen mindset (impliciete overtuigingen over de ontwikkelbaarheid van intelligentie) en autonome motivatie. Zijn namen daartoe vragenlijsten af bij middelbare scholieren (N=650) en onderzochten de relaties tussen deze variabelen via de statistische techniek structural equation modeling (SEM). Van zowel de groeiminset als autonome motivatie is bekend dat deze volharding van studenten voorspellen. De onderzoekers verwachtten dat hun resultaten zouden tonen dat autonome motivatie een mediërende invloed zou hebben op de relatie tussen de groeimindset en volharding. Dit was echter niet het geval. Zij vonden twee interessante dingen. Ten eerste vonden ze dat mindset niet gecorreleerd was aan autonome motivatie. Met andere woorden: het hebben van een groeimindset brengt niet met zich mee dat je een vak ook interessanter of belangrijker gaat vinden. Ten tweede vonden ze dat van de motivatiefactoren alleen intrinsieke motivatie volharding voorspelde. De onderstaande figuur toont deze resultaten.

 

Reflectie

Zowel leerlingen die een groeimindset hebben als leerlingen die intrinsiek gemotiveerd zijn rapporteren een grotere volharding. Deze resultaten uit dit onderzoek suggereren dat het hier om twee onafhankelijke processen gaat. De effecten van de groeimindset en intrinsieke motivatie lijken dus additief te zijn. Dit suggereert dat het verstandig is om in het onderwijs zowel aandacht te besteden aan het bevorderen van een groeimindset als aan het bevorderen een context waarbinnen intrinsieke motivatie tot uiting kan komen. Zoals bekend kan een groeimindset bewust gestimuleerd worden door informatie te geven over de ontwikkelbaarheid van intelligentie en door de manier waarop je praat met leerlingen (lees meer). Intrinsieke motivatie is aanwezig bij iedere leerling maar in hoeverre het tot uiting komt is afhankelijk van in hoeverre de behoefte aan autonomie en competentie van leerlingen ondersteund wordt door de docent (lees meer).

Print Friendly
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (4)
  • Bruikbaar (2)