De copingvraag: hoe lukt het je om vol te houden?Er kunnen zich situaties voordoen waarin we overvallen worden door pessimisme en moedeloosheid. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als we geconfronteerd worden met ernstige tegenslag, een traumatische gebeurtenis of als er meerdere dingen tegelijk misgaan. In progressiegericht coaching kun je als coach ook te maken krijgen met cliënten in zulke omstandigheden. Deze cliënten laten dan vaak merken dat ze geen hoop en energie meer hebben en dat ze moedeloos zijn. Deze cliënten vinden het vaak moeilijk om te beschrijven wat ze willen bereiken en als je ze de schaalvraag voorlegt, kan het zijn dat ze zichzelf nu op de nul op de schaal plaatsen. 

 

Wat kun je beter niet doen?

Laten we eens nader ingaan op cliënten die zich op de nul op de schaal plaatsen. Veel coaches weten nog niet goed hoe ze het beste om kunnen gaan met een dergelijke situatie. Vragen die hen nogal eens te binnen schieten zijn: “Wat maakt dat je op een nul staat?”, “Echt, een nul? Er zal toch nog wel iets goed gaan?” en “Wanneer stond je al eens hoger dan de nul?” Maar al deze vragen kunnen de moedeloosheid van cliënten onbedoeld vergroten. Cliënten reageren er meestal op door in meer details uit te leggen hoe erg hun situatie is en raken waarschijnlijk eerder  meer ontmoedigd dan dat ze een hoopvol perspectief beginnen te ontwikkelen. Wat kun je beter doen als coach?

 

De copingvraag

Voor dit soort situaties is de copingvraag heel geschikt. Bij deze vraag ga je op zoek naar hoe cliënten hun moeilijke situatie hanteren. Een basisformulering van de copingvraag is: “Hoe lukt het je om vol te houden in zulke moeilijke omstandigheden?” Via de copingvraag gaan cliënten zich realiseren dat er nog steeds dingen werken en de moeite waard zijn in hun leven en dat ze nog steeds in enige mate op de been blijven en doorgaan. Door de copingvraag te stellen en hier goed op door te vragen, krijgen cliënten normaal gesproken weer wat nieuwe hoop en energie waardoor het gemakkelijker wordt om samen met hen op zoek te gaan naar wat ze verder zouden willen bereiken en hoe ze dat zouden kunnen proberen te doen.

 

Formuleringen

Hier zijn enkele voorbeeldformuleringen van de copingvraag:

  1. Hoe lukt het je om door te gaan onder zulke moeilijke omstandigheden?
  2. Hoe hou je het nu vol in zulke lastige omstandigheden?
  3. Hoe lukt het jou om elke dag zulke moeilijke situaties het hoofd bieden?
  4. Wat helpt jou om het vol te houden?
  5. Hoe breng jij jezelf er toe om vol te houden?
  6. Hoe krijg jij het voor elkaar om te blijven doen wat werkt, terwijl je situatie zo belastend is?
  7. Hoe is het je gelukt om hier nu te komen en er met mij over te praten terwijl je situatie toch zo zwaar is?
  8. Hoe lukt het jou, gegeven je moeilijke omstandigheden, om het toch nog zo goed te doen als je het nu doet?
  9. Het is knap hoe jij je werk hebt kunnen blijven doen onder zulke moeilijke omstandigheden. Hoe lukt jou dat?

 

Positieve formulering van de copingvraag

Soms gebruiken coaches negatieve formuleringen van de copingvraag, zoals: “Hoe verklaar jij dat je het nog niet opgegeven hebt?”, “Hoe komt het dat je situatie niet nog erger is?” en “Hoe komt het dat je het bijltje er nog niet bij neer hebt gegooid?” Dit soort vraagstellingen kunnen helpen maar dragen ook een risico in zich. Ze helpen soms wanneer cliënten zich realiseren dat hun situatie inderdaad nog erger had kunnen zijn en dat zij blijkbaar dingen hebben gedaan om dat te voorkomen. In dit geval kan hun hoop toenemen.

Maar negatief geformuleerde copingvragen kunnen ook averechts werken. Dit kan in de eerste plaats zo zijn wanneer cliënten ze opvatten als een teken dat de coach het met hen eens is met hen dat hun situatie uitzichtloos is. In de tweede plaats kan dit zo zijn wanneer cliënten zich via de vraag opeens levendig gaan voorstellen hoe hun situatie inderdaad nog erger zou kunnen worden en daardoor nog pessimistischer en moedelozer worden.

Vanwege dit risico is het, vooral bij erg moedeloze cliënten, verstandiger om een positief geformuleerde copingvraag te stellen. Kortom: stel liever de vraag hoe het hen lukt om vol te houden dan de vraag hoe het komt dat ze het nog niet hebben opgegeven.

Print Friendly, PDF & Email
Wat vind je van dit artikel?
  • Interessant (13)
  • Bruikbaar (14)